+ Meer informatie

De Ruiter tussen de mirten

4 minuten leestijd

Ik zag des nachts, en zie, een man, rijdende op een rood paard, en Hij stond tussen de mirten. (Zach. 1 : 8a.)

Wat heeft de Heere in Zijn dierbaar Woord troostelijk voor Zijn volk laten schrijven. Hij deed dat opdat Zijn bedrukte erve niet zou versmoren in hun verdriet en ellende. Levend te midden van de vijanden en duivelse aanvallen, meedragend een verdorven vlees dat zich der wet Gods niet onderwerpt en ook niet kan, wijl het bedenken des vleses vijandschap is tegen God, verkeren Gods kinderen in bange vreze. Toch laat de Heere Zijn volk bemoedigen. Zo was het in de dagen van Zacharia. Israël was wel verlost uit Babel, maar de vreze Gods werd zo weinig gevonden. Men was met de weldaden niet in God geëindigd. Hoe zou dat ook kunnen van nature, wijl we dood liggen in zonden en misdaden, onbekwaam zijn tot enig geestelijk goed?

Te midden nu van zulk een volk dat God verlaat en vergeet, leeft nog een volk dat de Heere door genade zoekt en mint omdat het God behaagde Zijn liefde in het hart uit te storten. Dat treurt over de verlating en miskenning van den Heere. Aan dat volk nu laat de Heere middels de nachtgezichten, welke Hij aan Zacharia geeft, weten dat ze niet behoeven te vrezen omdat Hij van hun leed en zorg en kommer weet. Vandaar dat troostelijk gezicht van die Ruiter tussen de mirten. Hoe nauwkeurig wordt de tijd aangegeven in het 7e vers waarin het plaats heeft. De mirten waren een zeer gewaardeerd soort van struiken in Israël. De bloesems werden gebruikt voor de bruidstooi der in het huwelijk tredende jonge vrouwen, en werden mede gebezigd bij de samenstelling van de loofhut, maar ze groeiden in de diepte.

Ziedaar het beeld van Gods volk dat in oprechtheid de Heere vreest.

Zij worden in de diepte van ootmoed gebracht, wijl ze door Gods lieve Geest onderwezen worden omtrent hun staat van nature, en leren kennen de hoogheid Gods. Zij leren inleven wat ze zijn van nature, daartoe worden ze verwaardigd geen hoge gedachten van zichzelven te hebben. De Heere zorgt er voor dat ze zich te schamen hebben over hun schrikkelijke verdorvenheid. Niet alleen de zonde van buiten, maar vooral van binnen doet hen met schaamte voor God buigen en met droefheid voor Hem invallen. De smart over de zonde doet hen schreien vanwege hun afmakingen. Ziet dat volk heeft de Heere nóg in deze dagen. Hij zal doen overblijven een ellendig en arm volk dat op den Heere vertrouwen zal. Met al hun schuld en zonde en ellende en verdorvenheid zorgt de Heere dat ze in hun verdriet niet omkomen. De Man op het rode paard is in het midden van hen. O indien Christus niet in het midden van Zijn volk ware, ze waren al omgekomen. Hij vernederde Zich, maar staat in Zijn triumph te midden van Zijn kerk. Door welke diepten ze ook geleid worden, Hij is bij en met hen. O, dat moet dat volk weten opdat ze hope zullen scheppen en in Zijn eeuwige verbondstrouw zullen rusten. Welke machten zich mogen opmaken en welke druk hun geworden zal, Hij, Israëls Wachter, sluimert niet. Hij, de Eeuwige Koning van Sion laat Zijn erve niet in de druk vergaan. Hij kocht ze met Zijn bloed en verzegelde ze door Zijn Geest, en al gaat hun pad nu ook door de zee, hun zullen als op Mozes' beê, geen golven ovex-stromen. Dat Sion moed scheppe in deze bange tijden. Nu alles op de aarde woelt en onderste boven gekeerd wordt, vreselijke oordelen dreigen, het beest uit de aarde al meer op komt, heeft de Heere Zijn volk niet zonder troost willen laten, maar laat hun weten dat Hij in de diepten rijdt op het rode paard. Hem is de macht gegeven in de hemel en op de aarde. O, dat we daar onze sterkte in mochten hebben. Jonge vrienden, dat de vreze Gods uw deel moge zijn. Vraagt den Heere of Hij U bekeert zoals Hij al Zijn volk bekeert. Dat hebt ge bovenal nodig. Dat onze jongens in Indië verwaardigd werden den Heere te zoeken in al hun omstandigheden, heiligende genade verkregen door al de wegen hun opgelegd, en weten mochten dat Christus leeft. Hij bemoedige Zijn volk te midden van al hun leed. Straks zal alle leed geleden zijn, en de strijd volstreden, omdat niet wij, maar de onveranderlijke Verbonds-Jehova dezelfde bleef. Hij gaat mee door het leven tot aan de dood en door de dood, om te leiden in de rust die er overblijft voor het volk van God. Hij sterke onze zielen door Zijn Woord en Geest. Amen.

Ds J. v. d. Berg

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.