+ Meer informatie

Voor de jeugd

7 minuten leestijd

Beste jongelui!

Ik kom nog maar eens terug op die twaalfkantige brief, die me al eerder stof tot schrijven gegeven heeft en dat ook nu weer doet, omdat er zoveel dingen in staan die niet alleen voor de schrijfster van betekenis waren, maar voor jullie allemaal.

jullie allemaal.

Het punt waar het nu over gaat, is de zondagsheiliging. Zij konstateerde, dat het in ons land daar zo slecht mee gesteld is en het wordt er niet beter op. Wel minder. De massa gaat nooit naar de kerk. Inderdaad, Nederland is ver op weg om geheel ontkerstend te worden, dat is om in het heidendom terug te vervallen. Als men ziet wat er zondags op de weg zit (rijdt) dan is dat gewoon beangstigend. Als men daar dan tegenover stelt die enkeling, die nog naar de kerk gaat, dan vraag je je wel eens af: Zou er op den duur nog wel een kerk overschieten? Nu behoeft men vanuit geloofsstandpunt over deze vraag geen zorg te hebben. Want God houdt, naar het aloude woord van Luther, Zijn kerk in stand. En dan mag de hel vrij woeden. Gezeten aan Gods rechterhand, zal Hij (de Koning Jezus Christus) haar wel behoeden.

Anderzijds, wanneer het van des mensen kant bekeken wordt, dan is er met recht plaats voor de vraag: waar gaat het met de kerk heen? Velen toch die in de kerk gedoopt zijn, keren de kerk de rug toe.

Dat is een gang van zaken die meestal procesmatig verloopt. Eerst moest men tweemaal per zondag naar de kerk. Maar dat is te veel gevraagd. Je kunt de gehele dag wel in de kerk zitten, zo overdrijft men dan om een goede basis te vinden voor het éénmaal gaan. Die basis is er trouwens niet. Ik heb wel jongemensen ontmoet die zeiden: waar staat het in de Bijbel, dat je twee keer naar de kerk moet? Ja, dat staat in de Bijbel, voor zover ik weet, nergens. De Heere houdt in Zijn dienst niet van dwangarbeiders. Die móeten! Dat valt altijd zwaar.

De Heere houdt in Zijn dienst van vrijwilligers. Die mogen! En dan valt het niet zwaar. Want Gods geboden zijn niet zwaar. Zijn juk is zacht en Zijn last is licht. Maar dat geldt dan voor de liefhebbers des Heeren. Die zeggen met David:


Eén dag is in Uw huis mij meer;
Dan duizend waar ik U ontbeer.
’k Waar liever in mijns Bondsgods woning
Een dorpelwachter, dan gewend
Aan d’ ijd’le vreugd in ’s bozen tent.


Kijk, als het nu zo ligt, dan heeft men er geen moeite mee om ’s zondags tweemaal naar de kerk te gaan. Dan is het ook niet gauw te koud, of te heet, of te nat, of te ver. Dan gaat men er allicht door.

Ik ga naar de kerk als ik er behoefte aan heb, zo merkt iemand op. Dat klinkt erg mooi. Behoefte om naar de kerk te gaan, dat is nog al wat. Ik denk, dat deze opmerker heel weinig behoefte heeft en daarom niet zal gaan. Hij kan voor zijn geweten(? ) ook rustig thuisblijven. Want hij heeft geen behoefte. En zonder behoefte naar de kerk gaan, is een zinloze zaak.

Ik zou deze opmerker willen vragen, of hij ook altijd uit behoefte naar zijn werk gaat. En dan zal het antwoord wellicht luiden van: dat ook niet. Maar dat moet nu eenmaal. Dat is plicht. Men komt dan tegenover mensen zijn plichten wel na. Doet men dat niet, dan moet men er de gevolgen van ondervinden.

Dat de mens ook tegenover God verplichtingen heeft, schijnt heel velen maar moeilijk aan het verstand te brengen zijn. De verplichtingen tegenover God wegen veel zwaarder dan de verplichtingen tegenover mensen. Komt men z’n verplichtingen tegenover God niet na, dan moet men daar ook de gevolgen van dragen. En die zijn schadelijk voor lichaam en ziel. Want God laat niet met Zich spotten. Zo zij ontheiligen, wat Ik heb voorgeschreven (plichten); zo mogen zij gewis voor Mijn straffen beven.

Als elke kerkganger elke zondag f 2 5 , - – kreeg dan puilden de kerken uit, allemaal. En nu kan men er veel méér krijgen. De Heere wil daar vergeving van zonden schenken en een recht op het eeuwige leven. En.... wie komt daar op af? Er zijn er, naar die maatstaf gemeten, bepaald niet veel, die daar behoefte aan hebben.

Met het bovenstaande willen we natuurlijk niet zeggen, dat het met kerkgaan zonder meer te verdienen is. Want de zaligheid is niet te verdienen, ook niet met trouw naar de kerk te gaan.

We willen alleen maar zeggen, dat het naar de kerk gaan, behoefte of geen behoefte, zonder meer een kwestie van plicht is. Plicht tegenover God. En dan is het naar de kerk gaan de weg waarin de Heere Zijn genade wil schenken. Ook aan jongemensen, ja, juist aan jongemensen. Want men komt in de kerk onder het gehoor van het Woord Gods. En het geloof is volgens Rom. 10, altijd nog uit het gehoor.

Lydia bevond zich (Hand. 16) op de plaats waar het gebed placht te geschieden. Waar men dus gewoon was samen te komen om de Heere te dienen. De Heere heeft dat aan haar hart gezegend. Want Hij opende haar hart, zodat zij acht gaf op datgene wat van Paulus gesproken werd. Menig hart is onder de verkondiging van het Woord al geopend geworden en het werd die kerkgangers tot een eeuwige zegen.

Dan is het ook geen kwestie meer van een- of tweemaal, maar dan wordt Gods dienst een liefdedienst. Uw liefdedienst heeft mij nog nooit verdroten. Zeggen jullie dat ook wel eens met je gehele hart?

Want als men om te beginnen, geen zin heeft om tweemaal te gaan. dan wordt het al gauw eenmaal. En als men zover is, dan is het maar één stap meer en men gaat helemaal niet meer. Men wordt dan een gedoopte heiden. Vreselijk!

Hoe moet ik nu verder de zondag doorbrengen? Menig jong mens vindt de zondag maar een kweldag. Menig ouder zegt; ik zal blij zijn als het weer maandag is. Want die zondag, met al die jongens, je krijgt er wat van.

Uit de praktijk is me bekend hoe moeilijk de dingen liggen. Ik kan natuurlijk zeggen: als men er zo over denkt, is er iets niet in orde. En dat is dan ook zo. Maar bij welk mens is nu alles altijd netjes in orde? Men moet wel een uitgesproken farizeër zijn, om te denken dat men dat hier ooit bereiken zal. Een mens blijft altijd een mens, onbekwaam tot enig goed en geneigd tot alle kwaad, uit en van zichzelf, en dan dikwijls niet het minst op de zondag.

Toch ben ik voor een strenge zondagsopvatting. Ik zie maar graag de schapen, de lammeren inbegrepen, achter het hek. Want als des zondags het hek van de dam gaat, dan weet ik niet waar de schapen blijven. Niet, dat ze binnen de omheining geen kwaad doen. Maar men kan er toch voor nog groter kwaad door bewaard worden.

Mijn briefschrijfster schreef, dat ze zich ’s zondags nooit verveelde. En dat zou ik toch aan onze jonge mensen door willen geven. Zij gaat altijd trouw naar de kerk. Verder leest ze veel, lost bijbelse raadsels op en als ze ’s avonds naar bed gaat, dan leest ze uit de Bijbel of een ander stichtelijk boek. Overdag leest ze geen prullen. Ik schrijf er dit expres bij, omdat er lussen lezen en lezen natuurlijk een groot verschil is.

Ik zou dit patroon al onze jongemensen wel aan willen bevelen. Iemand, die dan eerlijk met zijn ziel voor God blijft omgaan, wordt daar beslist geen farizeër van, als u dat zou denken. Integendeel. Het is de weg bewandelen, die de Heere wil dat we gaan zullen. En wat staat er dan ook weer in Gods Woord? En wie zijn weg wel aanstelt, die zal Ik Gods heil doen zien. Psalm 50 : 23b.

Dus, jongens en meisjes, ik moet weer gaan eindigen, maar houdt dit altijd voor ogen, dat in het houden van Gods geboden groot loon is.


Dus krijg ik van mijn plicht,
O God, een klaar bericht.
Wat is 't vooruitzicht schoon!
Hij, die op U vertrouwt.
Uw wetten onderhoudt.
Vindt daarin grote loon.


Zullen jullie het nooit vergeten! Hartelijke groeten van je aller vriend

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.