+ Meer informatie

Wat is een taalfout?

GRAMMATICALE GRABBELS

6 minuten leestijd

We hebben het in deze rubriek reeds enige keren gehad over afwijkingen van het algemeen Nederlands. Sommige van die afwijkingen moesten we fouten noemen. Niet iedere afwijking bleek echter een fout te zijn. Als dat wel het geval was, zouden veel bundels gedichten vol met taalfouten staan. Een dichter immers, hanteert niet zelden een taal die opvalt door het ongewone, het afwijkende. Daarin ligt dan juist vaak zijn aantrekkelijkheid en vooral zijn zeggingskracht.

Een ander punt is dat sommigen bepaalde afwijkingen fout noemen, die dat voor anderen niet zijn. We zagen dat in verband met de zin: „Jan is groter als Piet". Voor sommigen moet dat nog steeds zijn: „Jan is groter dan Piet". Nu lijkt het op het eerste gezicht dat we hier op grammaticaal terrein te maken hebben met een soortgelijk verschijnsel als er op maatschappelijk gebied in deze tijd bestaat. Als argeloze krantelezer krijgt men toch weleens de indruk dat wat overal in dit land strafbaar en dus fout is. in Amsterdam toegestaan wordt. Wij hopen echter op taalkundig gebied te hebben aangetoond dat er, om in het beeld te blijven, twee soorten rechters zijn, die verschillend oordelen of een afwijking werkelijk fout is: de taalkundigen en de taalverbeteraars. En aangezien de taalverbeteraars onjuiste wetten hanteren, kunnen alleen taalkundigen een goed vonnis vellen over het al dan niet fout zijn van een taaluiting. Er bestaan dus op taalkundig gebied (nog) geen Amsterdamse toestanden.

Afwijkingen op taalgebied kunnen, behalve hun functie in poëzie, nog een uiterst belangrijke rol spelen. Een Franse taalgeleerde heeft in het begin van deze eeuw allerlei afwijkingen bestudeerd. Hij kwam tot de slotsom dat vele daarvan onmisbaar zijn om een taal in stand te houden. Het meest essentiële kenmerk van een taal is de verandering ervan. Want talen die niet meer aan verandering onderhevig zijn, sterven uit: het worden dode talen. Een voorbeeld daarvan is het klassieke Latijn. Dat wordt nog wel gesproken, maar alleen in bepaalde omstandigheden: we kunnen het niet gebruiken om over dingen uit ons hedendaags leven te spreken.

De genoemde Franse taalgeleerde ontdekte dat afwijkingen van het normale taalgebruik, die men in zijn tijd nog alle fouten noemde, de belangrijkste voorwaarde zijn voor taalverandiiring en voor taalontwikkeling en daarom een taal voor uitsterven behoeden.

Taalfout

Dit alles neemt echter voor ons niet weg dat wij het rode potlood blijven hanteren: er blijven afwijkingen van taalgebruik die niet door de beugel kunnen. De vraag is welke afwijkingen dat dan zijn.

We zouden het weten als we een waterdichte omschrijving van een taalfout zouden kunnen geven. Maar dat lukt niet zo makkelijk. Zouden we niet kunnen zeggen: taalfouten zijn in elk geval die taaluitingen, die afwijkingen, die in het algemeen taalgebruik onverstaanbaar zijn? Onverstaanbaar betekent dan in dit verband dat men ze niet begrijpt of dat men ze verkeerd begrijpt. Maar als we dat zeggen, zullen er nog precieseringen en verjijningen in de definitie aangebracht moeten worden. Toch zouden we deze omschrijving voorlopig als werkdefinitie kunnen gebruiken. We noemen enkele omstandigheden waaronder zij niet opgaat.

Als een leraar iets uitlegt aan zijn leerling en deze begrijpt het niet, dan zal deze leraar in het algemeen geen taalfout gemaakt hebben.

Wanneer een bevindelijk christen iets uit zijn geestelijk leven vertelt aan een buitenstaander, zal deze dit niet of soms verkeerd begrijpen. Het niet-verstaan of het misverstand zal niet veroorzaakt worden door taalfouten.

Gresland

Ook in het volgende geval is er geen sprake van foutief taalgebruik, hoeweide een de ander blijkbaar verkeerd begreep.

Een boer uit Garderbroek gaf een loonwerker, eveneens uit Garderbroek opdracht zijn gresland te maaien. De loonwerker, die kennelijk het Veluws dialect niet machtig was, verstond gerstland en voerde de opdracht uit. Daarmee zag de boer zijn totale gerstoogst verloren gaan. De boer hierna: „De gerst was voor mijn vee bestemd. Het veevoer wordt verschrikkelijk duur. Ik zal mijn vee moeten verkopen." De loonwerker zei, dat er sprake was van een slechte gerstenoogst en dat de boer uit het voorval een financieel voordeeltje wil halen. Hoe het verder afgelopen is vermeldde het bericht uit het RD van enige tijd geleden niet.

Wel is dit duidelijk: veel gekrakeel ten gevolge van een misverstand dat zijn oorzaak vond in een taalfeit: in plaats van grasland wordt gerstland verstaan. Ook al zouden de rechter en de taaiverbeteraar de loonwerker veroordelen, de taalkundige zal dat niet doen; met andere woorden: van een taaiovertreding, van een taalfout is geen sprake.

Foto's

Toch worden er ook taalfouten gemaakt, ook door kranten, ook door het RD. Wegeven een voorbeeld van een fout die niet zulke spectaculaire gevolgen heeft, maar die wel tot een hinderlijk misverstand kan leiden. Nadat in een krantebericht gemeld is dat Israëlische soldaten lijken van gedode Palestijnen verbrand zouden hebben, gaat dit bericht als volgt verder. „Nederlandse soldaten zeiden gezien te hebben dat Israëlische soldaten de lijken trachtten te verbranden en op te blazen met explosieven. Ook maakten zij foto's van het gebeurde".

Uit deze zinnen, noch uit de rest van het bericht, valt op te maken wie er nu foto's van het gebeuren gemaakt hebben: de Nederlandse of de Israëlische soldaten. Dal komt omdat volgens de grammaticale regels het woord zij naar de soldaten van beide nationaliteiten kan verwijzen. Het is foutief gebruikt, omdat het dubbelzinnig is.

Hetzelfde geval doet zich voor in de zin: „De zoon van de vrouw die ziek is, heb ik gister bezocht". Duidelijk is dat ik zoon bezocht heb, maar het is niet uit te maken wie, er nu ziek is: de zoon of de vrouw. Mag of kan men in zo'n zin nooit het woord die gebruiken? Men kan het woord wet gebruiken wanneer het verband duidelijk is. Men kan zonder meer zeggen: „de zoon van de vrouw, die ook al een baard draagt, heb ik bezocht". Hier is volkomen duidelijk waarop het woord die betrekking heeft.

Duidelijkheid

Iemand zal zeggen: wat maakt het nu uit wie in dat geval van de gedode Palestijnen de foto's nam? Het feit dat er foto's zijn, daar gaat het om. Stel dat dat waar zou zijn, dan nog is de fout aanwezig. Het gaat om onduidelijkheid en wat de gevolgen daarvan zijn speelt voor de taalkundige een niet belangrijke rol. De krant vindt het bericht belangrijk, neemt het op en ook de lezer vindt 't belangrijk: daarom leest hij het. Dan wil hij ook precies weten wat er gebeurd is, althans wat er in het bericht staat. In dit geval hebben wij een andere krant geraadpleegd om daaruit te weten te komen wie de foto 's maakte. En zodra men om taalkundige redenen als deze een tweede krant moet inzien, is er iets mis op grammaticaal gebied met de eerste.

Fouten met betrekking tot de verwijzing naar een woord door middel van een ander woord komen vaak voor. Ze kunnen zeer storend werken. We hopen op dit soort fouten een volgende keer nader terug te komen.

V. J. Taalmans

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.