+ Meer informatie

De prediking van de Nadere Reformatie (III)

8 minuten leestijd

In de eerste twee artikelen hebben wij uitvoerig aandacht geschonken aan de inhoud van dr. Brienens proefschrift. Hij heeft in zijn onderzoek heel veel aan de orde gesteld. Dingen, die van levensbelang zijn voor de gemeente. Het gaat immers om de prediking van het Woord van God. En hij heeft dan in het bijzonder gelet op die prediking uit een zo belangrijke periode van de vaderlandse kerkgeschiedenis. Hoe is over die prediking geoordeeld ? Sommigen hebben deze fel gehekeld; andere hebben deze luid geprezen. Dr. Brienen Iaat ons met deze oordelen kennis maken.

Dr. Brienen oordeelt aldus: de Nadere Reformatie is wat haar prediking betreft geen nadere uitwerking van de Reformatie, maar wortelt in de laat-middeleeuwse scholastiek en mystiek. De prediking van de Nadere Reformatie wordt dan ook ten aanzien van de klassifikatiemethode afgewezen. In haar zouden rationalisering, wettische verstarring en systematisering van het wondere werk van de Heilige Geest plaats grijpen.

Spelen de tegenstellingen, die binnen de Christelijke Gereformeerde Kerken steeds duidelijker aan de dag treden hierbij een rol? Het mag toch bekend zijn, dat juist in de kring van hen, die zich rondom het blad ,Bewaar het pand" verenigen, de door dr. Brienen zo fel afgewezen „onderscheidende" prediking geliefd en begeerd wordt En blijkens de opkomst op de toogdagen van deze groep hebben nog vele duizenden in de Christelijke Gereformeerde Kerken deze prediking lief. Ze weten zich in deze liefde dan ook verbonden aan de mannen van de Afscheiding, die de erfenis van de vaderen van de Nadere Refonnatie niet wilden laten verloren gaan.
De wijze waarop dr. Brienen te werk is gegaan is onzes inziens te breed geweest. De brede opzet moest het werk in diepgang doen lijden. De periode, die de schrijver in zijn onderzoek betrok, is voor een onderzoek van deze aard te lang. De tijd immers, die het onderzoek omspant, wordt in zijn begin en einde ongeveer bepaald door Jean Taffin (1508-1602) en Th. van der Groe (1705-1784), een tijdvak van bijna 200 jaar. De kerkelijke ontwikkelingen binnen zo'n tijdvak zijn zeer omvangrijk. De prediking ondervindt daarvan de weerslag. Natuurlijk is er verwantschap tussen Taftin en Van der Groe. Ze leven beide bij de Schrift en willen daaruit en daarnaar prediken.
Toch staat Van der Groe in een totaal andere tijd dan Taffin. Zijn prediking is dan ook anders gericht dan die van Taffin en Udemans. Dat is te weinig in het onderzoek verdisconteerd. De relevantie tot de tijd, waarin zij leven, zal door de predikers van het Woord niet veronachtzaamd worden. Althans dat heeft Taffin niet gedaan, maar ook Van der Groe niet. Dat geeft juist aan hun prediking, die bijzondere spits.

Van der Groe predikt in een tijd, waarin de Gereformeerde theologie wordt bestreden en ondermijnd. De geest van de verlichting (het moderne denken van zijn tijd) laat zich in kerk en theologie gelden. Dat bepaalt de prediking van Van der Groe heel sterk. Zowel Taffin als Van der Groe, die beiden door dr. Brienen genoemd zijn, en wel als een zeker begin- en eindpunt van zijn onderzoek, zijn voluit Gereformeerd. Van der Groe heeft blijk gegeven de Gereformeerde theologie te kennen. En grondig. Hij is zich de eenzijdigheden in allerlei prediking van zijn tijd wel terdege bewust geweest. Ook de eenzijdigheid van een „kenmerken-prediking", waarin het waarachtige rechtvaardigende geloof in Christus niet meer op echt gereformeerde wijze aan de orde kwam. Met Comrie heeft hij met verdriet de afbraak van het gereformeerd belijden gade geslagen en gestreden voor de overgeleverde leer van de Reformatie. Daarom heeft hij juist krachtig teruggegrepen op het geloofsverstaan van de reformatie.
Nu dr. Brienen juist de door hem als zo heilloos geachte predikwijze in Van der Groe's prediking tot een duidelijke afsluiting komen ziet, had dit alles toch zeker niet mogen worden veronachtzaamd. Daarom willen wij juist ook hierop de nadruk laten vallen: de prediking van Van der Groe is Christus-prediking bij uitstek. Maar dan wel één, die ook weet hoe door de Heilige Geest Christus in het hart van de zondaar geopenbaard en verheerlijkt wordt. Dat brengt ons dan op de vraag, wat wij eigenlijk onder „onderscheidende" prediking verstaan.

Men maakt nogal gaarne een tegenstelling tussen „Christus-prediking" en „Christen-prediking". Die is eigenlijk onjuist, want de schriftuurlijke prediking betuigt ons niet alleen het heil in Christus, maar ook hoe dat heil door de Heilige Geest de uitverkoren zondaar deelachtig gemaakt wordt. Dat werk van de Heilige Geest moet de mens deelachtig worden. Dat is het wonder Gods, dat in de mens moet worden verheerlijkt. Dat „moeten" is in de bijbelse verkondiging ook een „mogelijkheid".
En in die trinitarische prediking zal dus op een bijbelse wijze het werk van de drieenige God in de uitvoering van Zijn heilsplan worden gepredikt. Daarin zal de verkondiging van het eigen werk van de Heilige Geest niet mogen worden gemist. Dat behoort bij de bediening van de evangeliesleutel van het Koninkrijk der hemelen.
Als één zondag van de Heidelberger ons bepaalt bij een „onderscheidende prediking" dan is het wel Zondag 31. Hierin wordt gevraagd hoe het hemelrijk door de prediking des heiligen Evangelies ontsloten en toegesloten wordt. Het antwoord spreekt ons van een verkondiging en openlijk betuigen aan de gelovigen, allen en een iegelijk. Juist in die laatste woorden ligt een belangrijke aanwijzing, een „onderscheiding": niet alleen aan de gelovigen in het algemeen, maar de gelovigen „onderscheidenlijk" aangesproken: een iegelijk.
De Schrift geeft duidelijk aan wie gelovigen zijn; de prediking zal het ook moeten aangeven; ook in hun onderscheiden stand: kinderen, jongelingen en vaders: de gelovigen, een iegelijk. Ook spreken de Dordtse Leerregels daarover in hoofdstuk 1, art. 12. „Van deze hun eeuwige en onveranderlijke verkiezing ter zaligheid worden de uitverkorenen te zijner tijd, hoewel met onderscheidene trappen en met ongelijke mate, verzekerd; ..." In die „onderscheidene trappen" is ook de vrijmacht van de Geest Gods. In de prediking mag tot geestelijke onderwijzing deze onderscheiding niet ontbreken.
Natuurlijk kan er wel sprake zijn van een zodanige eenzijdige prediking daarvan, dat het werk van de Vader en van de Zoon er niet meer op rechte wijze in te beluisteren valt. Maar dat deze eenzijdigheden in de door dr. Brienen onderzochte prediking aan te treffen vielen, spreken wij tegen. Al moge dan Lampe erg schematisch zijn te werk gegaan, al moge dan hier en daar wel eens wat accenten eenzijdig op het werk van de Heilige Geest gelegd zijn, de lijn van de prediking van de vaderen is het niet. Elke prediking beoordelend naar de tijd waarin deze plaatsvond, vinden we in de onderscheidende prediking van de Nadere Reformatie juist een recht laten wedervaren aan het volheerlijke werk van de Heilige Geest, waardoor er in die prediking melk was voor de jonge kinderen in Christus (1 Kor. 3:2) en vaste spijs, waarover Paulus in Hebreen 5:13, 14 spreekt:„Want een iegelijk, die der melk deelachtig is, die is onervaren in 't Woord der gerechtigheid; want hij is een kind. Maar der volmaakten is de vaste spijze, die door de gewoonheid de zinnen geoefend hebben, tot onderscheiding beide des goeds en des kwaads".

Laten onderwijzen
Alhoewel we het met het oordeel van dr. Brienen niet eens zijn, toch verdient zijn werk daarom onze grote waardering, omdat het zoveel materiaal op een overzichtelijke wijze bijeenbrengt. Het moet ons stimuleren in onze bezinning op de prediking; juist in onze tijd. En dan doen we er goed aan om ons door de mannen van de Nadere Reformatie te laten onderwijzen, die ook voor onze tijd zo veel, zo heel véél te zeggen hebben. En dan gaat het niet over verouderde taal, noch over overleefde vormen, maar over de verkondiging van het werk van de Heilige Geest in de toebrenging van de uitverkorenen tot het heil, dat God heeft uitgedacht en ons in Christus aanwijst. Men zegt wel, dat de nood van de kerk van vandaag, de nood van de prediking is. En het is een waarheid. De prediking is zo nameloos verarmd; de volheid van Gods werk wordt zo schaars bepreekt. En daarom is het goed voor de kerk, voor de voorgangers en voor de gemeenteleden zich door de prediking van de Nadere Reformatie te laten onderwijzen. We willen besluiten met een citaat uit het boek van dr. M. J. A. de Vrijer over Schortinghuis: „Over de godvruchtigheid van de mannen en vrouwen der „nadere reformatie" zal in de komende jaren nog veel meer moeten worden gehandeld. Nog veel meer zal de betekenis dezer godvruchtigheid voor de hedendaagsche verkondiging en -zielszorg moeten worden in het oog gevat. Schrijver dezes heeft in de analogie Schortinghuis- Eswijler, in de analogie Schortinghuis- Kohlbrugge aangetoond, dat er veel meer synthese van objectieve geloofszakelijkheid en subjectieve bevindelijkheid aanwezig is dan meestal ondersteld en theologisch verantwoord wordt geoordeeld". En tenslotte: „Zij, de „Oude Schrijvers" zelf moeten spreken. Niet de caricatuur geeft de ware gelijkenis. Er liggen in de „Oude Schrijvers" schatten aan praxis pietatis verborgen. Zij zijn waard uitgegraven te worden. En voor zover ze uitgegraven zijn, is het een theologische taak de edelsteenen, nu nog in geantiqueerde kassen gevat, voor de Kerk van heden draagbaar te maken". Laten we dat als onze roeping zien en zo de prediking van de Nadere Refonnatie in onze zo geesteloze tijd als een lichtend voorbeeld zien, hoe ook heden, zij het in de hedendaagse taal, naar de regel van Gods Woord en de belijdenis van de vaderen'' gepreekt moet worden „naar het hart van Jeruzalem". En dat is het „onderscheidenlijke" preken, zoals in de zegenrijke tijd van de Nadere Reformatie in ons land zo overvloedig geschieden mocht.

Het boek van dr. Brienen (378 pag.) is door de uitgever Ton Bolland op keurige wijze uitgegeven; het is bij de boekhandel verkrijgbaar voor de prijs van ƒ 29,50. Een prijs, die gezien de omvang van het boek beslist bescheiden mag genoemd worden.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.