+ Meer informatie

Ter overweging

13 minuten leestijd

Abraham Kuyper - leven en werk in beeld. Een beeldbiografie, samengesteld door dr. J. de Bruijn, in de reeks Passage die verschijnt onder verantwoordelijkheid van het Historisch Documentatiecentrum voor het Nederlands Protestantisme van de Vrije Universiteit. 1987, Amsterdam. 355 blz. f. 35,—. Dit is een kostelijk boek vol foto’s uit en over het leven van Abraham Kuyper. Op elke bladzijde een foto met een besproken onderschrift. Men krijgt mensen te zien met wie Kuyper leefde, streed en werkte. Spotprenten, reproduktie van handschriften, titelpagina’s van publikaties. Heel Kuypers leven is er in weergegeven. De toelichting per bladzijde is een biografie in miniatuur. Ik heb ervan genoten, niet omdat er veel nieuws in staat - het meeste is ook elders te vinden - maar omdat men hier zoveel bij elkaar aantreft: in beeld en geschrift. Het is een boek om nog eens ter hand te nemen.

Ds. C.G. Geluk, Sprekende momenten voor stille tijd. Over het geloof 117 blz. f. 13,25. Kampen 1986 Van dit boekje verscheen een tweede druk. Reeds eerder bespraken we een boekje van gelijke opzet. Dat ging over het gebed. Dit gaat over het geloof. De opzet is: voor elke zondag een wat langer inleidend stuk. Voor de overige dagen van de week een bijbelgedeelte, waaruit een vers de dagtekst is en waaromheen twee vragen, opmerkingen of opdrachten staan, om over na te denken. Praktisch, direct en eenvoudig, midden in het leven. Op zondagen zijn er vijf vragen om over na te denken. Soms vind ik de bij het schema gekozen schriftgedeelten wat willekeurig. Ik zie dit boek als een belangrijk hulpmiddel voor jonge mensen om vanuit de Bijbel met vragen van het geloof (aan de hand van de apostolische geloofsbelijdenis) bezig te zijn!

Ds. J. Westerink, Hosea, profeet van de liefde van God. 105 blz. f. 15,90. Amsterdam 1987.

Met genoegen kondig ik de bundeling van deze voor de radio uitgesproken meditatieve commentaren op de veertien hoofdstukken van Hosea aan. Ik heb verschillende ervan horen uitspreken en was toen al verlangend om de tekst te lezen. Na enkele jaren is dat nu mogelijk geworden. Duidelijk, eenvoudig, en in de goede zin van het woord zakelijk zijn deze voor de radio gehouden bijbellezingen. Zakelijk wat betreft de letter van de tekst en wat betreft de zaken, die de HERE met Israël uit die dagen en met Zijn volk uit deze tijd te verhandelen heeft. Ook als men soms in de uitleg een wat andere kant zou uitgaan, blijft het boek boeien ! De vragen zijn kort en krachtig, op de lezer af. Waardevol materiaal voor het persoonlijk of gemeenschappelijk bezig zijn met dit bijbelboek. Hosea, de profeet van het nochtans en van Gods verkiezende liefde. Die boodschap klinkt door heel het boek heen.

Ds. I.de Bruyne, Pastorvaria. Pastorale herinneringen bij een gouden jubileum. 103 blz. Idem, Als de amandelboom bloeit. Een pastorale handreiking bij het ouder worden. f. 16,95 per deel. Drukkerij Erica, H. van Wagtendonk en Zonen, Hilversum.

Met weemoed en met dankbaarheid wijzen we de lezer op deze beide bundels van onze zo gewaardeerde pastor, ds.I.de Bruyne. Hij schreef historsich, praktisch, eenvoudig en vooral gelovig. Van het verslag van een klein voorval maakte hij een verwijzing naar de grote goede Herder. Levenswijsheid en levensvreugde typeren de stukjes uit het eerste boekje. Het gaat om wat hij in zijn ziekte steeds weer als houvast terugvindt: God zorgt! Het tweede deel bespreekt de facetten van het ouder worden: lichamelijke ongemakken, kleiner wonen, het bejaardenhuis, maar vooral de aanwezigheid van God met zijn genade! Dat is het blijde middelpunt van deze zo gevoelig en sfeervol, pastoraal en uit de praktijk geschreven stukjes. De boekjes zijn geschikt om er zelf uit te lezen en er een ander blij mee te maken. Ze zijn eerder in kerkbladen en in De Wekker verschenen. Wie ze leest hoort de schrijver spreken. Zijn gedachtenis zal mede hierdoor tot zegen zijn !

Ds. K. Veling, De dienst van de overheid. Aard en grenzen van de overheidstaak. 66 blz. f. 9,75. De Vuurbaak, Barneveld 1987.

Dit boek telt vier hoofdstukken: 1. Inleider, 2. Bijbels uitgangspunt, 3. Theorieën over de staat, 4. Taak van de overheid. In dit laatste hoofdstuk komen aan de orde: Recht handhaven en leiding geven. Een zelfstandige overheid en een sterke samenleving. Christelijke politiek in een ontkerstende samenleving. Terugblik en conclusie. De auteur tracht een evenwicht te vinden tussen een actieve, niet afwachtende overheid en - met nadruk - de verscheidenheid van verantwoordelijkheid binnen diverse samenlevingsverbanden. Dit is een interessante visie die opkomt voor een sterke overheid èn een sterke samenleving. Belangrijk is dat het geopenbaarde Woord van God, dus de Heilige Schrift, als norm centraal moet staan bij onze politieke bezinning. Dit betekent dat soms een beroep op een algemeen inzicht zal lukken. Soms zal een politieke discussie vanzelfsprekend uitlopen in een christelijk appel. In dit licht lijkt de opmerking op bladzijde 24, dat er veel doelstellingen zijn die min of meer algemeen worden onderschreven en waarvoor ook christelijke politici zich met overtuiging kunnen en moeten inzetten, te optimistisch. Er wordt voorzichtige kritiek geoefend op de overspannen lading die Kuyper geeft aan het beginsel: soevereiniteit in eigen kring. De pointe ervan wil de schrijver handhaven; daarin is de eigen verantwoordelijkheid van mensen tegenover hun Schepper een argument. Ik zou hier toch een uitgebreider argument willen hebben. Waaraan ontleent de normativiteit die voor het veelsoortige handelen van mensen geldt (blz. 37), haar ligitimiteit? Dat de overheid geen geestelijke dwang mag uitoefenen, impliceert voor mij niet dat we daarom niet langer van theocratie mogen spreken. In kort bestek wordt veel geboden. Op een aantal punten is uitwerking en verbreding van argumentatie noodzakelijk, om het met de schrijver eens te kunnen zijn.

Ds. A.M. Lindeboom, De theologen gingen voorop. Eenvoudig verhaal van de ontmanteling van de Gereformeerde Kerken. 510 blz. f. 49,50. Kampen 1987.

Dit boek heb ik met smart gelezen ! Dat is geen verwijt aan de schrijver. De smart is te wijten aan de feiten die hier beschreven (moesten) worden. Zonder onvriendelijk of scherp te worden, steeds begrip opbrengend voor goede bedoelingen van hen die anders denken, zelfs voor hun deel van het gelijk, beschrijft ds. Lindeboom het verval van de Gereformeerde Kerken. De theologie heeft de Schrift losgelaten. Vlijmscherp, zonder te willen kwetsen, bewogen zonder bitterheid, met innerlijk verdriet, worden al de punten besproken. Ik meende het proces in de pers en in de theologie gevolgd te hebben. Ik moet zeggen dat tal van details me toch onbekend zijn gebleven, tot ik dit boek had gelezen. De ontmanteling is tegelijk een ontluistering. Hoe is het mogelijk dat een kerk die zoveel heeft gedaan en een theologie die zoveel heeft geproduceerd, nu een ruine is? Men leze de beschrijving. Verdriet voelt zelfs hij die van deze kerken geen lid is, maar ze om veel waardeerde!

Een zo ingehouden toon als de schrijver gebruikt, wijst erop dat hij zelf door veel is heengegaan. Wie als lid van de Gereformeerde Kerken dit boek leest, moet het als een (indirect) appel tot wederkeer ervaren. Wie dat appel niet verstaat, men moet vrezen dat hij zijn eigen verleden niet kent en ook niet weet wat gereformeerd is.

Dit boek is niet geschreven om de vuile was buiten te hangen Het is geschreven door een zoon, die ziet dat zijn moeder, zijn broers en hun kinderen geestelijk in de vernieling zijn geraakt.

Quis non fleret - wie zou niet wenen?

Twee dingen hebben mij bijzonder getroffen. De overeenkomst van de huidige strijd in de Gereformeerde Kerken met die in de Nederlandse Hervormde Kerk van de vorige eeuw, met name de manier waarop de modernen de orthodoxen behandelen en miskennen. Vervolgens trof mij, dat waar de belijdenis niet wordt gehandhaafd, het kerkelijk samenleven ontaardt in een machtsstrijd met wereldse praktijken.

J. Reiling, Het Woord van God. Over Schriftgezag en Schriftuitleg. 130 blz. f. 25,90. Kampen 1987. De schrijver is hoogleraar in de nieuwtestamentische vakken in Utrecht en was ook rector/hoogleraar van het Seminarium van de Baptistengemeenten te Bosch en Duin. Dit geschrift is te danken aan de combinatie van beide taken. Men herkent er de hoogleraar in de Bijbelwetenschappen in, maar ook de dogmaticus, die de resultaten van Schriftuitleg systematiseert.

Laat ik mogen zeggen dat ik respect heb voor inzicht in en overzicht van bijbelse gegevens. Hier wordt met kennis van zaken over de onderscheiden gedeelten van de Schrift geschreven. Als zodanig is het een verhelderend boek. De beknoptheid doet niets af aan de grondigheid. Dit is een boek dat van grote kennis van de bijbelse gegevens getuigt. Zelden vond ik zoveel bij elkaar op zo overzichtelijke wijze. De titel geeft het belang van het onderwerp aan. Ik denk wel dat de volgorde van de beide woorden omgekeerd had moeten worden. De Schriftuitleg bepaalt wat de schrijver van het Schriftgezag zegt. De schrijver wekt de indruk een tussenpositie in te nemen. Wel de historischkritische methode gebruiken, maar tegelijk de Bijbel als openbaring erkennen, de heilsfeiten als inhoud en kern van de openbaring erkennen, erkennen de invloed van de Geest in de tot standkoming van de Bijbel, maar tegelijk pleiten voor de dialogische structuur en intentie van de openbaring, die door de Bijbel bemiddeld wordt (blz. 165).

Deze visie komt erop neer dat de Geest werkzaam is in de schrijvers, zonder dat men daarom van inspiratie kan spreken. Het appel dat de tekst op ons doet is juist de inspiratie, om zo te zeggen een dynamisch inspiratiebegrip, dat past in een relationele benadering van de Bijbel. Inspiratie en illuminatie zijn hetzelfde!

Het bijbelse inspiratiebegrip is van joodse oorsprong. Het kon opkomen omdat de Geest afwezig was (blz. 114). Dit joodse inspiratiebegrip werd ook door Jezus aanvaard (blz. 115). We vinden het ook in 2 Petrus 1 : 19–21 en in 1 Petrus 1 : 1 en 12 (blz. 116–121). Toch is het voor ons niet meer van kracht. Het komt voor ons aan op een ontmoeting. Het gaat, zo concludeer ik, om de Geest die werkt door middel van de Schrift, maar zich daaraan niet bindt. Het programma op pagina 10 luidt dat we onze Bijbelbeschouwingen aan de Bijbel zelf moeten toetsen! Het blijkt echter dat de schrijver Jezus’ opvatting omtrent de Schrift en die uit de beide brieven van Petrus niet aanvaardt. Dat lijkt me in strijd met het beleden uitgangspunt.

Ik kan niet zien hoe de schrijver tegenover een radicaal-kritische opvatting van de heilsfeiten positie kan kiezen met een beroep op de Schrift zelf. Dat beroep is even willekeurig, als de opvatting dat Jezus’ visie op het Oude Testament voor ons niet meer normatief is. Jezus zelf heet normatief, maar het getuigenis omtrent Hem is produkt van een samenwerken tussen de Geest en de mens. Door illuminatie ontstaat er een tekst die vocatief is en appelleert. Zo is de tekst openbaring. Het door ons aangebrachte onderscheid tussen inspiratie en illuminatie heet fundamentalistisch en staat onder scherpe kritiek. Ik kan tot geen andere conclusie komen dan dat dit boekje een spiritualistische Schriftleer voorstaat. Bewijs daarvan is dat de schrijver met een beroep op de Geest de Schrift corrigeert, door haar gegevens (zie boven) niet op te nemen in een bijbelse Schriftleer ! Het communicatiemodel wint het van de inspiratie. Of moet ik zeggen: de communicatie inspireert?

L. van Driel, I.A. Kole, Bij tijds geloven. Verkenning van het educatief klimaat in een drietal kerkelijke gemeenten. 191 blz. Kampen 1987.

Dit boek heeft de beide schrijvers gediend als doctoraal scriptie aan de VU. Het boek is een vervolg op een eerdere scriptie. Ik heb overwogen aan dit boek een artikel te wijden in ons tijdschrift. De redactie heeft besloten in het najaar twee artikelen te laten schrijven over de betekenis van de opvoeding voor de godsdienstige vorming. Dat is niet hetzelfde onderwerp als hier wordt behandeld. Er is wel overeenkomst. Daarom volsta ik met een korte aankondiging. Hoe komt het dat jongeren op een aantal vitale punten van geloof en leven anders denken dan hun ouders? Hebben kerk en school wel in de gaten wat hier aan de gang is? Dit onderzoek heeft iets van het luiden van de noodklok. Onderwijs en opvoeding moeten zich met hethier aan de orde gestelde probleem bezighouden! Wat mij teleurstelt, is dat aan het slot geen duidelijke conclusie wordt getrokken ten aanzien van de te volgen route; anders gezegd: de in het eerste hoofdstuk besproken pedagogen (en hun theorieën) worden na de vermelding niet geëvalueerd voor de toekomstige praktijk. Waarom ontbreekt een duidelijke beleidsbepaling? De lezer voelt wel welke richting de schrijvers op willen, maar moet meer gissen dan dat hij geinformeerd wordt! Komt hun standpuntniet neer opeen voorzichtige aanpassing?

D.N. Wouters, Aids, een testcase voor de Kerk. 114 blz. f. 14,90. Kampen 1987.

Dit boekje wil informatieve gegevens over aids en de kerken, over hulpverlening aan aidspatiënten vanuit de kerken. Als zodanig is het een sympathieke poging christenen op hun verantwoordelijkheid te wijzen. Wat echter ontbreekt is dat het verband tussen seksueel losbandig leven en aids wordt aangewezen. Ik moet zelfs zeggen dat de schrijver weigert zulk een verband te leggen. Vanaf Genesis wordt gewerkt aan de rehabilitatie van de mens (blz. 74). In dat perspectief wordt ook over hulp aan aidspatiënten gesproken. Het is niet onduidelijk, dat een bepaalde opvatting over aids in kerkelijke kringen de grote schuldige is in dit boek. Als de hier verdedigde opvatting over de benadering van aids de testcase voor de kerk is, dan hebben we zeker van de kerk niet dàt te verwachten, wat juist de kerk moet bieden. Dat de kerk in de aidsproblematiek een boodschap heeft, die men elders in de samenleving niet of nauwelijks meer hoort, wordt hier ontkend. De kerk wordt hier tot een van de genivelleerde hulpverleningsinstanties. Het appel in dit boekje moet gehoord worden. Het zou echter even dringend naar aidspatiënten moeten klinken. Gered te worden is wat anders dan gerehabiliteerd te worden.

A.A. Spijkerboer, Gereformeerd of knettergek. 90 blz. f. 14,90. Kampen 1987.

Dit boekje is een reactie op de bekende publikatie van Aleid Schilder. De schrijver verdedigt de gereformeerde leer tegen de beschuldigingen die mevrouw Schilder haar voorhoudt. Het boekje biedt mijns inziens een verdunde gereformeerde leer. Ze is aangelengd met een scheut Barthianisme en zo toch wel wat waterig geworden. Ik herinner aan de bespreking van de verkiezing! Ik moet zeggen dat de titel me wat vreemd voorkomt. Dat is te meer het geval, nu ik onder gereformeerd meer versta dan de schrijver er onder laat vallen. Val ik daarom onder de andere poot die de titel noemt? Wellicht bedoelt de schrijver dit niet te suggereren, maar is het te vermijden? Alleen wie de ruime opvatting van gereformeerd belijden met de schrijver deelt, ontkomt er zijns inziens aan knettergek te worden. De manier waarop de schrijver het dilemma stelt en invult, wil ik niet onderschrijven.

J. Tinbergen, Kunnen wij de aarde beheren? 171 blz. f. 24,90. Kampen 1987.

De schrijver is oud-hoogleraar in Rotterdam, Nobelprijswinnaar en een gezaghebbend geleerde op het gebied van de ontwikkelingseconomie. De eerste honderd bladzijden bevatten een samenvatting van wat men in economische leesboeken kan vinden aan basisgegevens. Daarna ontvouwt hij idealen (meer dan een programma) voor een goed beheer van milieu, grondstoffen, voor het beheersen van de vrede! Opvallend is dat hij een internationale minister van financiën wil. Het vetorecht in de Veiligheidsraad wil hij afschaffen. De stemverhoudingen in de Verenigde Naties wil hij anders geregeld zien. Het is een boek, dat bekende zaken, feiten en leuzen op een originele manier bijeenbrengt, zonder dat naar andere literatuur wordt verwezen.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.