+ Meer informatie

Begraven, neergedaald ter helle, opgestaan

De uitleg van één der Twaalf Artikelen

9 minuten leestijd

In oktober jl. maakten wij in een artikel over een iconententoonstelling in Museum het Catharijneconvent ook wat opmerkingen over het artikel in de Apostolische Geloofsbelijdenis waarin de kerk der eeuwen belijdt, dat Christus geleden heeft, gekruisigd en begraven is en neergedaald is in de hel. Na Goede Vrijdag en Stille Zaterdag viert de kerk Zijn luisterrijke verijzenis ten derden dage op het feest van Pasen. Terwijl in de westerse kerken Kerst zo ongeveer het hoogfeest is, is voor de kerkenfamilie van de Oosterse Orthodoxie (dus ook de Russische en de Griekse Orthodoxe Kerken) het heilige en schone Pascha het voornaamste feest der christenheid daar.

Wij merkten toen op, dat Zondag 16 en vraag 44 van de Heidelbergse Catechismus op een in mijn ogen ietwat kromme wijze uitleggen, dat de Heiland na Zijn sterven niet werkelijk in de hel (of: het rijk van de doden) is afgedaald, maar dat deze nederdaling ter helle moet worden verstaan als: Zijn vreselijk lijden hier op aarde, Zijn hele leven lang, maar in het bijzonder aan het eind van Zijn leven. De kruisiging zou dan het toppunt van Christus’ lijden zijn, weer te geven als een nederdaling in de hel. De Heidelberger is in dezen goed Calvijns en in de eeuwen na dit vragenboekje van Olevianus en Ursinus heeft de gereformeerde kerk van het Westen in vele landen min of meer deze uitleg gevolgd.

Betoogd werd toen door ons, dat dit alleen al op zuiver taalkundige gronden niet af te lezen is uit het Apostolicum. In de opsomming van de, om zo te zeggen, zichtbare en plaatselijke feiten, de diepte- en hoogtepunten in Jezus’ aardse omwandeling, is het niet vol te houden dat men in de reeks van deze vroege belijdenis der kerk: geboren, geleden, gestorven, neergedaald in de hel, opgestaan, ten hemel gevaren, uitgerekend dat ‘nedergedaald ter helle’ uit het geheel zou mogen isoleren om daaraan een meer symbolische uitleg te geven. Los van de theologische vragen blijft voor mij vaststaan, dat deze Twaalf Artikelen uit de vroege kerk heel deze reeks feiten en daden van Christus letterlijk hebben opgevat.

Geloofsvorm van Athanasius
Dit artikel (soms Artikel 4 genoemd) staat niet los van de andere over het lijden van de Heiland. Nu wordt in de Geloofsbelijdenis van Nicea uit 325 deze ‘nederdaling ter helle’ niet genoemd, maar in de Geloofsvorm van Athanasius wèl weer. Die zou dateren uit 333, althans in die tijd werkte Athanasius als bisschop van Alexandrië. Hij werd later heilig verklaard. Nu is het wel bekend, dat deze Geloofsvorm niet door de kerkvader zelf is opgesteld, maar wellicht enkele eeuwen later op zijn conto is gesteld. Dat betekent dus, dat nog in de zesde eeuw of daaromtrent deze ‘neerdaling’ geheel letterlijk werd opgevat, ook in de westerse kerk. Een uitleg a la de Heidelberger bestond in de westerse traditie der Middeleeuwen dan ook nauwelijks.

In de kerken van het Oosten, de Orthodoxie, is die oude belijdenis gehandhaafd. Iconen getuigen ervan, hoe Christus - dogmatisch gesproken als eerste trap van Zijn verhoging - in de hel af daalt en daar de helse draak vertrapt. Hij zegeviert alzo over dood en hel en verrijst op Paasmorgen in volle glorie. Van een soort symbolische nederdaling - ‘helse pijnen geleden, heel Zijn aardse leven, maar vooral aan het einde daarvan’ - heeft de Orthodoxie ruwweg gesproken geen weet.

De hel is de aarde
Nu verscheen, kort na ons vorige artikel, in De Waarheidsvriend, het weekblad van de Gereformeerde Bond in de Nederlandse Hervormde Kerk, een artikel van de Zuid-Afrikaanse Dr. A.H. Boogaards over ditzelfde geloofsartikel. Dr. A.H. Boogaards uit Daniëlskuil zag wel in, dat de uitleg van de Heidelberger problemen geeft. Toch wil hij goed gereformeerd blijven en in deze Calvijn èn de Duitse Catechismus niet afvallen. Hij benadrukte in zijn artikel, dat Christus’ nederdaling als belijdenis geheel overeind moet blijven staan.
De spits van zijn uitleg was echter iets anders dan die van de Heidelberger: zeker heeft de Heiland heel Zijn leven, en vooral aan het eind daarvan, op helse wijze geleden en is Hij onder helse pijnen en Godverlatenheid gestorven, maar Boogaards ziet het zo: die ‘nederdaling’ slaat niet op een hellevaart zoals in de Orthodoxie wordt beleden, maar op het afdalen naar deze lage aarde. Het verlaten van Gods hemel, het bij Zijn Vader vandaan gaan en Zich naar de gevloekte aarde begeven: dat is in de uitleg van Boogaards de échte nederdaling ter helle van Christus. De predikant wil het Apostolicum èn de Heidelberger beide volledig recht doen en komt tot een - in mijn ogen nóg meer gewrongen - uitleg van dit artikel die deze oertekst uit de vroege kerk in mijn opvatting juist helemaal geen recht doet.

Luther contra Calvijn
Natuurlijk heeft de Heidelberger gelijk, dat Christus’ omwandeling op aarde ten diepste een lijdensweg was. Dr. Boogaards heeft gelijk, dat Christus’ vrijwillig af dalen naar een wereld onder de vloek, bij Zijn Vader in de zalige gewesten vandaan, een ‘hels’ gebeuren is geweest, helser dan wij ooit kunnen peilen. Maar dit alles staat niét in ons aloude Apostolicum, al is dat dan niet door de apostelen zelf opgesteld.
De kerk van het Westen, met name in het voetspoor van Calvijn, heeft altijd die afdaling van Christus in de hel of het dodenrijk, om daar de satan definitief te overwinnen, ontkend door er een - reeds taalkundig onlogische - draai aan te geven. Waarom zou men dan die andere heilsfeiten in de Twaalf Artikelen wèl letterlijk verstaan, maar dit ene geloofsstuk, ingekapseld tussen gestorven, begraven èn opgestaan en opgevaren, met een speciale uitleg te lijf gaan?

Is de Oosterse Orthodoxie in dit opzicht ketters? Welnee; ook hervormer Maarten Luther en de lutherse theologen volgden min of meer dit spoor. Voor Luther was de nederdaling wèl letterlijk te nemen. Opmerkelijk is dan ook, dat kort na zijn tijd in Heidelberg de gereformeerde theologen het voor het zeggen kregen en met deze oneigenlijke uitleg kwamen.

Brief van Boogaards
Ik heb over deze zaken - mede aan de hand van mijn artikel in PN van oktober 1999 - gecorrespondeerd met dr. Boogaards. Hij schreef mij daarover terug en ik geef de inhoud van zijn brief vertaald en hier en daar samengevat weer. Dr. Boogaards reageerde, na verteld te hebben dat hij uit een (synodaal) Gereformeerd Nederlands gezin stamt dat na de oorlog naar Zuid-Afrika emigreerde, aldus:

Als ik u goed begrijp wilt u het zo zien dat we in de nederdaling ter helle van Christus een leeruitspraak van de Vroege Kerk hebben, die letterlijk - Christus is volgens de Vroege Kerk letterlijk in de hel of het dodenrijk neergedaald - moet worden opgevat. U meent, dat de voorafgaande heilsfeiten/artikelen letterlijk zijn bedoeld en dat dit met dit artikel dus ook het geval zal zijn. Daarop wil ik dan antwoorden, dat ook mijn artikel neerkomt op een letterlijke uitleg: onze Here is letterlijk uit de hemel neergedaald en heeft hier op aarde de toorn van God (dat is de hel) gedragen. Zijn nederdaling naar de aarde om het oordeel van God te dragen was een letterlijk neerdalen naar de hel’.

‘U meent ook dat er kerkhistorische gronden zijn voor het argument dat het in bedoeld artikel van het Apostolicum gaat om een letterlijk afdalen in de hel of het dodenrijk. Ik weet niet precies hóe u dit bedoelt, maar in de Gereformeerde Kerken van Zuid- Afrika (GKSA) wordt het argument gehanteerd dat uit het commentaar van Rufinus op het Apostolicum blijkt, dat met ‘hel’ eerder ‘het rijk van de doden’ wordt bedoeld. Later heeft de opvatting post gevat dat onze Here letterlijk naar de hel als een feitelijke plaats is afgedaald toen Hij stierf. De kerk- en dogmenhistorische argumenten staan echter niet sterk, om de doodeenvoudige reden dat wij niet weten wat de eerste opsteller van het artikel over het nederdalen daarmee heeft bedoeld’.

Wat zegt de Schrift?
‘Mijn eigen standpunt in dezen is (aldus Boogaards) het volgende. De belijdenis, óók de belijdenis over de nederdaling, bestaat niet slechts uit historische stukken (die alleen maar zijn voortgekomen uit de geschiedenis). Integendeel, de belijdenis is uit de Schrift voortgekomen. Daarom moet de belijdenis niet worden verklaard uit of in het licht van de bedoeling van de opsteller of overeenkomstig de theologie van die tijd, maar de confessie moet gelezen en verklaard worden in overeenstemming met en in het licht van de betekenis van de Schrift’.

‘Dit is wat ik het meest mis in artikelen en boeken over de nederdaling: de beoordeling vanuit de Schrift. De Schrift alleen moet ook over dit artikel beslissen. Daarom zou ik graag eens een behoorlijke exegetische, heilshistorische studie zien vanuit de Bijbel. Volgens mij kan zo’n artikel (zoals Calvijn en Ursinus het begrepen hebben, moet ik misschien zeggen) woord voor woord op de Schrift worden gebaseerd. En daarom behoort elk woord ervan te blijven staan’.

Aldus deze sympathieke reactie van de Zuid- Afrikaanse Gereformeerde predikant. Toch bevredigt zijn (voorlopige, zo blijkt wel) verklaring niet echt, omdat ook hij om de letterlijke uitleg van het Apostolicum heendraait. Wij zouden niet weten wat de opsteller met deze formulering bedoeld heeft? Dat geldt dan toch ook voor alle andere artikelen. Ik geef Boogaards toe, dat de opvatting van de Orthodoxie over Christus’ afdalen in de hel niet letterlijk in de Schrift aanwijsbaar is.

Christus als St. Joris?
Maar dan zou het beter zijn om dat artikel maar uit het Apostolicum te schrappen en eventueel Elf Artikelen over te houden, als het inhoudelijke ondeugdelijk is? Belijdenissen zijn de Schrift zelf niet. Ze kunnen aangevuld of herschreven worden; accenten kunnen in onze tijd anders gelegd worden. Het gaat mij er ook niet om dat wij per se de Oosterse Orthodoxie moeten napraten en van nu voortaan Christus in de hel moeten beschouwen als de Drakendoder die aan St. Joris voorafging.
En de spitse uitleggingen van de Heidelberger en van ds. Boogaards uit Daniëlskuil (een prachtige plek om die als herder en leraar te dienen!) hebben hun eigen gelijk, naar de Schriften. Waar het mij wel om ging is dit: je moet een wel degelijk letterlijk bedoeld geloofsartikel uit de Vroege Kerk, dat nog elke zondag in de kerken der calvinistische Reformatie wordt beleden, niet proberen om te buigen vanuit je eigen gereformeerde theologische vooronderstellingen.
Omdat wij met die letterlijk beleden nederdaling ter helle van het Apostolicum en van de zogeheten Geloofsvorm van Athanasius niet uit de voeten kunnen nemen we onze toevlucht tot een verklaring die zij in elk geval niet hebben bedoeld, hoe juist die uitleg op zichzelf ook moge zijn. Dat acht ik niet juist.

Het rijk van de dood
Dan kunnen we beter de - wellicht ook taalkundig aanvaardbare - vertaling ‘nedergedaald in het rijk van de dood’ gaan gebruiken. Daarmee zeggen we dan alleen, dat Christus na Zijn kruisdood werkelijk als gestorvene, niet als schijndode, in het graf is gelegd. Hij is dan ‘slechts’ dood geweest, terwijl de Kerk van het Oosten meent, dat Hij in die helse plek de satan verslagen heeft. Ook dat is niet tegen de Schriften. Al zie ik met dr. Boogaards graag een artikel tegemoet waarin op deze zaken uitvoeriger zal worden ingegaan. We houden u op de hoogte.

H.H.J. van As te Apeldoorn

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.