+ Meer informatie

Kok voorziet geen koopkrachtdaling

Minister minder somber over economie

3 minuten leestijd

DEN HAAG - Minister Kok van financiën ziet voor de jaren na 1991 slechts een zeer beperkte ruimte voor koopkrachtverbetering. Hij benadrukte gisteren in de Tweede Kamer echter dat het nog niet gaat over daling van de koopkracht, maar over „minder méér, over een afname van de groei".

De toonzetting van Kok was gisteren bij de behandeling van de begroting van zijn departement minder somber dan enkele dagen geleden in Scheveningen. Kok antwoordde op een vraag van Rosenmöller (Groen Links) wat hij gaat doen als de koopkracht daalt, dat hij daar niet over wilde speculeren. „We praten niet over neergang, maar over minder groei. We hebben een sterke economie. We moeten niet ons zelf in de nesten gaan praten over een verslechterende economische situatie. Het gaat mij te ver om over koopkrachtdahng te spreken".

Over de koopkracht is volgens de minister pas wat te zeggen wanneer het kabinet beschikt over een duidelijk beeld van de economische ontwikkeling als geheel. Kok zei wel dat, als de koopkracht onverhoopt mocht dalen, er extra bescherming nodig is voor de minst weerbaren in de samenleving: de mensen met een minimum-inkomen of een uitkering.

Direct waarschuwde de minister echter voor een neerwaarts gerichte spiraal. Een neergang van de koopkracht kan volgens de minister namelijk leiden tot een afname van de bestedingen. Lagere bestedingen kunnen dan weer een zelfstandige factor worden en het economische draagvlak verder aantasten. Daardoor verslechtert de economie nog meer en zou de koopkracht van de mensen weer verder dalen. De vraag die het kabinet moet beantwoorden is daarom „tot waar het nog' verantwoord is de tering naar de nering te zetten", aldus Kok.

Gevolgen

Kok ging nog eens uitgebreid in op zijn "Kurhaus-rede" vorige week in Scheveningen. We hebben volgens hem te maken met een omvangrijke problematiek en een economisch klimaat dat best wel eens een beetje anders zou kunnen zijn dan we tot voor kort dachten.

Kok: „We moeten het geheel van uitgaven kritisch tegen het licht houden. We kunnen er beter helder over zijn: dat is zelden zo pijnloos, dat niemand er iets van merkt". Kok verbond tegelijk zijn politieke lot aan het terugdringen van het financieringstekort. „Zonder dat kan geen beleid gevoerd worden waar deze minister van financiën achter staat".

De minister zei toe dat de investeringen in het milieu en de sociale vernieuwing niet zullen worden aangepakt. De PvdA-fractie had daarom gevraagd. De VVD had daarentegen veel kritiek op het nieuwe in het beleid. De Korte: „Normaal is toch dat, als je geen geld hebt, je ook geen nieuwe dingen koopt. Bij de overheid behoort dat niet anders te zijn". Kok weigerde daar op in te gaan. „Het is geen franje die je er zo maar even van kan afknippen als het tegenzit. Het gaat om hoogwaardige investeringen in de kwaliteit van de samenleving", aldus Kok.

Fraude

Staatssecretaris Van Amelsvoort waagde zich tijdens het debat niet aan uitspraken over de mate waarin het kabinet de belastingfraude de komende jaren denkt te kunnen terugdringen. Het CDA-kamerlid De Jong had het kabinet gevraagd zich in te spannen de fraude te verminderen van de huidige 5 a 10 procent van het nationaal inkomen tot een niveau van 2 procent.

Van Amelsvoort somde een groot aantal maatregelen op die bij de belastingdienst zijn genomen om de fiscus slagvaardiger te maken in de strijd tegen het zwarte circuit. De Kamer, die woensdag had aangedrongen op een krachtiger fraudebestrijding, nam genoegen met de uiteenzetting van de staatssecretaris en eiste geen aanvullende maatregelen.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.