+ Meer informatie

De tandpasta was bevroren

5 minuten leestijd

Te laat op school of op je werk? Was het de brug die open was of was de tandpasta bevroren? We worden wel heel vaak met smoezen geconfronteerd. Vaak afgezaagd, maar soms ook heel origineel. Nico Scheepmaker schreef een boekje vol smoezen. Uit de keur van flauwe, leuke, minder geslaagde of soms ook slechte smoezen een bloemlezing

De top tien van versleten excuses voor te laat komen: de brug was dicht (of open); de wekker is niet afgelopen; ik moest naar de tandarts; de trein had vertraging; mijn auto wou niet starten; ik zat in de file; er was een wegomlegging waardoor ik verdwaalde; ik zat vast op de gracht; ik kon nergens een parkeerplaatsje vinden; mijn vrouw is vannacht ziek geworden, waardoor ik vanochtend eerst de kinderen naar school moest helpen. Deze smoezen zijn dus in het vervolg onbruikbaar.

Tante Mien zit voorin de auto als de agent constateert dat ze niet in de veiligheidsriemen zit. Tante Mien: „Dat hoeft ook niet als je boven de 65 bent".

Afgekeurd

Een van de jongens in ons peloton heette Jan Breddels. Hij droeg een bril met sterke glazen, maar die waren blijkbaar net niet sterk genoeg geweest om afgekeurd te worden. Dat begon hem na enige maanden dienst te verdrieten, en hij begon in drievoud verzoeken om herkeuring in te dienen, omdat hij steeds meer last kreeg van zijn ogen. Eigenlijk kreeg hij meer last van de dienst zelf, maar hij had gehoord dat je het beter op je ogen kon gooien. Die verzoeken haalden niets uit, en daarom bedacht hij een smoes. Ik zie het nog steeds voor me.

Het kazerneplein van de Oranje Nassaukazerne in Harderwijk is min of meer vierkant, in de ene hoek was de ingang van het „kantoor" van de kapitein, diagonaal daar tegenover de uitgang van onze kamer. Breddels wachtte tot de kapitein het plein begon over te steken, startte bijna tegelijkertijd vanaf onze kant, ik zag ze over de diagonaal naar elkaar toekomen, meter voor meter, ze kwamen binnen elkaars actieradius, en wat deed Breddels? Niets! Dat wil zeggen, hij liep gewoon door, zonder te salueren, met het hoofd naar links naar de kapitein gericht, een inbreuk op de militaire voorschriften van jewelste.

De kapitein was te verbouwereerd om hem meteen toe te blaffen, maar hij moest natuurlijk wel op rapport komen: „Waarom ben jij me zonder groeten rakelings gepasseerd?" „Het spijt me verschrikkelijk, kapitein, maar ik heb u absoluut niet gezien!

Ik moet gedacht hebben dat u een gewoon soldaat was. Nu wist de kapitein zeker dat het heel erg slecht ging met de ogen van Breddels, hij werd naar een herkeuring gestuurd en afgekeurd...

Parkeergeld

„Als we in burger patrouilleren," vertelde een Amsterdamse parkeerwachter, „kun je rustig stellen dat zeven van de tien auto's bij een rij parkeermeters op rood staan. Maar zijn we in uniform, dan zie je de mensen uit de huizen en de winkels te voorschijn schieten om gauw nog even een gulden in de meter te doen. De meest gebruikte smoes is: „Ik had geen losse guldens op zak, ik ben daarginder even in de winkel een tientje wezen wisselen." Dat zal nog vaak waar zijn ook, natuurlijk. Hetzelfde geldt voor de smoes: „Ik heb mijn gulden in de verkeerde meter gegooid." Dat gebeurt vaak genoeg, de mensen stappen uit en gooien gedachteloos de gulden in de meter bij het voorportier waar ze uitgestapt zijn, maar dat is lang niet altijd de goeie meter. De meter was kapot, dat hoor je natuurlijk ook vaak, en dat is ook vaak waar. Maar het is ook vaak niet waar. Het is vaak een keertje waar geweest, waardoor ze een boete zijn misgelopen, en daarna gebruiken ze het iedere keer, ook als het niet waar is.

Man: „Het spijt me, maar ik had geen geld meer voor de meter. Ik zal je vertellen hoe dat kwam. Ik ben vertegenwoordiger, ik ga bij iemand naar binnen om m'n spullen te verkopen, ik buk me, en wat denk je? Mijn haar plakt vast in zo'n vliegenvanger! Ik moest naar de kapper om m'n haar weer te laten fatsoeneren, en dat was zo'n onverwachte uitgave dat ik niets meer overhield voor de parkeermeter".

Semafoonsmoes

Een burgemeester die er de voorkeur aan gaf onbekend te blijven, leverde een pleidooi voor wat hij de elektronische smoes noemde. Men neme een semafoon, populair „pieper" genoemd. Men drage deze al naar gelang de persoonlijke instelling zichtbaar (in de borstzak met de metalen klip naar buiten), of nèt even zichtbaar (in de colbertzak). Kan ook zonder verbindingsproblemen in de binnenzak gedragen worden, maar ja...dan ziet men hem niet. Het valt op dat tijdens saaie vergaderingen waarbij huisartsen en specialisten aanwezig zijn veel spoedbevallingen worden doorgegeven, terwijl dat bij genoeglijke bijeenkomsten zelden het geval is. Politiecommissarissen laten zich dringend wegroepen voor gebeurtenissen waarover zij rustig geheimzinnig kunnen doen, en datzelfde geldt voor burgemeesters, mits zij dat niet te vaak in hetzelfde gezelschap doen. Absolute „smoesvoorwaarde": een liefhebbende echtgenote, zoon of dochter, die het exacte tijdstip weet waarop het nummer de lucht in moet. Er moet bovendien altijd een code afgesproken worden, waardoor de opgeroepene weet dat er in werkelijkheid niets aan de hand is.

Genoeg gesmoesd voorlopig.

Nav Het Smoezenboek, door N. Scheepmaker; Uitg. Fontein,prijs ƒ15.-

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.