+ Meer informatie

De basis van de hele wet

Ds. Van Sorge: In de hemel zal geen spoortje afgoderij meer zijn

10 minuten leestijd

Het eerste gebod is grondleggend voor de hele wet des Heeren, zegt ds. W. van Sorge, christelijk gereformeerd predikant te Rotterdam-West. "Als we de betekenis van het "geen andere goden" echt geloven, als we echt beseffen wat de Heere van ons vraagt, zullen we ook ernst maken met alle andere geboden van de wet."

"Gij zult geen andere goden voor Mijn aangezicht hebben. Op het eerste gezicht lijkt dit gebod, door zijn verbodsvorm, een negatieve strekking te hebben. Ten diepste is dat echter niet zo. De Heere heeft geen wetboek van strafrecht gegeven. Gods geboden zijn niet als die bordjes "Verboden toegang" in de duinen, die me dwarsbomen als ik iets leuks wil doen. Het zijn juist lampen om ons levenspad te verlichten, om ons voor ongelukken te bewaren. Achter elk gebod staat een God, Die het goede met me voor heeft. Wie dat doorleeft, ziet de geboden als de meest gepaste zaken die er zijn.

Het eerste gebod is een antwoord op de inleiding van de wet: "Ik ben de Heere, uw God, Die u uit Egypte, uit het diensthuis uitgeleid heb." Als Hij de Heere is, Die Israël uit de slavernij verloste, mag Hij nadrukkelijk vragen om het hart van Zijn volk. Daarom is het eerste gebod een krachtige oproep om de Heere alleen te dienen."

Geestelijk overspel

"In het Oude Testament wordt de verhouding van de Heere tot Israël vaak getekend als een huwelijksrelatie. Denk maar aan de profeten Jeremia en Hosea. Afgoderij is daarom geestelijk overspel, het volk onttrekt zijn hart aan de Heere. Dat neemt de Heere zeer ernstig. Hij is een jaloers God op Zijn eer, Die niet toelaat dat Zijn volk achter andere goden aanloopt.

Ook voor onze tijd heeft de inleiding van de wet een grote betekenis. In de christelijke gemeente mag beluisterd worden dat de Heere de God is Die Zijn volk uit de slavenhuis van de zonde redde. Natuurlijk weten we dat in deze geestelijke verlossing niet ieder gemeentelid, hoofd voor hoofd, deelt. Toch blijft staan dat de Heere Zich door Zijn Woord verlossend bekendmaakt. Daarom mag Hij om een recht hartelijke liefde vragen. In dat licht is afgoderij, overtreding van het eerste gebod, des te erger."

Ommekeer

"Als de Heere ons hart heeft, krijgen we ook liefde tot Gods wet, in al zijn delen. Dit doet niets af van het ontdekkende element van de wet, die ons schuldig stelt aan alle geboden. Maar toch, zegt Paulus, is de wet goed. Als de Heere werkt, gaan we iets proeven van de vreugde in Zijn wet, die ons welzijn beoogt. Ik weet dat in dit leven alles ten dele is, maar tussen de liefde tot God en tot Zijn wet ligt een onlosmakelijke band. Dat brengt een aanwijsbare omkeer in iemands leven teweeg. Dat heb ik ook mogen zien in mijn ambtsbediening. O ja. Allerlei aantrekkelijkheden van de wereld verdwijnen dan in iemands leven. Wat voorheen een last was, wordt nu een lust, wat een lust was een last.

Het is, denk ik, goed om de band tussen de liefde tot God en het onderhouden van Zijn geboden in onze tijd extra te onderstrepen. Het gevaar is groot dat we anders in de wateren van het wetticisme terechtkomen. Het onderhouden van de wet verwordt dan tot een groot aantal regeltjes: dit mag wel, dat mag niet. Aan de andere kant is er het gevaar dat mensen wel zeggen God lief te hebben, maar dat deze liefde zich niet vertaalt in de concrete levenswandel."

Veel afval

"Geen andere goden. Voor Israël was dit gebod heel concreet. Vele jaren ademden ze in Egypte de wereld van de afgoderij in. De Nijlgod beheerste het leven van de Egyptenaren. Juist daarvoor, voor zo'n dode god, had de Heere Zijn volk niet over. Hij kende ook tot in alle onderdelen de afgoderij die in het beloofde land Kanaän te vinden was. Daarvoor wilde de Heere tijdens de woestijnreis al ernstig waarschuwen.

Is het goed gegaan in de geschiedenis van Israël? Van tijd tot tijd waren er perioden dat het volk, zij het misschien uitwendig, naar de Heere vroeg. Maar de doorgaande lijn is die van veel afval en afgoderij. Dieptepunten waren wel de tijd van de richteren en van de koningen van het Tienstammenrijk. De Baäldienst is een trieste lijn door het Oude Testament. Onder de indruk van de omringende volken, door gemengde huwelijken met prinsessen uit het buitenland, spoelde de afgoderij de vorstenhuizen binnen en besmette zo het hele volk. Wie denkt dan niet aan koning Achab, die door het huwelijk met de goddeloze Izebel openstond voor de Baäldienst? Maar ook Salomo, die de Heere diende, boog zich voor de goden van zijn vrouwen.

Israël diende de Baäl, de god van de vruchtbaarheid. Wij kunnen daar gemakkelijk op neerzien. Maar we moeten bedenken dat vruchtbaarheid voor Israël van groot belang was. De inkomsten van het land waren onmisbaar voor het levensonderhoud. Dan is de verleiding groot om een tastbare god te hebben die voor vruchtbaarheid zorgt, net als de omringende volken. Dat is een veilige gedachte."

Oudedagsvoorziening

"Als we de lijn doortrekken naar vandaag de dag, zijn wij ons wel bewust dat we de Heere op onze manier vaak van Zijn plaats duwen? Waar steunen wij niet al op? Op onze bankrekening, op onze goede oudedagsvoorziening, op onze aandelen? Allemaal zaken waarvoor in onze tijd overmatig veel aandacht is. Wij ademen als het ware de afgoderij van het materialisme dagelijks in. Hoe snel ondergaan we dan zelf de invloed. Proberen wij de dienst des Heeren niet vaak te combineren met het vertrouwen op tijdelijk goed?

Als het goed is, krijgt het eerste gebod een heel actuele spits. Dan gaan ook wij niet vrijuit. Immers, waar kunnen we ons hart niet al op zetten? De een lijkt nauwelijks het onderscheid te weten tussen sportiviteit en sportverdwazing, zodat hij de grens al is gepasseerd, voordat hij het beseft. In Rotterdam hoor je weleens zeggen dat Feyenoord de afgod van de stad is. Daar zit veel waars in, denk ik. Maar ook in reformatorische kring hoor ik hierover soms schrikwekkende dingen."

Hobby

"Een ander hangt helemaal aan zijn hobby. Dan moet ik zeker ook naar mezelf wijzen. Ik ben opgegroeid in Rotterdam en had bijzonder veel belangstelling voor trams. Bijna alle types kende ik uit het hoofd. Toch heb ik moeten zien dat het een afgod was geworden. Mijn hele verzameling foto's heb ik toen weggegooid.

Zouden techniek en wetenschap in deze tijd ook niet als een afgod kunnen functioneren? Als we restloos in de wetenschap geloven, zonder de vooronderstellingen onder kritiek te stellen, passeren we snel de grens die het eerste gebod aangeeft.

Vooral in een geseculariseerde stad als Rotterdam is de afgoderij als het ware met beide handen te tasten en met alle zintuigen waar te nemen. In dorpen op de Veluwe, om maar wat te noemen, is de greep van Gods Woord op de samenleving toch groter. Het hele cultuurpatroon is minder geseculariseerd. Maar ook met een zwart zondags pak kun je een hart vol afgoden omdragen. Dan denk ik aan de akelige tweedeling tussen de levenswijze op zondag en die op een doordeweekse dag, die je tot in de meest behoudende kring aantreft.

Toch heeft de Heere ook hier in deze stad een overblijfsel, dat niet los van Hem kán leven. Gelukkig maar."

Stem van geweten

"Een grens tussen geoorloofde zaken en afgoderij kun je niet zomaar definiëren. Ik denk dat je afgoderij kunt samenvatten als de neiging in het menselijk hart om de dingen los van God te zien. Hard werken is dus niet verkeerd, plezier hebben in je vak is niet af te keuren, maar als je werk, hobby, ontspanning en wat dan ook los ziet van God, ben je een grens gepasseerd. En als je je eigen hart een beetje kent, weet je dat je deze grens vlugger over bent dan je voor waar wilt houden. Laten we de stem van het geweten niet het zwijgen opleggen, maar tegelijkertijd bedenken dat het geweten niet autonoom is. Ben ik bereid mijn geweten te laten vormen door Gods Woord?

Als een dominee vormen van afgoderij waarneemt, heeft hij de taak om er vanaf de kansel concreet tegen te waarschuwen. Natuurlijk moet hij tijd en wijze weten en geen heksenjacht ontketenen. Natuurlijk moet de gemeente niet kunnen denken: O, nu heeft hij de dochter van het gezin Pietersen op het oog. Maar als een predikant de zonden echter niet of zelden bij de naam noemt, kweekt hij gemakkelijk het gevoel van: Wij zijn tegen de zonde, de dominee had er het zondag nog over.

Die dochter van het gezin Pietersen en die andere gemeenteleden moeten zelf vanuit de preek kunnen ontdekken wat er fout is in hun leven. Dat zal niet gebeuren als de dominee om de hete brij heenloopt."

Kennen des geloofs

"De Heidelbergse Catechismus laat nog een heel ander aspect van het eerste gebod zien. We lezen in antwoord 94 dat tot de onderhouding van dit gebod hoort dat ik "de enige ware God recht lere kennen, Hem alleen vertrouwe, in alle ootmoedigheid en lijdzaamheid mij Hem alleen onderwerpe, van Hem alleen alle goeds verwachte."

Hier spreken Ursinus en Olevianus over het kennen des geloofs, het kennen van de waarachtige God, zoals Hij in Zijn Woord tot ons komt, zoals Hij Zich in Jezus Christus laat kennen. Deze kennis leidt tot vertrouwen, het vertrouwen werkt een onderwerping aan Zijn leiding. Die hoe het ook moog' tegenlopen, gestadig op Zijn goedheid hopen, zong de psalmdichter.

Er is er maar één die volmaakt het eerste gebod vervulde: Christus. Altijd was Zijn hart gericht op Zijn Vader. Altijd zocht Christus de eer van Zijn Vader. Dat blijkt uit diverse momenten in Zijn leven, uit de verzoeking in de woestijn -"De Heere uw God zult Gij aanbidden en Hem alleen dienen"-maar ook uit het omkeren van de tafels van de wisselaars in de tempel, het huis van God. Nooit week Christus van de weg die Zijn Vader Hem voorstelde. Zo is Hij in Zijn lijdelijke en dadelijke gehoorzaamheid een verzoening voor de zonden de Zijnen."

Toekomst

"De Bijbel tekent voor afgodendienaars een aangrijpende toekomst. Hun deel is in de poel die brandt van vuur en sulfer, lezen we in Openbaring 21:8. Zo ernstig neemt God de zonde tegen het eerste gebod.

Aan de andere kant laat dit bijbelboek ook het geluk zien van hen die de Heere als de enige God leerden dienen. In de hemel zal geen spoortje van afgoderij meer zijn. Geen moment zullen de gedachten worden afgetrokken van de Heere. Dan moeten we zeggen: Dat is hier nog niet ons deel. Deze verwachting stimuleert nu reeds tot een godvruchtige levenswandel. Als het goed is, wekt dit uitzicht ook een verlangen op in het hart: Wanneer komt die dag dat ik bij U mag wezen? Dan vouwen zich de handen en zien we uit naar de grote toekomst waarin God alles zal zijn en in allen."

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.