+ Meer informatie

Ambtelijk werk is mooi, behalve vergaderen?

13 minuten leestijd

Ambtsdrager zijn is in veel gevallen een zegen. Binnen dat ambtswerk zijn vergaderingen niet de meest populaire bezigheden. Pas hoorde ik iemand zeggen: ‘Ik zat jaren in de kerkenraad en heb het geloof behouden en dat is een groot wonder.’

Met dat ik schrijf vraag ik me af of het zinnig is om met zo’n negatieve aanhef dit artikel te beginnen. Toch is het nogal eens realiteit. Hoe dan ook, de kerkenraadsvergaderingen zijn bij menig ambtsdrager niet de grootste bron van vreugde. Moeizame vergaderingen met lastige besluiten en contrasterende meningen zuigen je energie weg. Ook in de kerk zijn er haantjes die eigen belang zetten boven wat goed is voor de gehele gemeente. We hebben in veel gevallen niet met professionals te maken of soms juist wel. Kortom, het is niet zo vanzelfsprekend dat je na een periode in de kerkenraad het geloof hebt behouden. Gelukkig zijn er ook positieve ervaringen. Ik heb zelf tien jaar kerkenraadswerk met vreugde gedaan.

Een camera aan het plafond van de kerkenraadskamer.

Aan de hand van drie doorkijkjes in het plafond van de kerkenraadskamer stel ik het vergaderen van de kerkenraad aan de orde. Allereerst iets over omgaan met de sfeer in de kerkenraad. Als tweede iets over het belang van het voorbereiden van vergaderingen en het goed verdelen van de taken. Als derde het voorzitten van de kerkenraad.

Doorkijkje 1: Werving ambtsdragers: Geen vrijmoedigheid of lauwheid?

Het valt niet mee om ambtsdragers te krijgen. De vorig ronde hebben drie van de vier gekozen ambtsdragers bedankt. Hoe nu verder? Er zijn weer enkele namen ingediend waarvan we nu al weten dat ze waarschijnlijk ook nee zullen zeggen. Er heerst een wat neerslachtige stemming in de kerkenraad. Ze zien er nu al tegenop om weer enkele keren ‘nee’ te horen te krijgen. De voorzitter opent met een korte Schriftlezing en gaat in gebed. Hij kijkt de kring rond en stelt voor een groslijst te maken van de ingediende namen en dan een rondje te doen waarin de ambtsdragers ook namen kunnen voorstellen. Enkele kerkenraadsleden maken zich meteen al sterk voor enkele personen waarvan ze hopen dat die geen ‘nee’ zullen zeggen. Het zijn niet de meest assertieve kandidaten die moeilijk ‘nee’ kunnen zeggen. Toen ze na de vergadering weer thuiskwamen bleef er toch iets knagen. Er ging iets mis, maar wat moesten ze anders? Het werk komt toch al op te weinig schouders terecht. Toen de kandidaten gevraagd werden, had niemand van hen de vrijmoedigheid in te gaan op de roeping tot ambtsdrager. Eerst zei iemand wel ‘ja’, maar later weer ‘nee’, omdat deze in de familie onder druk gezet werd om het niet te aanvaarden. Hij had immers al meer dan eens teveel op zijn nek genomen. De sfeer in de kerkenraad daalt nog verder. Hoe komt dat goed?

Hoe ga je om met de sfeer binnen de kerkenraad?

Soms is er reden om te klagen, zeker in bovenstaande misère die de sfeer in de kerkenraad negatief beïnvloedt. In eerste instantie zou je denken dat je hier niets aan kunt doen. Toch zou ik enkele tips willen geven die misschien kunnen helpen.

1 Deel de innerlijke ruimte met elkaar.

Als eerste is het belangrijk dat er in de kerkenraad ruimte is om uiting te geven aan de gemoedsstemming van de ambtsdragers. Een rondje aan het begin van de vergadering waarin ieder zijn zorgen en vreugde kort deelt kan al helpen. De vraag ‘hoe zit je er bij?’ kan ruimte en lucht geven voor het verdere vervolg van de vergadering. In bovenstaand geval zou het goed zijn te focussen op de bijzondere omstandigheid van het moeizaam kunnen krijgen van ambtsdragers. Laat ieder kerkenraadslid (ook de stille) hun zorg eens uitspreken over wat er speelt en hoe dat ervaren wordt. Zo’n ‘lotgenotencontact’ brengt de gezamenlijke zorg onder woorden en geeft lucht en onderlinge verbondenheid.

2 Deel de innerlijke ruimte met God.

Als tweede is het belangrijk dat aansluitend na zo’n rondje de Bijbel open gaat en samen gebeden wordt waarin de uitgesproken zorgen bij de Here God neergelegd worden. De ruimte en lucht die dan nogal eens ontstaat is een goede basis om verder te vergaderen. Het kan innerlijke rust geven wanneer alle zorgen op de Here onze God geworpen worden (1 Petrus 5:7). Onrust, zorg en frustratie zijn een slechte basis voor het nemen van goede besluiten.

3 Ga verantwoordelijk te werk.

Als derde is het essentieel in het opstellen van tweetallen of het benoemen van kerkenraadsleden dat dit ordelijk en doordacht gebeurt en dat mag onder druk niet in het slob komen door een negatieve sfeer van ‘het wordt toch niks’. Zorgvuldigheid in het opstellen van een groslijst en de aanvullingen door kerkenraadsleden is vereist evenals een goede afweging in biddend opzien naar Boven. Het is belangrijk de innerlijke ruimte te delen met elkaar en met de Here God als basis om verantwoordelijk te werk te gaan in de kerkenraadsvergadering. Laat de negatieve sfeer niet te lang bestaan, het gaat niet helpen om moeilijke situaties het hoofd te bieden. Soms denk ik ook wel eens bij een tekort aan ambtsdragers dat het beter is om het werk dat gedaan moet worden te verminderen en alleen te doen wat kan en wat de kwaliteit ten goede komt. Misschien bevredigt dat meer dan het trekken en sjorren aan gemeenteleden om ambtsdrager te worden. De drempel om ambtsdrager te worden lijkt groter te worden in deze tijd. Misschien is het goed de kerkenraad te verkleinen en meer te gaan werken met kleine groepen onder leiding van een ambtsdrager. Zo kunnen de gaven in de gemeente misschien wel eens beter en breder benut worden.

Doorkijkje 2: Voorbereiding van de kerkenraadsvergadering.

Voordat je het weet is er weer een kerkenraadsvergadering en moet de agenda met de stukken en al er weer uit. De scriba schrikt er steeds weer van dat het weer zover is en gaat aan de slag met het verzamelen van de agendapunten. Aan het begin van de vergadering is er altijd de gelegenheid aanvullende agendapunten in te dienen die aan de orde moeten komen en daar wordt veel gebruik van gemaakt. Het levert soms irritatie op omdat enkele kerkenraadsleden van tevoren te weinig tijd krijgen om zich op zo’n ter plekke ingediend punt te kunnen voorbereiden. De kritiek op de scriba groeit en hij kan die druk niet aan en legt zijn functie neer. Wat is er nu toch misgegaan? Iedereen was er bij? Wie gaat het scribaat nu doen?

1 De scriba als doener?

De verdeling van de taken in de kerkenraad is een belangrijke zaak. Bovenstaande scriba is een ‘doener’ en komt best wel in actie, maar denkt minder van tevoren na over wat hem te doen staat. Hij reageert meestal spontaan en dat is ook zijn kracht. Het organiseren en gestructureerd voorbereiden van vergaderingen met onderliggende stukken is niet zijn ‘ding’. Maar ja, iemand moet toch scriba zijn, dus had hij spontaan ‘ja’ gezegd en zijn handen uit zijn mouwen gestoken. De vraag is dan ook of hij als ‘doener’ in staat is om goed het scribaat uit te voeren en de vergaderingen voor te bereiden. Wanneer we hier ‘nee’ op antwoorden komt de vraag meteen op wie het dan wel moet doen. Ik denk dat de combinatie ‘doener’ en ‘scribaat’ in veel gevallen niet zo’n goede combinatie is.

2 Wie dan wel scriba?

Sommige kerkenraadsleden zijn ‘beslissers’ die snel beslissingen nemen door ergens eerst over na willen denken en dan gemakkelijk knopen doorhakken. Ze kunnen meestal goed organiseren en zijn behoorlijk gestructureerd. Ze voelen niet altijd zo goed de sfeer in de kerkenraad aan, en dat is dan ook tevens hun valkuil. De ‘denkers’ in de kerkenraad kunnen goed analyseren een zetten alles eerst uitvoerig op een rijtje voordat ze uitspraken doen en helemaal voordat ze in beweging komen. Nadeel is wel dat ze ook wat afstandelijk kunnen zijn en het meer over visie hebben dan de weerbarstige dagelijkse praktijk. Ik denk dat deze ‘beslissers’ en deze ‘denkers’ beter in staat zijn om ordelijk een vergadering goed voor te bereiden. Laat de ‘doeners’ maar praktisch aan de slag gaan in de gemeente, dan zijn ze in hun element.

3 Verdelen van taken.

Er is nog een categorie kerkenraadsleden die we ‘bezinners’ noemen. Ze zijn goed in het verzinnen van creatieve ideeën en komen met een veelvoud aan plannen op de proppen. Nadeel is dat veel plannen niet uitgevoerd worden omdat het ‘natte sneeuwgehalte’ soms te hoog is en dan heb je een ‘beslisser’ nodig om prioriteit aan te brengen en beslissingen te nemen. Bij de ‘doeners’ en de ‘bezinners’ zijn ook veel gevoelsmensen die warm onderling contact en een goede sfeer in de kerkenraad belangrijk vinden. Ook die hebben we nodig, zeker in kerkenraden die alleen uit mannen bestaan. Graag voer ik een pleidooi om de taken in de kerkenraad goed te verdelen naar iemands kwaliteiten/gaven. Wat heb je er aan wanneer de scriba moet afhaken en straks misschien wel gefrustreerd van de kerk afhaakt?

4 De kerkenraadsvergadering als bemoediging.

De schrijver van de Hebreeënbrief heeft in hoofdstuk 10: 24 en 25 ons gewezen om onze onderlinge bijeenkomst niet na te laten, maar elkaar aan te sporen tot liefde en goede werken. Die bijeenkomst kan ook de kerkenraadsvergadering zijn waarin we elkaar bemoedigen omdat we in onze kracht staan en zo het werk mogen doen. Misschien haken er dan wel eens minder kerkenraadsleden af of zien ze er minder tegenop een ambt te aanvaarden.

Doorkijkje 3: Voorzitten van de kerkenraadsvergadering.

De voorzitter van de kerkenraad vergadert strak en kapt veel discussies af anders duurt volgens hem de vergadering veel te lang. Tevens wil hij het praten over ervaringen en gevoelens mijden. Er klinkt af en toe protest en het antwoord van de voorzitter is dat hij gewend is op deze manier te vergaderen in het bedrijfsleven en dat dat heel effectief is. Sommige kerkenraadsleden voelen zich geremd nog iets in te brengen en doen dat maar niet meer. Gevoelens die ze hebben bij het werk voor de gemeente en ook het geestelijk aspect delen ze steeds minder. De vergaderingen duren weliswaar korter en besluiten komen er sneller doorheen, maar de betrokkenheid van een aantal kerkenraadsleden neemt af. Ze voelen zich niet serieus genomen en missen de betrokkenheid op het Evangelie. Ze dachten dat de gemeente een warm geestelijk nest zou zijn waarvan de kerkenraad het voorportaal is.

1 Een kerkenraad is geen raad van bestuur van een organisatie.

Een kerkenraad bestaat uit ambtsdragers die door God via Zijn gemeente gekozen zijn. Ze zijn als het ware de spieren van het lichaam van Christus (Efeze 4: 16) die leiding geven. Doel is dat gemeenteleden toegerust en gestimuleerd worden om hun gaven met elkaar in te zetten, tot de geestelijke opbouw van het lichaam van Christus. Goed organiseren en het bijeen houden van de gemeente als groep die bij elkaar hoort is van belang. Duidelijk hierin is echter wel dat het geen zakelijke instelling is die gerund moet worden met een winstoogmerk. De kerkenraad is geen raad van bestuur waarbij elk kerkenraadslid een afdeling runt die afgerekend kan worden op het behalen van gestelde doelen. Wel zijn er belangrijke thema’s in de gemeente die gestimuleerd mogen worden. Te denken is aan het goed laten verlopen van de eredienst, pastoraat, catechese, jeugdwerk, kringwerk, evangelisatiewerk, enzovoorts. De taak van de kerkenraad is gemeenteleden zoveel mogelijk te stimuleren en toe te rusten dat deze taken zo goed mogelijk gedaan worden aansluitend op de gaven die ze gekregen hebben. Al deze taken hebben een geestelijke spits en dienen in verbinding te staan met ons Hoofd Christus. Dit maakt het anders dan een zakelijke organisatie waaraan leiding gegeven wordt. Prestatiedwang is in de gemeente niet passend. De gemeente is een groep vrijwilligers die het werk doen vanuit de liefde tot haar Here en de naaste.

2 Vrijwillig en geestelijk werk.

Centrale begrippen in het leiding geven aan de gemeente zijn het stimuleren en toerusten van vrijwilligers in de gemeente waarvan ook kerkenraadsleden deel uit maken. Wat heeft dit te maken met het voorzitten van de kerkenraad? Een alleen zakelijke aanpak doet geen recht aan ambtsdragers die hun werk met hart en ziel doen. Het hart en de ziel doen volop mee en daar moet ook ruimte voor zijn in de kerkenraad. Ook dus ervaringen die alles te maken hebben met het geestelijk leven en met de motivatie die ambtsdragers voor de Here God hebben mogen een plaats hebben in de vergaderingen. De kerkenraad moet geen zakelijke -los van God beweging-worden. Ook is het belangrijk dat kerkenraadsleden elkaar waarderen en dit ook uitspreken naar elkaar toe. We hebben allemaal een beetje erkenning nodig voor het werk waarvoor we ons inzetten. Wat voor gevolgen heeft dit voor het voorzitten van de kerkenraad?

3 Voorzitten van de kerkenraad.

Fijn is het dat de voorzitter van de kerkenraad orde in de vergadering schept en met vaste hand het besluitvormingsproces ondersteunt. Op lange en chaotische vergaderingen zit niemand te wachten. Laat hij echter wel ruimte geven voor het geestelijk aspect, zodat de verbinding met ‘Boven’ er steeds is; daar doen we het ten diepste voor. Dit gaat niet alleen over de ‘opening’ die geestelijk is, maar betreft al het werk in de kerkenraad. Ambtsdragers zijn ten diepste ook vrijwilligers met een roeping. Vrijwilligers moeten gewaardeerd worden om het vol te houden en niet alleen teren op hun roeping. Belangrijk is dat ze in hun kracht staan en ook datgene doen waar ze goed in zijn. Een groot gevaar is dat het kerkenraadswerk zo druk is dat er niemand oog voor heeft dat er naar elkaar toe waardering uitgesproken wordt. Er moet dan ook ruimte zijn in de kerkenraad om elkaar in het hart te zien, en ook om ruimte te krijgen gevoelens te tonen en waardering uit te spreken. De voorzitter moet daar extra alert op zijn. Wanneer iemand iets gezegd heeft, vat het dan als voorzitter samen en dank hem voor de bijdrage. Niet overdreven, maar op een zo natuurlijk mogelijke manier. Laat merken dat ieders bijdrage er toe doet. Natuurlijk zal de één langdradiger zijn dan de ander, maar met een kwinkslag of een tussentijdse samenvatting is dat wel in te perken. Als voorzitter moet je wat dominantere ambtsdragers inperken en degene die meer op de achtergrond zijn stimuleren. Het zou mooi zijn dat elke ambtsdrager, ook degenen die niet houden van vergaderen zich in ieder geval thuis voelen in de kerkenraad.

Terug naar het begin van dit artikel.

We begonnen dit artikel met de uitspraak: ‘Ik zat jaren in de kerkenraad en heb het geloof behouden en dat is een groot wonder.’ Natuurlijk is het blijven geloven een groot wonder. De Here God houdt zelf zijn werk in stand. In Filippenzen 1: 6 staat: ‘Ik vertrouw erop dat Hij Die in u een goed werk begonnen is, dat voltooien zal tot op de dag van Jezus Christus.’ De Here God vraagt van ambtsdragers in dit Schriftgedeelte in vers 9 – 11: ‘En dit bid ik dat uw liefde nog steeds overvloediger wordt in kennis en alle fijngevoeligheid, opdat u kunt onderscheiden wat wezenlijk is, opdat u oprecht bent en zonder aanstoot te geven tot de dag van Christus, vervuld met vruchten van gerechtigheid, die door Jezus Christus zijn, tot heerlijkheid en lof van God.’ Deze concretisering van liefde zou wel eens kunnen helpen in het vergaderen. Misschien behouden dan meer ambtsdragers het geloof en haken ze niet af op vergaderingen.

Anne Pals is docent Supervisiekunde en Begeleidingsdeskundige aan de Christelijke Hogeschool te Ede. Hij is lid van de PKN (wijkgemeente Bethel) in Rhenen.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.