+ Meer informatie

Steiner

(litgel

3 minuten leestijd

vakbeweging, buiten beschouwing omdat daarover niet voldoende gegevens beschikbaar zijn. Het blijft dus in het duister in hoeverre orthodox-protestanten zich inderdaad hebben aangesloten bij een organisatie van eigen richting.

Een ander bezwaar tegen het hanteren van het aantal organisaties als criterium is dat daarmee voorbijgegaan wordt aan het feit dat niet alle levensterreinen evenveel affiniteit hebben met de levensbeschouwing. Zo lag, zeker voor veel CHU'ers, een totale verzuiling bepaald niet in de bedoeling.

Ook dat verklaart waarom, zelfs in sterk verzuilde gebieden, het aandeel van de zuilorganisaties in het totale aantal organisaties veelal lager lag dan het bevolkingsaandeel van de desbetreffende confessionele groepen. Dat kwam niet alleen doordat de verzuilers er niet in slaagden hun doel te bereiken, maar ook omdat in een aantal gevallen hun verzuilingsdoel maar beperkt was. Dat gezichtspunt komt bij Pennings onvoldoende uit de verf.

Ontzuiling

Niet in de laatste plaats zijn zijn beschouwingen over de ontzuiling van belang. Door de vermindering van de sociale controle en de culturele homogenisatie van de verschillende zuilgroepen werden de verschillen tussen de zuilen kleiner en die binnen de zuilen groter. Geen wonder dat het zuilsysteem ging wankelen.

Daarbij zijn er interessante verschillen tussen de protestantse en de rk-zuil. De protestantse verzuiling berustte tot op zekere hoogte op een individuele beslissing. De rk-verzuiling daarentegen stelde de roomse gelovigen onder de voogdij van het kerkelijk apparaat. Hier was veeleer sprake van collectief gedrag. Vandaar dat de diepgaande crisis in de RK-Kerk zo'n dramatisch effect had op de rk-zuil. In België had de RK-Kerk een veel minder centrale plaats in de roomse zuil. Dat verklaart waarom die zuil er beter in slaagde om te overleven. N.a.v. "Verzuiling en ontzuiling: de lokale verscliillen", door Paul Pennings; uitg. Kok, Kampen 1991; 252 blz., prijs 47,50 gulden.

Over Rudolf Steiner (18611925), de Oostenrijkse grondlegger van de antroposofie, is al zeer veel geschreven. In NewAge-kringen is deze antroposoof momenteel erg populair. Maar liefst 48 boeken van hem zijn in het Nederlands vertaald. Er is nu een groots vertaalproject opgezet dat in handen is van de antroposofische uitgeverij Vrij Geestesleven.

Onlangs schreef Jacob Slavenburg een inleidend boekje over Steiner. Slavenburg bereidt momenteel een dissertatie over hem voor. Hij steekt zijn bewondering voor Steiner niet onder stoelen en banken. Hij noemt Steiner een „moedig en volstrekt integer mens", met een groot inzicht. De ondertitel van zijn boekje luidt: "Een vernieuwer van het oude weten".

Slavenburg neemt ons stap voor stap mee in het "vrije denken" van Steiner en zijn inzicht in de zogenaamde 'hogere" werelden (waardoor de mens op aarde 'completer' zou kunnen worden). Volgens Steiner is Christus gekomen om de scheiding tussen stof en geest op te heffen en om het ego van de mens te verhogen. Voor ieder zoekend mens is de 'Christuskracht' in zijn bewustzijn op te roepen. Slavenburg verzet zich tegen het zeer kritische boekje van prof. J. Verkuyl over de antroposofie van Steiner. Prof. Verkuyl noemt de antroposofie een moderne vorm van gnosis, een dwaalweg van occultisme en ongegronde speculaties. Voor Slavenburg is het allemaal wel de moeite waard. Positief in het boekje is dat een goed overzicht van de denkbeelden van Steiner geeft, maar helaas beschreven zonder nauwelijks enige kritiek. N.a.v. "Rudolf Steiner. Een vernieuwer van het oude weten", door Jacob Slavenburg; uitg. Ankh-Hermes, Deventer 1990; 117 blz. Drs. K. van der Zwaag

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.