+ Meer informatie

DE TELEVISIE

6 minuten leestijd

9.

Om het toebetrouwde pand.

De laatste keer: een blik op het synodebesluit ten aanzien van de uitzending van evangelisatiebijeenkomsten via de televisie.

Voor de meeste lezers schrijf ik thans over geen onbekende zaak. De Generale Synode van Zwolle-Apeldoorn, dinsdag 31 augustus 1965, besloot „aan de deputaten voor radiokerkdienstuitzendingen de vrijheid te geven om in voorkomende gevallen evangelisatiesamenkomsten, eventueel in overleg met de deputaten voor de evangelisatie, via de televisie te doen uitzenden”.

Dit besluit werd genomen tijdens de behandeling van het rapport van bovengenoemde deputaten. In dit rapport lag op zichzelf geen oorzaak om een voorstel te doen tot uitzending van evangelisatiesamenkomsten via dit middel. Immers, in dit rapport werd vermeld, dat deputaten zich niet hadden ingelaten met de verzorging van de kerkdiensten via de t.v. uitgezonden, en ook niet met andere door het Convent verzorgde televisie-uitzendingen. Met nadruk werd daarbij gesteld, dat deputaten dit gelaten hadden gezien de opdracht van de kerken zelf. Alleen werd daar nog bij vermeld, dat onze kerken, na het besluit van de Geref. Kerken (vrijgemaakt) om de uitzending van televisiekerkdiensten vrij te laten voor de verantwoordelijkheid van de plaatselijke kerken, de enige waren in het Convent zonder televisie-opdracht.

Helaas werd toch bij de behandeling van dit rapport de vraag gesteld of het niet nodig was zich te bezinnen op de mogelijkheid gebruik te maken van de via het Convent van kerken beschikbare tijd voor het uitzenden van kerkdiensten door middel van de televisie. Na een brede bespreking kwam de synode uiteindelijk tot het vermelde besluit.

Dit besluit werd door velen in de kerken met bedroefdheid ontvangen. Verschillende kerkeraden dienden de bezwaren in ter synode. Uiteindelijk besloot de synode 24 september 1965 de betreffende deputaten op te dragen het genomen besluit om praktische redenen niet uit te voeren.

Het is thans in het geheel niet mijn bedoeling om uitgebreid in te gaan op de kerkrechtelijke bezwaren tegen dit besluit. Daarom slechts enkele opmerkingen. Het kon geen onbekende zaak zijn, dat er ernstige bezwaren leefden in de kerken tegen een eventueel gebruik van de televisie voor de uitzending van kerkdiensten. Dit was gebleken op de synode van 1956. Bij de goedkeuring van het rapport van deputaten werd toen uitgesproken „dat dit geenszins wil zeggen, dat de synode de televisie als zodanig kan aanvaarden voor dienst des Woords”. Bovendien was in 1959 een instruktie ter synode van de P.S. van het zuiden: „De part. synode van het zuiden verzoekt de generale synode zich uit te spreken over de middelen, die kunnen dienen om het kwaad van de televisie vooral in betrekking tot de dienst des Woords tegen te gaan”.

In 1965 was er niet één voorstel, van welke plaatselijke kerk ook, om tot een besluit te komen als genomen werd. Is het dan juist om een voorstel te behandelen, dat ter vergadering gedaan wordt zonder dat de kerken in deze richting gesproken hadden? Bovendien hadden de kerken gesproken en juist tegenovergesteld. Dan heeft een synode als de meest brede vergadering van kerken die kerken te dienen. Trouwens, zeer vreemd is het, dat men voor het recht van de plaatselijke kerk opkomt net naar dat het uitkomt. Toen een voorstel, waarin onder meer het misbruik van de televisie benadrukt werd, op de synode van 1959 kwam, werd dit voorstel bestreden met de verantwoordelijkheid van iedere plaatselijke kerk. En in 1965 werd ineens het recht van die kerken miskend. Is het dan wonder, dat er deining juist bij de plaatselijke kerken ontstaat?

Evenwel: niet de kerkrechtelijke zijde van dit besluit is voor mij en voor velen het belangrijkste. Ook wil ik graag verklaren er geen behoefte aan te hebben deze zaak in de sfeer van het sentiment te trekken. Wie het verval van de kerk over de gehele linie beziet, kan en mag daar geen behoefte aan hebben. Wat we rondom ons zien en horen in de verwerping van wat naar Gods Woord beleden is, en in de verwording van het leven, doet alleen maar vrezen. En het sijpelt langzamerhand in onze eigen kring door. Wij strijden niet tegen één ding, trouwens moeten in het geheel niet tegen „dingen” strijden. Dan houden we de „dingen” over zonder de waarheid van Gods Woord. En daar doen we heus niets mee

De strijd gaat voor de bewaring van het toebetrouwde pand. In een tijd, dat alles er op uit is om zelfs die strijd belachelijk voor te stellen, willen we dat blijven benadrukken. De kanttekenaren hebben onder dat pand verstaan „de gezonde leer des geloofs”. En u moogt het van mij anders verklaren, maar zeker is het dat dit pand met die rechte leer te maken heeft. Die leer staat niet buiten het leven, maar moet in het leven zichtbaar zijn. En ook in de zaak, waarover we nu schrijven, gaat het om de bewaring van dit toebetrouwde pand. De wacht te betrekken bij de rechte leer en het leven naar Gods Woord is eis des Heeren. Te getuigen tegen de verwording van het leven niet minder.

Nu kunnen wij het gebruik maken van de televisie nooit los zien van het misbruik, dat anders van de t.v. gemaakt wordt. De ongerechtigheid groeit bij de dag. De normen ook van de verhoudingen onder elkaar worden niet meer in acht genomen. Het vóórechtelijk geslachtsverkeer wordt openlijk gepredikt. Het huwelijk ondermijnd. Duidelijk is dit onlangs weer gebleken in de uitspraken van de Nederlandse vereniging voor sexuele hervorming. Geen speciale moraal meer, maar opvoeden tot aanvaarding van verantwoordelijkheid. En wat is dit voor verantwoordelijkheid!? De televisie houdt met al deze „ontwikkelingen” gelijke tred. Van meer dan één zijde wordt geprotesteerd tegen de ontsporingen, op dit gebied voor het kijkglas vertoond. Het protest van Ir. C. N. van Dis spreekt hierin boekdelen. Echter: erger is de houding van een gedeelte van de christelijke pers, die niet veel beter was in het bespreken van dit protest dan de Kamer het ontving. Belachelijk maken! En nu: geen profetisch getuigenis van de generale synode onzer kerken tegen het kwaad, dat voor de kijkkast komt, en wel gebruik van de t.v. voor evangelisatietoespraken. Reeds deze schrijnende zaak veroordeelt dit besluit, ’t Wordt alleen maar hoog tijd om gezamenlijk te strijden tegen de geest van deze tijd, die al meer de ongerechtigheid goedpraat en het leven naar Gods Woord verdonkert. Dit kan alleen bij het geestelijk proeven van die tijdgeest en in de beleving van de vreze des Heeren.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.