+ Meer informatie

Leesdiensten

5 minuten leestijd

3

In kerken van Gereformeerd belijden zijn er geen bisschoppen of superintendenten met bepaalde bevoegdheden over de gemeenten. Elke plaatselijke kerk heeft haar eigen zelfstandigheid, natuurlijk met inachtneming van het kerkelijk akkoord. Elke gemeente is gebonden aan Gods Woord, de belijdenis, de kerkorde en die bepalingen, die door de kerken worden vastgesteld.

Daarom moeten predikanten en ook ouderlingen en diakenen een formulier ondertekenen, waardoor zij verklaren in te stemmen met Gods Woord en de drie formulieren van enigheid. Het slot van deze verklaringen luidt als volgt: „Tenslotte beloven wij in alles te handelen naar de geldende Kerkorde en de verdere bepalingen en besluiten van de Christelijke Gereformeerde Kerken in Nederland.” Er wordt ook kerkvisitatie gehouden. Deze is geregeld in art. 44 van de kerkorde. Dit artikel luidt als volgt: „Ook zal de classis ten minste twee van haar meest ervaren en bekwame dienaren des Woords machtigen, om in alle kerken elk jaar kerkvisitatie te houden en alzo toe te zien, of de predikanten, ouderlingen en diakenen hun ambt getrouw waarnemen, bij de zuiverheid der leer volharden, de aangenomen kerkorde in elk opzicht handhaven en de opbouw van de gemeente, alsmede van de jeugd, naar behoren, zoveel hun mogelijk is, met woorden en werken bevorderen, opdat zij hen, die nalatig in het één of ander bevonden worden, bijtijds broederlijk vermanen en met raad en daad alles doen strekken tot de vrede, opbouw en welzijn der kerken. Iedere classis is bevoegd, zo zij dit wenst, het mandaat van deze visitatoren te verlengen, tenzij de visitatoren zelf, om redenen waarover de classis heeft te oordelen, verzoeken te worden ontslagen.”

In de praktijk worden doorgaans alle dienaren aangewezen, ook zij die nog maar kort in het ambt staan. Van een jaarlijkse visitatie komt niet veel terecht. De meeste predikanten zijn in de wintermaanden druk bezet en in de zomermaanden is het moeilijk visitatie te houden in verband met de afwezigheid van ambtsdragers door vakantie. Maar goed, de classis wijst telkens de predikanten aan en de gemeenten, die zij moeten bezoeken.

Het wordt de visitatoren gemakkelijk gemaakt, omdat er een lijst is van vragen, die moeten worden gesteld en die voorkomen in het reglement op de kerkvisitatie. Dit reglement is laatstelijk opnieuw vastgesteld door de synode 1965/’66.

Er was een rapport van de deputaten voor de uitgave van de Dordtse kerkorde. Bij de behandeling daarvan ter synode wezen de rapporteur en de voorzitter van deputaten erop dat deputaten de bestaande door vroegere synoden aanvaarde bepalingen en wijzigingen hebben samengevat, c.q. verwerkt in hun koncept. Ook verklaarden zij: „Wijzigingvan de kerkorde zelf is niet voorgesteld, behoudens enkele redaktionele zaken.”

De deputaten hadden bij verschillende instrukties en reglementen wijzigingen voorgesteld. Zo lezen we in hun voorstel ten aanzien van het reglement op kerkvisitatie o.a. het volgende:

„Gewijzigd worde

3. (in uitgave 12 sub a): Werden ijverige pogingen in het werk gesteld om een dienaar des Woords te beroepen, al of niet met behulp van de kas voor onderlinge bijstand ad art. 11 K.O.?

5. (idem 2 sub c): Worden uitsluitend predikaties gelezen van predikanten die tot de dienst des Woords in de Christelijke Gereformeerde Kerken in Nederland wettig geroepen zijn, c.q. van predikanten die gediend hebben in de kerken welker wettige voortzetting zij zijn?”

Een en ander was dus bedoeld als redaktionele wijziging. Dit schiep geen nieuw recht. Hoe zou dit ook mogelijk zijn in de vorm van vragen! Wijziging van het recht kan alleen plaats vinden, wanneer de kerken zich hebben kunnen uitspreken. Dat was bij deze wijziging niet het geval. Hier gaat het om een reglement dat de visitatie regelt, niet meeren niet minder. Verschillende vragen hebben een informatief karakter, b.v.: „Worden desamenkomsten der gemeente goed bezocht? Is er vrucht van de prediking?” Bij die vragen hoort ook de vraag omtrent de predikaties die gelezen worden.

Deze vraag wordt alleen in vakante gemeenten gesteld, niet in gemeenten, waar een predikant staat en waar toch ook soms betrekkelijk veel leesdiensten voorkomen, b.v. bij vakantie of ziekte van de predikant.

Stel u voor, dat de vraag een verplichting inhield om bepaalde predikaties te lezen, dan zou deze verplichting voor een gemeente met een predikant niet bestaan en wel voor een vakante gemeente. Zou een gemeente vakant raken, dan zou opeens deze beperking gelden, en wordt in de vakature voorzien diezelfde verplichting weer vervallen. Dus dan zouertweeerlei en wisselend recht zijn. Ieder begrijpt dat dit niet gaat.

Volledigheidshalve wijzen we er even op, dat er verschillende vragen worden gesteld, waaraan wel een kerkelijke bepaling ten grondslag ligt, maar deze vragen worden in alle gemeenten gesteld. Daarbij gaat het er over, of kerkelijke bepalingen en besluiten van classes en synoden worden nageleefd.

Het reglement regelt de visitatie en legt geen verplichtingen aan bepaalde gemeenten of kerkeraden op. Het komt ons voor, dat dit wel duidelijk is.

Daaruit vloeit dus de vrijheid van de kerkeraden voort om met inachtneming van de Schrift en belijdenis die preken te kiezen, die het meest geacht kunnen worden te strekken tot stichting van de gemeente.

We hoeven hier niets aan toe te voegen. Alleen dit:

De vrijheid moet en mag niet leiden tot willekeur. De keuze van preken moet met ernst en biddend en welbewust worden gedaan. En laten vakante en andere gemeenten dan niet vergeten de preken van dienaren, die vroeger ingang bij haar hebben gevonden en van hen, die nog in haar midden geliefd zijn.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.