+ Meer informatie

IN MEMORIAM Ds J. van Doorn

6 minuten leestijd

Wanneer ons gevraagd wordt om iets te schrijven over iemand, van wie we veel gehouden hebben, bestaat het gevaar, dat we die persoon gaan idealiseren. Toch willen wij graag voldoen aan het verzoek van de hoofdredacteur van „Bewaar het Pand” om enige indrukken weer te geven, m.b.t. de persoon van Ds. van Doorn.

Vol verwondering kon hij spreken over de krachtdadige wijze, waarop de Heere hem in zijn jonge leven had stilgezet, en over zijn roeping tot het ambt van dienaar des Woords. Zijn vader, wilde hem eerst op de boerderij houden, maar werd uiteindelijk toch overgebogen om zijn zoon zich te laten aanmelden bij het Curatorium van de Theologische School. Zo ging de boerenzoon, die geleerd had om op zijn knieën op het land de Heere Zijn zonde en schuld te belijden, vanachter de paarden naar de collegezaal.

Dezer dagen nog hoorden we een predikant, die tegelijk met ds. van Doorn gestudeerd heeft, vertellen hoe aan die boerenjongen uit Veenendaal door een andere student gevraagd werd: Zo, moet jij dominee worden; ben je niet graag op de boerderij? Zijn duidelijke antwoord was: Ik was graag op de boerderij, maar door genade geloof ik, dat ik dominee màg worden!

Zijn agrarische afkomst heeft zich later in zijn preken en andere ambtelijke arbeid niet verloochend. Hoe duidelijk kwam bv. een preek over, toen enkele jonge mensen in Doornspijk belijdenis des geloofs aflegden, n.a.v. de tekst: Niemand, die zijn hand aan de ploeg slaat, en ziet naar hetgeen achter is, is bekwaam tot het Koninkrijk Gods. Onlangs spraken wij met iemand van buiten onze kerken, die met zegen geluisterd had naar een door ds. van Doorn uitgesproken preek over: De konijnen zijn een machteloos volk; nochtans stellen zij hun huis in de rotssteen. Onvergetelijk voor meerderen zullen ook zijn de vervolgpreken over Psalm 23: de Heere is mijn Herder!

In zijn preken en zijn spreken kon men heel duidelijk proeven, dat hier geen theorie, geen beschouwing gebracht werd, maar dat belééfd was en werd, waarvan gesproken werd. Dit wil niet zeggen, dat hij de christen predikte; neen, hij predikte de rijke Christus voor arme zondaren! Schriftuurlijk - bevindelijk!

Natuurlijk had ook de méns van Doorn zijn karakterfouten en gebreken; dat wist hij zélf echter ook heel goed en dat hield hem klein. Opvallend groot vonden wij zijn mensenkennis. Het gebeurde, dat hij na enkele woorden gehoord te hebben, precies aanvoelde, waar de ziel van degene, naar wie hij luisterde, „gelegerd was”. Op echt vaderlijke wijze kon hij dan spreken over Gods wegen met Zijn volk, zonder echter als maatstaf te nemen de weg, die de Heere met hém gehouden had. Raak en op de man af waren soms echter ook zijn vragen, bijvoorbeeld: „Ben je al eens in het paradijs geweest?” of: „Heb je de Heere Jezus lief?” en dan: „Ben je er ook wel eens achter gekomen, dat je Jezus haatte?” en nog op zijn sterfbed vroeg hij iemand: „Zullen we elkaar Boven weerzien?”

Zeven gemeenten heeft ds. van Doorn mogen dienen. Nooit hebben wij uit zijn mond één kwaad woord over de eerste zes gehoord; tóch voelde hij zich ongetwijfeld in zijn laatste gemeente, Doornspijk, het meest thuis. Zoals een van de sprekers bij de begrafenis opmerkte, kostte het moeite om de gemeente te moeten loslaten. Meerdere malen hebben wij hem horen zeggen, dat zijn wens was, „in het harnas” te mogen sterven. Het heeft de Heere behaagd, déze wens van Zijn dienaar niet in vervulling te doen gaan, althans niet in die zin, dat hij op de preekstoel zijn laatste adem heeft uitgeblazen. Maar wél in die zin, dat zijn sterfbed een preekstoel geweest is!

Ds. van Doorn was een bekwaam catecheet. Dat bemerkten we, als we in Doornspijk als ouderling de catechisaties wel eens bijwoonden. Dat hoorden we van meerdere oud-catechisanten o.a. uit Ermelo en omstreken. En dat werd ons ook nog bevestigd door een predikant uit onze kerken, die hem destijds als catechiseermeester had in een vacante gemeente, toen ds. van Doorn te Ouderkerk a/d Amstel stond. Hoewel hij zelf geen kinderen had, kon hij op liefdevolle en tactvolle wijze met de jeugd omgaan.

Op kerkeraadsvergaderingen was hij wars van alle „geleuter”. Daarom waren we meestal lang vóór tien uur al weer thuis; dat zal niet in veel gemeenten gebeuren. Als het wel eens wat langer duurde, dan was het de vergadering vóór de bediening van het H. Avondmaal; wij hebben dat toen ervaren als de beste uurtjes in het ambtelijke leven.

Ds. van Doorn mocht overgaan van de strijdende naar de triomferende Kerk. Zijn Zender, Die hij hier in getrouwheid mocht dienen, heeft Hem nu thuisgehaald. Hier in de kerk is een bidder, een herder minder, dââr een juicher meer.

Voor mevrouw van Doorn is het verlies groot; zij was zeer aan haar man gehecht. De Heere schenke haar de nodige kracht, als straks de eenzaamheid zich doet gevoelen, en doe haar Zijn nabijheid in rijke mate ervaren. Moge zij de troost ontvangen uit het woord, dat de dominee op zijn sterfbed tot haar sprak: De Heere is goed en recht; daarom zal Hij de zondaars onderwijzen in de weg. Hij zal de zachtmoedigen leiden in het recht, en Hij zal de zachtmoedigen Zijn weg leren.

Ook in de gemeente van Doornspijk is nu een grote lege plaats. De kerkeraad en de gemeente zullen zich misschien afvragen: Wat nu? Mogen ook zij troost ontvangen uit het Woord van God, dat de dominee nog aan één van de andere predikanten als boodschap voor de gemeente meegaf: Niemand zal ze uit Mijn hand rukken! Wij hebben te maken met een God, Die wonderen werkt!

Velen van degenen, die dit lezen, zullen wel eens onder de prediking van Ds. van Doorn verkeerd hebben. Wat heeft het bij u nagelaten? Wat hebt u ermee gedaan? Zal het niet eenmaal tegen u getuigen? Nóg klinkt de prediking van ds. van Doorn na: Zeg tot hen: Zo waarachtig als Ik leef, spreekt de Heere HEERE, zo Ik lust heb in de dood des goddelozen! Maar daarin heb Ik lust, dat de goddeloze zich bekere van zijn weg en leve. Bekeert u, bekeert u van uw boze wegen, want waarom zoudt gij sterven, o huis Israëls?

Nòg is het niet te laat! Ds. van Doorn preekt hier niet meer, maar het Woord des Heeren blijft in der eeuwigheid; en dit is het Woord, dat onder u verkondigd is.

De Heere alleen komt de dank en de eer toe voor wat Hij ons in Ds. van Doorn geschonken heeft! Zaamslag D. J. van Vuuren

Begrafenis

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.