+ Meer informatie

Melkpunch

3 minuten leestijd

314 liter melk, I eetlepel basterdsuiker, 3 eierdooiers, 1 glas sherry, nootmuskaat, kruidnagelpoeder.

Breng de melk aan de kook, schenk hem langzaam al kloppend bij de met de suiker losgeklopte eierdooiers, roer de sherry er door en maak de drank met de kruiderij op smaak af. Giet hem in de punchglazen en strooi er wat nootmuskaat op.

69. Oude Harrigje, die over haar horretje heen, uitkeek naar de haven, loopt, ala ze ziet dat de boot het zeegat uit is, naar haar bedstee, draait de deuren open en slaat de dekens op. „Kom er nou maar uit, m'n Jongen, de kust is veilig." Bebloed en met de boeien nog om de polsen kruipt Evert uit het bed. Als de dokter komt om Everts wonden te verbinden, heeft oude Marrigje ze al uitgewassen. De korsten bloed zijn weg; zijn handen schoon. '„Maar je lakens, Marrigje," roept Evert uit, terwijl de dokter met hem bezig is. „Je schone lakensl Die heb ik vreselijk vuil gemaakt." „Dacht je dat ik daar een steek om gaf?" zegt Marrigje, snibbig als ze altijd is. „Dacht je dat me dat een zier kan schelen? Al had je mijn hele huisje onder het vuil gezet, dan gaf dat nog niets. Ik heb jou uit de vingers van die kerels kunnen houden. Daarvoor heb ik alles over." Ze dribbelt heen en weer in haar kamertje. „Dokter, hebt u nog water nodig? Moet u linnen hebben?" Met alles wil ze helpen. En opeens windt ze zich op. „Waar blijft Heekman nu toch. Ik heb al lang een boodschap naar hem gestuurd om die lelijke ijzers los te maken. Een Urker in de ijzers, ik kèji het niet zienl" Hoekman is er spoedig met tangen en een vijl. In een ogenblik heeft hij de boeien stuk. De dokter zet een paar krammetjes in Everts voorhoofd en in zijn rechterhand. Over enkele diepe schrammen plakt hij ,een paar pleisters. „Ziezo, Evert, nu mag Je meiisje je weer zien. Mijn compliment, hoor, dat je zó ontkomen bent. 't Was méér dan kranig!" Evert kleurt bij die lof. „Het ging zo maar," zegt hij. „Ik had er tevoren helemaal niet aan gedacht dat het kon. Ik wist geen uitweg. Toen zag ik opeens het raam. Daar moet ik doorl dacht ik. En op hetzelfde ogenblik vloog ik er door. Heb Ik jou niet vreselijk doen schrikken, Marrigje, toen ik bij je biimenstoof?" „'t Oeeft niks, hoori" En dankbaer-ootmoedig gaat ze voort: „Dat de Heere mij heeft willen gebruiken om jou te redden, jongen, mij, oude vrouw, daar ben ik stil van."

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.