+ Meer informatie

HIJ-IS-ER-BIJ

3 minuten leestijd

De bekende gereformeerde emeritus-predikant dr. B. Wentsel heeft al eerder de ongelooflijke prestatie geleverd door een lijvige Dogmatiek in maar liefst zeven dikke delen te schrijven (1981–1998). Nu heeft hij dit werk nog eens samengevat in twee banden. Men doet het boek echter geen recht, als men het enkel een samenvatting zou noemen. Hij heeft niet alleen sindsdien verschenen literatuur verwerkt, maar het geheel ook nieuw opgezet, door zijn doordenking van de geloofsleer af te stemmen op de veranderde situatie na 11 september 2001. De ontmoeting met de islam is in deze tweedelige uitgave een centraal oogmerk. Typerend daarvoor is ook, dat de datering consequent in christelijke en moslimtijdrekening plaatsvindt. Merkwaardig genoeg is de joodse kalender niet verwerkt, ondanks dat de titel van het boek is ontleend aan het Oude Testament — de woorden waarmee de HERE in Exodus 3 Zichzelf aanduidt: ‘Ik ben die Ik ben’. Kan men het gesprek met de islam zoeken, en aan Israël voorbijgaan?

Wentsel acht de benadering van de islam als ‘neven-religie’ het ‘meest aanbevelenswaardig’ (1,59). Christendom en islam staan volgens hem naast elkaar, en zijn aan elkaar verwant. Geloof, respect en liefde zijn de ‘pijlers voor geloofsbruggen’, die nodig geslagen moeten worden. Christenen en moslims raken steeds meer op elkaar aangewezen in onze samenleving. Wentsel bedoelt met dit alles geenszins de verschillen te veronachtzamen, en het getuigenis naar de achtergrond te laten gaan. Nee, ‘christenen begeren niets anders dan om moslims te bereiken en te verrijken omdat Hij hen heeft bereikt en verrijkt met zijn reddende liefde in Jezus Christus.’ (1, 59)

In een christelijke geloofsleer — zeker ook in het gesprek met de islam — komt het dan bijzonder aan op de leer van het verbond. Inzake het ‘werkverbond’ merkt Wentsel op: ‘de term (…) beklemtoont de noodzaak om door eigen inzet te slagen krachtens Gods belofte. (…) Het oergebeuren is niet voor herhaling vatbaar. Niemand krijgt ooit meer zulke gouden kansen’ (I, 443). Zulke formuleringen zijn op zijn minst ongelukkig te noemen. Zeker, Wentsel houdt vast aan de bijbelse verkondiging aangaande schepping en val. Maar we zijn toch in een heel andere gedachtenwereld dan die van de Nederlandse Geloofsbelijdenis, die spreekt over het ‘gebod des levens’, dat God in Genesis aan Adam en Eva oplegt. Is het ooit zó geweest, dat er een ‘noodzaak’ was ‘om door eigen inzet te slagen’? Zeker, Wentsel voegt eraan toe: ‘krachtens Gods belofte’. Maar het gaat volgens hem toch om ‘kansen’. Is het ‘werk’ dat de HERE van de mens vraagt niet om geheel en al te leven uit zijn belofte, en Hem het goede werk in ons te laten verrichten? Is dit niet het getuigenis, dat naar de moslim moet uitgaan?

Helaas wordt het boek ontsierd door onzorgvuldigheden. Twee daarvan:bij Martin Heidegger staan geboorte- en sterfjaar van W. Dilthey (1,113). En Jürgen Moltmann is geen leerling van Karl Barth (in 1964 hadden ze elkaar nog nooit ontmoet). Jammer is dat, want één ding staat vast: dat dr. Wentsel ons met dit boek uitdaagt om met open ogen dogmatiek te beoefenen!

N.a.v. dr. B. Wentsel, HIJ-IS-ER-BIJ. Handboek bijbelse geloofsleer, deel 1 & 2. Uitg. Kok Kampen 2006, 746 & 792 blz., € 125,=.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.