+ Meer informatie

Het C.O.G.G. en het Getuigenis

9 minuten leestijd

Wat doet het C.O.G.G. ?

De letters C.O.G.G. komen niet zoveel in de bladen voor, dat ieder wel zou weten wat eronder verstaan wordt en het daarom overbodig zou zijn de naam voluit te schrijven. Er gaat geen jaar voorbij, of er is een bepaalde activiteit van het C.O.G.G. te vermelden — in de regel wel belangrijk, maar niet opzien barend. (Wie er meer van weten wil, neme kennis van de brochure: „Wat wil het C.O.G.G. ?”, die te verkrijgen is bij de secretaris, ds. J. H. Velema te Apel doorn).

Sinds 1957 zijn er geregeld samenkom sten gehouden van leden, meest ambts dragers, van de Chr. Ger. Kerken, de Ger. Kerken, de Ger. Kerken (vrijge maakt), de Ger. Bond en de Ger. Ge meenten in Ned. en Noord-Amerika, met de bedoeling contact te oefenen met elkaar, opdat de kerken of groeperingen „elkaar beter leren verstaan, elkaar aan spreken op de basis van Gods Woord en de Drie Formulieren van Enigheid en op deze wijze dichter tot elkaar komen”. CO. betekent: Contactorgaan.

Met de andere twee letters (G.G.) wordt de Gereformeerde Gezindte aangeduid, waartoe allen zich rekenen die bij dit contact betrokken zijn. Dat wil niet zeg gen, dat zij het alleen zijn. Het C.O.G.G. heeft in zijn statuten ruimte gelaten voor vertegenwoordiger van andere sec toren van de Gereformeerde Gezindte. Wij zouden kunnen denken aan figuren uit de Confessionele Vereniging.

Wat het Contactorgaan van de Gerefor meerde Gezindte zich voorstelt, wil het vooral bereiken door vergaderingen en conferenties.

Op de vergaderingen die in kleinere kring gehouden worden, komen dikwijls onderwerpen aan de orde waarover ver schillend gedacht wordt, maar die voor de prediking van direct belang zijn, zo als het genadeverbond en de weg tot Christus. Soms zijn het de vragen die verband houden met de kerkelijke ver deeldheid, zoals de koers van de Ger. Kerken of de positie van de Ger. Bond. De meeste bekendheid krijgt het C.O.G.G. door de conferenties op Woudschoten, die eerst om de twee jaar gehouden wer den en nu ieder jaar. In 1968 refereer den drs. A. Noordegraaf en prof. dr. ir. H. van Riessen over: „De mondige chris ten in een mondige wereld”, in 1969 dr. R. H. Bremmer over: „Het Schriftge zag”, in 1970 dr. W. Aalders over: „Het Koningschap van Christus” en vorig jaar dr. W. H. Velema over: „Mens in Gods wereld”.

Bij de discussie in groepen, die aan de gedachtenwisseling in de conferentiezaal voorafgaat, kan ieder een bijdrage aan het geheel leveren door vragen te stel len, zijn mening onder woorden te bren gen of te vertellen, hoe men in zijn kerk of groepering tegenover de dingen staat. Er komen niet alleen theologen aan het woord.

De conferenties van het C.O.G.G. bieden mogelijkheden om elkaar te ontmoeten, te leren kennen en te gaan waarderen.

Wat bedoelt het Getuigenis ?

Wat waren de reacties op het Getuige nis van oktober 1971 uiteenlopend ! De opstellers zullen dat wel hebben voor zien, want als men ingaat tegen de mo derne stroming die in de theologie en in de kerken hoe langer hoe meer in vloed heeft gekregen, zijn velen daar bijzonder dankbaar voor, terwijl ande ren zich daaraan ergeren. De polarisa tie is in volle gang.

In het Getuigenis worden de tegenstel lingen scherp en eerlijk aangewezen. Een van de opponenten, prof. dr. H. Berkhof, vond dat het een sfeer van verdachtmaking schiep: „Het geheel is geschreven in een harde en stellige toon, die de kern van onze geloofscrisis niet raakt en twijfelenden niet bemoedigt maar afstoot”. Hij tracht het Getuigenis psychologisch te verklaren. In de alge mene crisis waarin wij verkeren, wordt men zenuwachtig en beschuldigt men elkaar.

Deze beoordeling bewijst dat niet ieder die oordelen kan, in het Getuigenis de toon heeft gehoord van bewogenheid en bezorgdheid vanwege de huidige ontwik keling. En dat terwijl in het toelichtend schrijven sprake is van kerken die in nood verkeren, en gezegd wordt dat het Getuigenis een positief woord bedoelt te zijn, pro het geloof van de Kerk aller eeuwen en dus in letterlijke zin een pro test en dat daarom afgewezen wordt wat dit geloof door eenzijdigheden of zelfs ontkenningen ondermijnt.

In het stuk zelf wordt de situatie zo getekend: „In deze jaren moet de ge meente haar geloof trachten te bewaren in een kerk, waarin de prediking op vele plaatsen aan de twijfel de voorkeur geeft boven de zekerheid, aan de dis cussie boven de leer, aan menselijke op vattingen boven het getuigenis van de Heilige Schrift en aan scepticisme boven een duidelijk onderricht in de waarheid van Christus”. Dit getuigenis is nood zakelijk geworden, omdat de prediking en theologie van velen niet meer ten doel hebben dezelfde bijbelse dingen van het Evangelie anders te zeggen met het oog op de nieuwere vragen van de tijd, maar om geheel andere en nieuwe din gen te zeggen, waarin de boodschap van het Woord van God niet meer door klinkt.

Het loont de moeite om na te gaan, wel ke theologische ideeën worden bestre den, maar dat voert ons nu te ver. De namen van Fiolet, De Pree en Krop kan men tussen de regels door lezen, al wor den er met opzet geen namen in ge noemd. Maar er is ook aan anderen ge dacht. Men heeft de kerk meer voor ge varen willen waarschuwen, dan dat men iemand persoonlijk wilde aanvallen.

Enkele hoofdzaken:

1. De liefde tot God en de liefde tot de naaste vallen niet samen, zodat men het Evangelie niet in medemenselijkheid mag laten opgaan;

2. De rechtvaardiging van de godde loze gaat aan de heiliging en de goede werken vooraf. Christelijk geloof leeft van onverdiende genade van God en niet van menselijke prestaties;

3/4. Vleeswording, kruis en opstanding van Jezus Christus zijn en blijven de onwrikbare, objectieve fundamenten van het christelijk geloof. Geen verpolitise ring van de verzoening, alsof het alleen zou gaan om de verzoening tussen men sen en volken. De betekenis van het kruis wordt miskend, als het een sym bool wordt van alle menselijk leed en onrecht in de wereld;

5/6. De opstanding van Christus is een goddelijk heilsfeit en het heil komt van God als een wonder van Zijn genade. Er is geen sprake van dat wij Christus tot opstanding zouden moeten brengen door onze activiteit. Het heil van God komt niet tot ons door de evoluties en de revoluties van de geschiedenis, maar in en door het heilshandelen van God;

7. Het christelijk geloof is in de eerste plaats een persoonlijke zaak van we dergeboorte, geloof en bekering. De zon de is ook allereerst een persoonlijke aan gelegenheid en eerst daarna een collec tieve.

Dit alles wordt in het Getuigenis fun damenteel genoemd. Het heeft de ge meente van Jezus Christus eeuwenlang gedragen in haar leven en arbeid. Het dient ook nu beleden te worden tegen over alle aanvechtingen van deze tijd.

Woudschoten - april 1972

Het was een goede gedachte om een conferentie van het C.O.G.G. te wijden aan het Getuigenis. Men kon zich af vragen, of het een half jaar na verschij ning nog een plaats op de agenda ver diende, maar zowel uit de weerklank die het vond, als uit het verzet waarop het stuitte, bleek dat er nog genoeg over te zeggen was.

Aanvankelijk zou prof. dr. A. F. N. Lek kerkerker het gesprek inleiden. Toen hij verhinderd was, deed prof. dr. H. Jonker uit Utrecht het. Hij was bij de opstel ling direct betrokken.

Jonker wees erop dat het Getuigenis in gaat tegen het tweedimensionale levens besef, waarbij het alleen maar gaat om de verhouding van mens en wereld.

Het Getuigenis komt ertegenop, dat God in de immanentie wordt getrokken, zoals velen dat willen, vooral sinds de tijd dat Robinson zijn „Honest to God” publiceerde (1963). Men zoekt God in de verhouding tot de naaste; Hij komt aan het woord in de veranderende struc turen van de samenleving; geloof is een wijze van leven, liefde, geduld, vrijheid, moed om te zijn enz.

De mensheid van Christus ontvangt alle nadruk, maar ten koste van Zijn god heid. Onder invloed van de Joodse den ker Buber zien velen Hem als onze grote Broeder. Anderen maken Jezus van Na zareth tot een revolutionaire held.

Men stelt in verband hiermee het doen van gerechtigheid in de plaats van het geloof in de gerechtigheid van God die in Christus is geopenbaard. Men laat een ideologie — gedacht werd met name aan de politieke theologie — heersen over het Woord van God.

Prof. Jonker liet dus de betekenis van het Getuigenis zien tegen de achtergrond van de opdringende moderne theologie. Het was niet te verwachten dat er in de kring van de conferentie ernstige be zwaren zouden zijn tegen de inhoud van het Getuigenis. De meeste kritische vra gen en opmerkingen kwamen van de zijde van de deelnemers uit de Ger. Ker ken — voor een deel echter in voor zichtige en bedekte termen, zoals b.v.: Wat is er voor de christen concreet te verwachten van het Getuigenis ? Moet het geen vervolg hebben en zijn sommi ge afwijzende reacties niet veroorzaakt door een bepaalde eenzijdigheid in het Getuigenis zelf ?

De referent gaf toe, dat met het Getui genis van 1971 niet het laatste woord gesproken was. Het is de bedoeling van de opstellers om nog in dit jaar verder op de problemen in te gaan.

Door ds. J. H. Velema, die de tweede dag de vergadering leidde, werd de mo gelijkheid genoemd, dat de conferentie adhesie zou betuigen aan het Getuige nis. Niemand was daarop tegen !

Men had kunnen tegenwerpen, dat het eigenlijk een hervormde aangelegenheid leek. De opstellers behoren allen tot de Ned. Herv. Kerk. Daar zou echter tegen over gesteld zijn dat de zaak ons allen aangaat.

Op deze conferentie leefde het besef, dat wij elkaar nodig hebben. De gevaren die het christelijk geloof thans bedreigen, moeten ons ertoe dringen om zoveel mo gelijk één lijn te trekken.

Toch moet een echt geestelijke verbon denheid een diepere grond hebben. Ook afgedacht van de situatie waarin de kerk in deze tijd verkeert, hebben wij naar Gods Woord en krachtens onze gemeenschappelijke belijdenis de roeping om te staan naar eenheid.

Zijn wij in de jaren dat het C.O.G.G. bestaat, verder gekomen op de weg naar elkaar ?

Hoewel het meemaken van de conferen tie van Woudschoten in april 1972 een bemoedigende ervaring was, durf ik dat niet te zeggen. Daar is meer voor nodig dan contacten, conferenties of samen sprekingen.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.