+ Meer informatie

Vad erlandse Geschiedenis

5 minuten leestijd

De laatste levensjaren waren voor Maurits niet de gelukkigste. Gelijk hij vroeger voorspeld had, was onze militaire kracht er in de bestandsjaren niet op vooruitgegaan. En dan de oorlogsbrand in de duitse landen, die ook ons bedreigde.

De oorlog werd slap gevoerd. Toch moest de Prins op zijn hoede zijn, vooral voor Spinola. Hendrik van den Berg wist Gulik te pakken te krijgen, Spinola veroverde Goch en Steenbergen. Men lette op de ligging van deze plaatsen; de bedoeling was natuurlijk onze grenzen aan die zijde te doorbreken. Maar de aanval van Spinola op Bergen op

Zoom (1622) mislukte. Het was een sterke stad en Maurits had zijn tegenstander daar niet verwacht; hij had een inval in het oosten verwacht. Met spanning zag men toe, hoe dat af zou lopen. Valerius dichtte toen het bekende lied: „Merck toch hoe sterek", met de mooie regels: „Berg op Zoom hout u vroom (= dapper), Stut (= stuit) de Spaensche scharen."

De Prins wist de vijand gelukkig te verdrijven. Geen wonder, dat de Staten-Generaal een algemene dankdag uitschreven. Het gevaar was dichtbij geweest.

Maurits besloot 1111 een aanval op Den Bosch te doen. Mislukt. Thans was Antwerpen aan de beurt (1623). De tocht was zo goed voorbereid, dat Maurits, te Dordrecht afscheid nemend van de Staten-Generaal, zei: „Bidt God voor onze onderneming, Hij alleen kan ze doen mislukken, anders heb ik de uitslag zo zeker in mijn macht, als de hand die ik U reik." Maar storm en sneeuwjacht maakten het overbrengen der troepen met de schepen onmogelijk. E11 het scheelde weinig, of de Prins en Frederik Hendrik waren verongelukt.

rik Hendrik waren verongelukt. Verder was het erg onprettig voor Maurits dat Spinola zijn erfgoed Breda belegerde en innam.

Maar dit alles haalt niet bij het feit, dat men hem in 1623 trachtte te vermoorden. Er had zich een complot gevormd van remonstranten en roomsen, aan het hoofd waarvan Willem van Stoutenburg, de jongste zoon van Oldenbarnevelt stond. Ook een predikant, Slatius was van de partij.

Men had opgemerkt, dat, als Maurits naar zijn stallen te Rijswijk ging, de pages in de nabijheid ervan de koets verlieten, om langs een voetpad er heen te gaan.

Hier zou de overval plaats hebben. Men had enkele matrozen, onder wie Jan Faassen, gehuurd, om, zoals men hen wijs maakte, een aanslag te doen ten dienste van het vaderland. De mannen vertrouwden de zaak niet. Ze meenden: dan zou de Prins er wel meer van weten en zij vroegen gehoor. Maar de Prins wist van niets; begreep echter alles en nam zijn maatregelen.

Reinier van Groenevelt, de oudste zoon van Oldenbarnevelt die het nodige geld voor de onderneming had voorgeschoten, (hij was de minst schuldige), vluchtte, als visser verkleed naar Texel, om van daar naar Engeland over te steken.

Hij wercl echter gegrepen en stierf op liet schavot.

Willem van Stoutenburg wist te ontkomen naar de Zuidelijke Nederlanden, werd rooms en ging in de dienst van aartshertogin Isabella. Slatius was waarlijk een ridder van de droeve figuur. Op zijn vlucht naar het buitenland in een drents dorpje gekomen, liep hij door zijn onrustig geweten in de gaten, werd gegrepen en met nog een stelletje hoofddaders ter dood gebracht.

De matrozen werden om hun vaderlandslievende houding bevorderd tot scheepsluitenants, kregen van de Staten-Generaal en van Maurits rijke beloningen; terwijl de Heere werd gedankt voor de redding van de Prins.

Men zal echter wel begrijpen, hoe zo iets Maurits aangreep.

Twee jaar later, op 23 april 1625 is hij gestorven. Aan zijn sterfbed vertoefde ds. Bogerman, om hem 111 zijn laatste uren bij te staan. Deze predikant getuigde „dat de Prins was heengegaan enkel op de verdiensten van Jezus Christus en Die gekruist."

Hij bereikte de leeftijd van 58 jaar. Zo was deze grote veldheer ons ontvallen en dat terwijl dreigende wolken zich aan onze oostergrenzen samenpakten. Het duitse Rijk en de franse Ligue (n.b. niet Frankrijk, maar de franse katholieke Bond) waren reeds in beweging gekomen en hadden ook, in bond met Spanje de vernietiging der ketterse Nederlanden op hun program staan.

Engeland bleef werkeloos en Frankrijk wilde wel helpen (het ging hier tegen de habsburgse macht), maar wist niet hoe.

Zo wordt ons de toenmalige situatie geschetst. Waarlijk een dreigende toestand. Maar God waakte over Nederland en Zijn Kerk.

De westindische Compagnie (W.I.C.)

Alvorens de tijd van Frederik Hendrik, de bekende Gouden Eeuw, te behandelen, willen wij het ontstaan der W.I.C. schetsen, die in deze tijd werd opgerieht; een zustermaatschappij Van de V.O.C. (= Verenigde oostindische Comp.) Reeds vóór het Bestand had koopman Willem Usselincx, een vurig calvinist, die om des geloofs wille uit Antwerpen was geweken en 1111 te Middelburg woonde, het plan geopperd naast de V.O.C. ook een W.I.C. op te richten.

Doel van deze onderneming moest zijn de Spanjaarden in de West te bestrijden en de heerschappij der geformeerde kerk aldaar te vestigen en uit te breiden.

Hij betoogde, dat een aanval op Spanje in de West voor dit rijk nog veel noodlottiger moest zijn, dan een aanval op de handel in de Oost.

De man had heel wat plannen. Maar hij had ook recht van spreken: hij bézat een hele handelsvloot en zijn schepen voerden een eigen vlag!

Wat hij dan wilde?

Ilij vroeg octrooi (= vergunning) van alleenhandel op de oost-en westkust van Afrika en op de oostkust van Amerika van New-Foundland tot Kaap Hoorn. (Men zie de kaart van de Atl. Oceaan.)

In Zuid-Amerika wilde hij calvinistische koloniën stichten, wier bewoners zich alleen met landbouw zouden bezighouden. Zij moesten producten telen voor het moederland, deze hier laten verwerken in de fabrieken en ze vervolgens verkopen aan de inlanders.

Maar van de uitvoering van dit plan kwam niets. Oldenbarnevelt werkte het tegen.

Het land daarginds was grotendeels in handen van Spanjaarden en Portugezen, die natuurlijk geen mededingers zouden dulden.

Bovendien er werd over de sluiting van een Bestand gesproken en de oprichting van zo'n Compagnie zou begrijpelijk een ernstig beletsel daarvoor zijn.

Neen, dat ging nu niet, volgens de Adv< )caat.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.