+ Meer informatie

Overleven in de golfplaatjungle van Addis

Toekomst voor Ethiopische kinderen

13 minuten leestijd

Door de economische crisis in het Oostblok is Afrika buiten beeld geraakt. We beklagen de inwoners van Moskou. Niet zonder reden. Maar we moeten wel bedenken dat de situatie van de gemiddelde Moskoviet nog redelijk comfortabel is in vergelijking met die van veel Afrikaners. Het lijkt er soms op dat het Westen het liefst de ogen sluit voor het "continent van tranen". Er valt geen eer aan te behalen. Of toch wel? Wie in de ogen van hongerende kinderen heeft gekeken, denkt niet aan eer en profijt. Een rondrit door de slums van Addis Abeba. Om u te overtuigen van de noodzaak om juist in Ethiopië hulp te bieden.

„Can you buy me a drink, sir?" „Sir, sir. I am hungry. Are you my friend, sir?" Het zoveelste kinderhoofdje duikt op naast de autoruit. Gore handjes maken het alleszeggende gebaar: geeft u me wat geld voor eten en drinken meneer? Wilt u mijn vriend zijn?

Het valt niet mee om de honderden bedelaartjes in de straten van de Ethiopische hoofdstad Addis Abeba te negeren. Vaak gaat het me ontzettend aan het hart, als ik de smekende oogjes zie, die eenzaamheid, verdriet en armoe uitstralen. De scharminkeltjes zijn omhuld met lompen die in geen maanden de Biotex hebben gezien. Geld geven betekent echter dat nog tientallen in de rij staan of met je meelopen.

Metropool
In die gevallen waarin mijn hart de aanblik en de vraag van het straatkind niet kan weerstaan, geef ik een snoepje, een koekje of een pen van ZOA-Vluchtelingenzorg. Zo'n pen wordt gekoesterd als een kostbaar kleinood en zal even later wellicht worden verkocht voor een behoorlijk aantal Birr, de Ethiopische munteenheid.

De bedelaarshorde die op kruispunten van wegen en in de omgeving van hotels en winkelstraten rondzwalkt, woont in een van de vele slums van Addis Abeba. Vanaf de grote wegen in de stad zijn de ingangen van deze krottenwijken soms nauwelijks zichtbaar. Smalle steegjes geven echter toegang tot de golfplaatjungle van de metropool die inmiddels minstens twee miljoen mensen telt.

Ook voor de talloze weduwen en gehandicapten is overleven in de hoofdstad van een van de allerarmste landen ter wereld een schier onmogelijke opgave. Het verkeer stopt als een man zonder onderbenen probeert op z'n kniestompjes de overkant van de straat te bereiken. Krukken vormen het enige transportmiddel voor de geamputeerden of mensen met klompvoeten.

Van sociale voorzieningen hebben ze nog nooit gehoord; ze zijn afhankelijk van de goedgeefsheid van de beter bedeelde Ethiopiër of van de -vrij schaars aanwezige- rijke man uit het Westen.

Falasja
Een in confectiepak gestoken Ethiopiër komt naast me lopen. Hij stelt zich voor als een van de boekhouders van het hotel waarin ik verblijf. Hij is op weg naar huis, naar z'n vrouw en twee kinderen. De werkdag zit erop.

Als het gesprek over de koetjes en kalfjes van Ethiopië en Holland beëindigd is en ik bij het gebouw van m'n vergadering ben aangekomen, komt de vriendelijke metgezel met z'n echte boodschap: „Meneer, vanavond is er een cultureel feest van de Falasja's, de stam van zwarte joden waartoe ik behoor. Ik zou daar graag naartoe gaan met mijn gezin, maar de entreeprijs is erg hoog.

Kunt u me 50 Birr (ongeveer ƒ 50,-) voorschot geven? Morgen betaal ik het u terug, want dan ontvang ik mijn salaris. U zou me er een grote vriendendienst mee bewijzen. Het feest is maar eens in de vijf jaar! Maakt u zich geen zorgen over terugbetaling, want ik zie u immers morgen in 't hotel?"

Nadat ik hem duidelijk gemaakt heb dat dergelijke voorschotten helaas niet passen in de principes van een hulporganisatie, druipt hij af. Dit was zijn manier om te proberen te overleven in de golfplaatjungle van Addis Abeba. Ik heb hem nooit meer gezien.

Straatbeeld
De liefhebbers van oude auto's zouden duizenden troetelkinderen in Addis kunnen omarmen. De Opels Olympia, de Fiats 1100, hun "rugzakbroertjes" de 600, de Fords Zephyr of Anglia en niet te vergeten de Kevers van Volkswagen beheersen het straatbeeld. Tientallen jaren oud zijn ze en nog steeds operationeel. Als taxi, als les- of huurauto.

Daartussendoor storten oude autobussen, vrachtwagens en minibusjes hun inktzwarte roetwalmen over de lopende menigte uit. Iedereen steekt overal de straat over en maakt vaak zijn eigen verkeersregels. Op een straathoek heeft de vooras van een Taunus het begeven. De wielen zijn naar buiten geknikt. Machteloos ligt het "kadaver" op straat. De chauffeur staat er wanhopig bij. Waar zal hij mensen en middelen vinden voor reparatie?

De verhuurster van onze Mercedes 200 D overhandigt ons trots de sleutels. „Uw wagen staat voor, meneer. U kunt de komende dagen beschikken over uw eigen vervoermiddel!" Gelet op de vele vehikels waaraan onderweg tijdelijk wordt geprutst, zijn onze verwachtingen niet bijster hoog gespannen.

Deze verwachtingen krijgen nog een fikse optater als de garageman mij voor vertrek toefluistert: „Denkt u eraan elke morgen even water en olie bij te vullen. De carburateur en het oliereservoir lekken namelijk een beetje. Oh ja, als-ie morgen niet wil starten, dan moet u maar even vlotteren!"

Belevenis
Het rijden in de voormalige directiewagen wordt de eerstvolgende dagen een belevenis van de eerste orde. We ontdekken dat we "automatisch" bedienbare ramen hebben: met één hand kun je zo de ramen omhoog en omlaag duwen. Wachtend voor een stoplicht bemerk ik dat de Mercedes alleen nog in z'n achteruit wil. Na veel geram en getoeter van achterliggers trek ik eindelijk op: in z'n drie!

Verder komt de achterbank regelmatig naar voren schuiven, gaan de dashboardklepjes niet meer dicht, heeft de auto geen handrem en gaan er op allerlei onverwachte momenten schrikaanjagende rode lampjes branden. Maar hij houdt vol.

We zigzaggen door de stad, overal voetgangers, kuilen in de weg en dieren ontwijkend. Vooral de horden pakezels, de belangrijkste, goedkope vervoermiddelen van Ethiopië vormen voortdurend levende obstakels op en langs de weg.

De grauwtjes gaan vaak gebukt onder ondierlijk zware lasten: zakken graan, balen hooi of takkebossen. De bazen van deze milieuvriendelijke transportondernemingen moeten soms hardhollend achter hun "lorries" aan als het stadsgewoel hen in het ezelshoofd slaat.

Schoenpoetser

In de buitenwijken zijn samenraapsels van hout, blik, karton en papier tot minuscule winkeltjes gebombardeerd. De colafabrieken maken zelfs op deze bouwsels gratis reclame. De slagerij, eveneens gevestigd in zo'n kot, kun je al op tientallen meters afstand ruiken. Een uitgebeend koeielichaam, dat de hele ruimte vult, verspreidt een weeë lijklucht in de tropische warmte.

We stoppen bij een rijtje schoenpoetsers om een van hen de gelegenheid te geven zijn weekgage wat aan te vullen en tegelijkertijd een plaatje te schieten voor Nederland. Terwijl het jongetje met behulp van een blikje water, wat spuug en enig schoensmeer mijn afgetrapte en morsige stappers renoveert, probeert een ander straatschoffie de zonnebril van mijn meereizende collega te snaaien.

Gelukkig blijft het koordje van dit in de tropen onmisbare voorwerp achter het portier steken, zodat de bril het rechtmatig eigendom blijft van de oorspronkelijke bezitter. Foto's maken is in Addis voor een buitenlander een hachelijke en meestal niet gewenste onderneming.

Doe je het rijdend vanuit een auto, dan kan het op spionage lijken. Vraag je toestemming aan het (levende) object, dan komen een paar jonge Ethiopiërs van de overzijde van de weg dreigend op je af of je wordt bekogeld met stenen.

Gepuzzel
Het vinden van de weg naar een van de vele hulporganisaties die in Addis Abeba een onderkomen hebben, staat gelijk met het meedoen aan een puzzelrit.

Straatnaamborden ontbreken, evenals huisnummers. Na vooraf aanwijzingen te hebben verkregen van degene bij wie je verwacht wordt, doorkruis je de straten, onderwijl lettend op herkenningstekens als: „Voorbij de commerciële bank derde straat rechts, na het legerhospitaal links en dan de tweede deur in het vierde blok woningen."

Op zondagmorgen zoeken we een uur lang naar het gebouw van een evangelische kerk, terwijl het op nog geen honderd meter afstand van ons hotel ligt. De speurtocht wordt bemoeilijkt door het feit dat de begrippen links en rechts nogal eens verwisseld worden. En dan het telefoneren. „Spreek ik met het Hoge Commissariaat voor de Vluchtelingen?" „No sir, police station here."

Vertwijfeld vraag ik me af, hoe dat nu weer kan. Heb ik verkeerd gedraaid? Het blijkt niet het geval te zijn. Maar telefoonnummers veranderen in Addis Abeba even snel als het weer. Ook deze vorm van communicatie vereist daardoor vaak gepuzzel, maar is tegelijk een boeiende bezigheid, omdat je niet weet welke grote onbekende je nu weer aan de lijn krijgt.

Vriendelijk
Addis is echter geen stad van alleen maar armoe, miscommunicatie en bedreigend gedrag. Integendeel. De atmosfeer ademt op vele plaatsen vriendelijkheid. Veel mensen zijn uitermate beleefd, vriendelijk en gastvrij. Moeders uit de golfplaatjungle van de stad wassen zich suf om hun spruiten toch weer kraakhelder naar school te kunnen laten gaan. Oude gebouwen getuigen van een rijke historie.

Hier en daar verrijst een modern flatgebouw tussen de woningen van de stedelijke middenstand. Addis heeft elektriciteit, er is licht in vele straten en een buitenlandse telefoonverbinding is in een mum van tijd tot stand gebracht. Bovendien zijn de Ethiopiërs bereid om hard te werken of te studeren. Naast de volkstaal, het Amhaars, spreken veel bewoners vloeiend Engels. Een verblijf in deze "bloem" van Ethiopië is daarom bovenal een fascinerende en leerzame gebeurtenis.

Revolutie
"Ethiopia, 13 months of sunshine!" (Ethiopië, dertien maanden zonneschijn!) Deze uitnodigende uitspraak staat, tezamen met de beeltenis van een inlandse schone, afgedrukt op vele posters in de stad. En inderdaad, de Ethiopische kalender kent dertien maanden en in het land schijnt vaak de zon. Maar over het vroegere imperium van keizer Haile Selassie valt nog steeds de zwarte schaduw van droogte en hongersnood.

Gelukkig is de burgeroorlog, die zeventien jaar lang het land in zijn greep heeft gehouden en duizenden mensenlevens heeft geëist, sinds een klein jaar voorbij. Na een verbeten strijd tussen de zo langzamerhand behoorlijk gedemoraliseerde soldaten van het regeringsleger en de opstandelingen uit diverse delen van het land, werd in mei vorig jaar de alom gehate president, kolonel Mengistoe Haile Mariam, uit zijn paleis verdreven.

Tol
De ministersploeg werd ijlings vervangen door goedbedoelende, maar weinig ervaren vertegenwoordigers van het EPRDF, het Revolutionaire volksbevrijdingsleger van Ethiopië. Een overgangsregering onder leiding van president Meles Zenawi tracht het aan de grond zittende land naar een democratie te loodsen.

Met de glorieuze inname van Addis werden verschillende vliegen geslagen. Er kwam niet alleen een eind aan het schrikbewind van Mengistoe, die zijn onderdanen met behulp van een immense veiligheidsdienst stevig onder de duim hield, maar ook aan het marxistisch-leninistische regime èn aan de burgeroorlog rond het hete hangijzer Eritrea.

Dertig jaar lang had Eritrea, dat door Ethiopië bruut als veertiende provincie was geannexeerd, gestreden voor onafhankelijkheid. Die oorlog -sluimerende stammentwisten die hier en daar het nodige wapengekletter met zich meebrengen laten we gemakshalve even buiten beschouwing- mag dan tot het verleden behoren, de tol ervan wordt nog dagelijks betaald.

Er is nauwelijks een familie waar geen doden zijn te betreuren als direct of indirect gevolg van de oorlog.

Zorgenkind
Ook in economisch opzicht is Ethiopië nog steeds een zorgenkind. Het land is van zichzelf straatarm. Zelfs met omvangrijke internationale hulp weet het de voedseltekorten niet op te vangen. Desondanks heeft het miljarden gespendeerd aan een zinloze oorlog. Het is niet zo verwonderlijk dat zo'n land de strijd niet zomaar te boven is.

Vele duizenden Ethiopiërs hebben de afgelopen jaren binnen of buiten de grenzen een veilig heenkomen gezocht. Weg van de oorlog, de onveiligheid, de honger. Dat de relatieve rust in hun vaderland de mogelijkheid biedt tot terugkeer, is uiteraard verheugend. Maar tegelijkertijd plaatst de grote hoeveelheid naar huis kerende vluchtelingen en ontheemden de regering voor huizenhoge nieuwe problemen.

Hoe komt men aan eten, aan huisvesting? Over werk hoeven we het eigenlijk niet te hebben. Dat is voor de massa een al te grote luxe. Een wel heel trieste groep wordt gevormd door de afgedankte soldaten van Mengistoe. Ethiopië genoot jarenlang de twijfelachtige eer een van de grootste legers van Afrika erop na te houden.

Na de machtsovername door de vrijheidsstrijders veranderden de strijdbare helden van weleer in een zielige troep berooiden, die letterlijk de hand moeten ophouden om nog enigszins in leven te blijven.

Menselijke drama's
Oorlog en voedseltekorten gingen jarenlang hand in hand. Ook zonder politieke onrust zouden droogte en misoogsten er zijn geweest. Maar wat in normale omstandigheden tot een natuurramp 'beperkt' zou blijven, werd in ernst verhevigd door menselijk handelen. Over en weer werden uithongeringstactieken toegepast. Rebellen maakten wegen onveilig of zelfs onklaar en belemmerden of overvielen voedselkonvooien.

Buitenlandse hulpverleners konden of wilden niet meer tussenbeide konden. Honderduizenden Ethiopiërs vonden daardoor de dood. Het ergste leed lijkt nu geleden. Met de nadruk op "ergste". Voor heel wat Ethiopiërs verschilt het heden niet zo veel van het verleden. Zomaar een klein kranteberichtje in februari: vierduizend doden door de droogte in de Ogaden...

De oorlog is voorbij, de herinneringen blijven. Aan de verschrikkingen die ertoe hebben geleid dat jonge kinderen alleen achterbleven, onwetend van hun beklagenswaardig lot. Ze werd binnengebracht in een weeshuis in Addis Abeba: een meisje van acht maanden uit Eritrea. Ze zat vastgeklemd tussen de lichamen van haar vermoorde ouders. Een ander nog levend kind was losgemaakt uit de armen van haar al dode moeder. Menselijke drama's waarvoor woorden te kort schieten...

Egbert Fokkema is beleidsmedewerker van ZOA-Vluchtelingenzorg.

                              ------------------------------

Terdege-actie voor kindertehuis

'n Kinderhand in Ethiopië

Alleen het noemen van de naam roept al een beeld op van hongerlijders en oorlogsslachtoffers. Het voormalige keizerrijk van Haile Selassie is verteerd door droogte, oorlog en hongersnood. Na de verdrijving van dictator Mengistoe verkeert het land in een machtsvacuüm. Economisch zit het aan de grond. De voedselsituatie is nog steeds zorgwekkend. De mogelijkheden van transport zijn beperkt. Door de jarenlange burgeroorlog is de infrastructuur grotendeels verwoest.

Om de nood in het land enigszins te verlichten, verleent ZOA-vluchtelingenzorg hulp via de organisatie Hope Enterprises. Deze christelijke organisatie richt zich op de meest kwetsbaren in de samenleving. Hoog genoteerd staat de hulp aan wees- en zwerfkinderen. Hope Enterprises stichtte al een weeshuis in Addis Abeba. Momenteel worden de voorbereidingen getroffen voor de bouw van een tweede tehuis nabij Dessie, de hoofdstad van de door hongersnood getroffen provincie Wollo.

Doel is het creëren van dagopvang voor wees- en straatkinderen tussen de vijf en achttien jaar. Met de bouw van het tehuis en de exploitatie in het eerste jaar is circa 350.000 gulden gemoeid. Een bedrag dat er volledig door giften moet komen.

Terdege besloot de lezersactie van dit jaar te houden voor dit doel. In het licht van de nood in Ethiopië is de hulp van Hope Enterprises een druppel op een gloeiende plaat. Bezien vanuit de kinderen die geholpen worden bepaalt deze hulp het verschil tussen dood en leven. Wij vragen uw gebed en milddadigheid. Een kinderhand is gauw gevuld. Zeker in Ethiopië.

                              ------------------------------

Dringende oproep

Het is een aangrijpende gedachte te weten dat kinderen van wie de ouders door de hongerdood of door oorlogsgeweld omgekomen zijn, in uiterst erbarmelijke omstandigheden leven. Kinderen die geen dak boven hun hoofd hebben, elke dag weer honger lijden en zeer, zeer schamel gekleed gaan, kortom, kinderen die een uitzichtloos bestaan leiden, omdat ze bij niemand horen en niemand bij hen hoort.

Geen mens die voor ze zorgt... Of gloort er toch hoop? Terdege trekt zich de omstandigheden van deze kinderen aan en wil met u ervoor zorgen dat er een opvanghuis komt, zodat deze berooide kinderen te eten krijgen, gekleed worden, een vak leren en christelijk onderwijs ontvangen.

Wat zou het geweldig zijn als deze kinderen horen van de Boodschap van vrije genade door de Heere Jezus Christus, Die tijdens Zijn leven op aarde ook begaan was met kinderen.

Ter ondersteuning van de actie plaatsen wij in de komende nummers een rebus (zie pag. 73), waarvan de uitkomst met de actie verband houdt. De opbrengst van de extra postzegels is bestemd voor dit dringend noodzakelijke opvanghuis.

Laat uw hart spreken en maak een gift over op giro 3007010 van Terdege Helpt in Apeldoorn.

Directie

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.