+ Meer informatie

„We willen geen Friese of Waalse toestanden

Christen-democraten in Maastricht bepleiten tweetaligheid om afbrokkeling dialect te voorkomen

6 minuten leestijd

MAASTRICHT - Ondanks de aanwezigheid van talloze 'buitenlanders' op de terassen aan het Vrijthof, weerklinkt her en der het onvervalste Maastrichts. Nog spreken zelfs de stadsbestuurders thuis de eigen taal. Toch brokkelt het gebruik van het dialect langzaam af. Er wordt soms al wat neerbuigend gekeken in de richting van „het volk". De tweetaligheid van Nederlands derde congresstad wordt bedreigd. De CDA-top van Maastricht slaat de ontwikkelingen met lede ogen gade en gaat in de aanval.

„'t Is geen taaipurisme. We willen hier geen Friese of Waals/Vlaamse toestanden. Maar het automatisme dat het dialect van vader op zoon en van moeder op dochter gaat, is eruit. Het Maastrichts zal uit zichzelf niet overleven. En dat is wel wezenlijk voor het eigen karakter van de stad. Daarom willen wij een handje helpen". De fractievoorzitter van de grootste politieke partij in Maastricht, Theo Bovens, doet resolute uitspraken. Samen met vice-voorzitter Ralph Leenders ontwierp hij een reddingsplan voor de identiteit van zijn geboorteplaats. Behoud van de tweetaligheid, aandacht voor folklore en religie en invoering van Maastrichtkunde moeten de huidige ontwikkelingen een halt toeroepen.

Nederlands oudste bekende dichter, Henric van Veldeke, groeide op in deze omgeving. Veldeke, naar wie de Limburgse dialectvereniging is genoemd, leefde rond 1200 in de buurt van Maastricht en dichtte in „Limburgs getint Nedplands". Tot op heden is dit Limburgs, dat uit per plaats verschillende dialecten bestaat, blijven bestaan. Nög spreekt ongeveer twee derde van de provincie op de eerste plaats Limburgs.

Kooptoeristen

Toch neemt het gebruik van de dialecten enigszins af. Vooral Maastricht staat onder druk. In nog geen twintig jaar tijd is de hoofdstad uitgegroeid van 85.000 naar 115.000 inwoners. Maastricht heeft een universiteit en kent de laatste jaren vele Europese instellingen. De kooptoeristen uit België en Duitsland groeien ieder jaar in aantal.

Ook is de Limburgse hoofdstad ontdekt als de plaats die bij uitstek geschikt is voor een congres. Na Utrecht en Den Haag worden er de meeste congressen in ons land gehouden. Voor de tweede maal staat ook een Europese top op stapel. Dat alles heeft gevolgen voor de eigen identiteit van de in Europees opzicht bijzonder aantrekkelijk gesitueerde stad aan de Maas.

Bovens: „Je merkt het in je contacten als raadslid, uit ingezonden brieven in de locale bladen, uit reacties van bewoners. Steeds weer krijg je opmerkingen dat zij wel de lasten, maar niet de lusten plukken van de groei, 's Zomers trekken steeds meer mensen naar elders. Als de bewoners het zelf niet meer prettig vinden in hun eigen woonplaats, is er toch wat aan de hand. Maastricht is Maastricht niet meer, zo beluister je".

„Bezette stad"

Die indruk werd vorig najaar bevestigd door een groot artikel in een opinieblad dat handelde over de „bezette stad". Geluiden dat de Maastrichtenaren door de toestroom van mensen uit de Randstad —die met de beste banen aan de haal gaan- niets meer over hun eigen stad te vertellen hebben, werden aan het papier toevertrouwd. Hoewel Bovens en Leenders zich MAASTRICHT toestanden". f°^° Media Press fel verzetten tegen een tweedeling, hebben ook zij de nodige kritiek. „Als je hier woont, ben je Maastrichtenaar. Maar het is bepaald niet plezierig dat een flink aantal ambtenaren het dialect niet meer verstaat. Dat leidt tot problemen aan de balies. Wanneer ambtenaren uit het noorden afkomstig zijn, dien je volgens ons de taal in ieder geval passief te verstaan. Er zijn daarvoor uitstekende cursussen. En als je dat per se niet wenst, moet dat bij de sollicitatiegesprekken aan de orde komen. Dan heb je niet de juiste mentaliteit om hier te wonen".

Discussies in de raad over de toekomst van de stad na het jaar 2000, dreigende bezuinigingen, de problematiek van de verbondenheid van cultuur en financiën in één en dezelfde wethouder en het ontbreken van een duidelijke visie op cultuur, deden Leenders en Bovens besluiten een discussienota op te stellen.

Naast het pleidooi voor de invoe; ring van Maastrichtkunde en dialect als vak op de basisschool, bevat hun nota verder een voorstel voor de invoering van tweetalige straatnaambordjes. Voor de eigen cultuur dringen ze aan op een accommodatie voor amateur-gezelschappen met dialecttoneel en voor carnavalsmanifestaties. Bovendien zouden prijzen ter bevordering van de eigen cultuur dienen te worden ingesteld. Volgens hen zou de burgemeester de promotie van het eigen karakter van Maastricht in zijn portefeuille moeten krijgen.

„Zoe mót 't blieve"

Hun discussienota, waarvan verwacht mag worden dat het CDA de grote lijnen ervan onderschrijft, heeft talloze reacties opgeroepen. Niet alleen uit Limburg, maar ook uit de rest van het het land kwamen verdeelde geluiden. „Wij hebben geenszins de bedoeling om over Maastricht een stolpje te plaatsen, onder het motto „Mestreech, zoe mót 't blieve". Het gaat er ons meer om de Maastrichtenaren wakker te schudden. Dat is niet conservatief of bekrompen, maar omdat duidelijk is dat het allemaal niet meer zo vanzelf gaat. De strijd in Friesland voor de eigen taal is toch ook niet dom of provinciaal?".

Bovens, in het dagelijks leven plaatsvervangend directeur van de economische faculteit aan de universiteit van Maastricht, is ervan overtuigd dat het dialect een wezenlijk onderdeel vormt van de aparte sfeer van Mestreech. Op meer dan één front reageert de overheid volgens Bovens en Leenders tamelijk onverschillig op het behoud van de charmes van de stad. Zo zit het hun dwars dat door de bouw van een nieuw theater aan het -Vrijthof de zogenaamde platte zaal voor het volkstoneel verloren is gegaan. Het nieuwe theater is straks te duur voor kleinere gezelschappen. Andere voorbeelden vinden zij in het niet verstrekken van subsidies of garantie-subsidies voor typisch Maastrichtse manifestaties en de wat starre, soms afwijzende houding van verschillende ambtenaren. Ook het uitgeven van 300.000 gulden voor een kunstwerk om daarmee de deelnemers van Eurotop te behagen, vindt in de ogen van vele Maastrichtenaren geen genade. Leenders en Bovens tonen begrip voor dat standpunt. Ze menen dat het geld ook gebruikt had kunnen worden voor een landenweek in het onderwijs.

Bruggekunde

„We willen een andere mentaliteit bewerkstelligen", aldus de twee CDA'ers, die de eigen identiteit zien als een „toegevoegde waarde voor de stad". Op grond daarvan verdedigen zij ook de bemoeienis van de politiek. Veel geld behoeft dat alles niet te kosten, is hun mening. Leenders, die les geeft in bedrijfsethiek aan de Hogere Hotelschool: „Neem de tweetalige bordjes. Dat tref je ook in Luxemburg aan, waar dat op een aantal plaatsen wordt geregeld door zeg maar de VVV's en buurtcomités. Maar dan dient de gemeente daarvoor wel toestemming te verlenen. Als je alles in tienvoud moet aanvragen en een jaar moet wachten, werkt het niet".

Ook het idee voor de Maastrichtkunde is afgekeken van het buitenland. „Zo kent een stad als Brugge bij voorbeeld een week per jaar Bruggekunde. Dan wordt de leerlingen van alles bijgebracht over de historie en de cultuur van de stad. Ook voor dat soort zaken zijn wel sponsors te vinden".

Gemoedelijk

De beide christen-democratische raadsleden hebben zich verbaasd over de grote aandacht voor hun voorstellen op het gebied van de tweetaligheid. Hoewel Leenders persoonlijk wel zo ver wil gaan de raadsdebatten in Maastricht in het dialect te houden, ademt hun discussienota een echt Limburgse sfeer van gemoedelijkheid en een stukje vrijblijvendheid. Theo Bovens vindt de typering „reddingsplan" dan ook te sterk. „Het is meer groot onderhoud, geen restauratie". En mocht het geen succes hebben, dan is dat jammer. „Dan kunnen we in ieder geval onszelf niet verwijten, niets te hebben ondernomen".

Hoewel, hij is niet echt optimistisch over de toekomst van de eigen taal en het dialect. „De Nederlandse taal komt via de media harder binnen dan ooit. Er zit vaart in de Europese ontwikkelingen. Wat nu voor het Limburgs geldt, gaat straks ook op voor het Nederlands".

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.