+ Meer informatie

Borgers: Samenwonen is devaluatie van gebod

Prof. Runia wil bezinning op kerkelijke inzegening relatie

5 minuten leestijd

KAMPEN — Het kerkelijk inzegenen van de relatie van twee samenwonende partners is voor mij gelijk aan het kerkelijk sanctioneren daarvan. Wie dit doet, breekt met het gezag van de Bijbel. Dat is de reactie van de gereformeerde emeritus predikant ds. D. H. Borgers uit Den Ham op het 'voorzetje' in het Centraal Weekblad van de Kamper hoogleraar dr. K. Runia betreffende een mogelijke kerkelijke inzegening van samenwoningsrelaties.

„Berouw is waarschijnlijk een wat te zwaar geladen woord, maar iets daarvan zal in het pastorale gesprek dat voorafgaat aan een huwelijk van samenwonenden toch moeten doorklinken", zegt ds. Borgers. De praktijk van het samenwonen is volgens hem vreemd aan het bijbelse gebod. De kerk moet zich daarom dan ook niet aanpassen aan moderne situaties, maar het huwelijk blijven verdedigen als „een van God gegeven unieke relatie".

Ook als „noodoplossing" of als „huwelijk op lager niveau" is de samenwoningsrelatie voor ds. Borgers onbestaanbaar. „De kerk moet klip en klaar verkondigen dat ze het hiermee niet eens is en ook nooit eens kan worden. Wanneer twee eerder samenwonende partners vragen om de kerkelijke bevestiging van hun huwelijk zal het ook voor hun kerkeraad duidelijk moeten worden dat zij tot verandering van inzicht zijn gekomen".

Niet doorsudderen

Prof. Runia, die naast zijn hoogleraarschap in Kampen ook hoofdredacteur is van het Centraal Weekblad, vindt dat niet-huwelijkse relaties niet maar wat moeten „doorsudderen" onder het oogluikend toezien van de kerk. Dat betekent naar zijn zeggen niet dat de kerk zich dus maar helemaal aanpast aan de algemene moraal, maar dat ze nieuwe gewoonten op een verantwoorde manier gaat begeleiden.

In eigen huis zegt de hoogleraar, die zelf samenwonende kinderen heeft, de praktijk van het samenwonen overigens nooit te hebben toegestaan. Wel vindt hij dat van kerkelijke tucht moet worden afgezien. „Ik zou de beide partners liever willen aanspreken op hun leven in deze bepaalde situatie, en dan niet alleen op de wederkerigheid maar ook op de duurzaamheid van hun relatie ingaan. Je hoort elkaar lief te hebben, maar je moet elkaar ook trouw zijn".

Discussienota

Prof. Runia constateert verder dat samenwonen voor vele jongeren bijna vanzelfsprekend is geworden. „Iedereen doet het, buiten en binnen de kerk", zo zegt hij. Oneens is hij het met hen die samenwonen en huwelijk in feite op één lijn zetten. „Ik denk nog altijd dat dit niet de bedoeling van de Heere God is geweest. In de Bijbel is het huwelijk altijd het uitgangspunt voor seksuele relaties".

Als een van de bezinnende initiatieven op dit terrein noemt de hoogleraar een recente discussienota over dit onderwerp, die tot stand kwam in SoW-verband. Hij zegt zich af te vragen of men ook zo ver moet gaan dat ook de relatie tussen homoseksuele en/of lesbische paren moet wordt ingezegend, „maar het is, gezien het steeds vaker voorkomend verschijnsel van samenwonen, in ieder geval gewenst dat de kerk nieuwe wegen zoekt waarop ook in deze situaties mensen vrolijk kunnen voorttreden, onder Gods Zegen (Gezang 429)".

Barmhartig

De hervormde predikant ds. L. M. Vreugdenhil uit Vriezen veen, die de nota in het kerkelijk orgaan "Woord en Dienst" bekritiseerde, vindt dat de kerk te allen tijde moet vasthouden aan het bindend karakter van het huwelijk. Positief vindt hij dat door prof. Runia de aandacht voor de duurzaamheid van de relatie onder de aandacht wordt gebracht. Maar deze duurzaamheid is naar de mening van de Vriezenveense predikant het beste verwoord in de huidige huwelijkswetgeving.

Het doen van openbare schuldbelijdenis gaat ds. Vreugdenhil „duidelijk te ver". Wel zegt hij in de prediking en in de voorbede „op een niet al te opvallende manier" te verwoorden dat alleen het huwelijk voor God te verantwoorden is. Verder pleit hij evenals ds. Borgers voor een „pastorale en ook barmhartige" benadering.

In alle vijf de wijkgemeenten in Vriezenveen blijkt de problematiek in de huwelijkscatechese aan de orde te komen. Maar ook getrouwden zouden er volgens ds. Vreugdenhil over moeten gaan nadenken. „Hoe gaan wij, ook orthodoxen, in de praktijk met samenwonenden om. Een afkeuring is gemakkelijk, maar geven de getrouwden van nu nog wel het goede voorbeeld?"

Nieuw formulier

Prof. Runia verwijst onder meer naar een recent artikel van mr. dr. C. J. Verplanke in De Wekker, het officiële orgaan van de Christelijke Gereformeerde Kerken. Deze noemt als mogelijkheid de samenstelling van een aangepast liturgisch formulier. Dit zou gebruikt kunnen worden als de kerkelijke zegen wordt gegeven aan „hen die aan de huidige (bijbelse) vereisten voor een burgerlijk huwelijk voldoen, maar die om de een of andere, de kerk overigens niet regarderende reden willen gaan samenwonen, zonder tot een burgerlijk huwelijk te komen".

Een dergelijke regeling zou, zo schrijft mr. Verplanke, wellicht de voorkeur verdienen boven de huidige kerkelijke praktijk. Nu blijkt de kerk volgens hem eigenlijk niet goed raad te weten met ongehuwd samenwonende leden of met het inzegenen van een huwelijk van hen die al geruime tijd samenwonen. „Ze doet alsof haar neus bloedt en gaat dan later, zonder nog langer over de zaak te praten, rustig over tot de kerkelijke bevestiging van het huwelijk, ook al hebben deze mensen dan jaren samengewoond". Mr. Verplanke zegt in De Wekker overigens nadrukkelijk het burgerlijk huwelijk als de juiste weg te zien.

Prof. dr. W. van 't Spijker, hoofdredacteur van De Wekker, wil niet direct op de uitlatingen van mr. Verplanke ingaan. De problematiek is volgens hem zo oud als de kerk zelf, maar ligt naar zijn mening te gevoelig om er voor de vuist weg op in te gaan.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.