+ Meer informatie

Den Dunnen: „Als havenwethouder ben je een paard met een eigen stal"

Rotterdam verliest met 'Havenman van het Jaar' iemand met visie

8 minuten leestijd

ROTTERDAM - „Als je goed bent, maak je er een haven van. Als je slecht bent,dan wippen ze je wel. Er wordt hier 10 procent van het nationale inkomen verdiend. Dan moet je wel iemand met visie aan de top hebben". Drs. R.den Dunnen, de PvdA-havenwethouder van Rotterdam, was zo iemand gedurende de acht jaar dat hij deze functie heeft bekleed, want anders „zou ik wel zijn afgeserveerd.'

"De Havenman van het Jaar", een eretitel die de Rotterdamse havenpers hem in januari verleende, wordt na de raadsverkiezingen in maart directeur-generaal voor de ruimtelijke ordening bij het ministerie van VROM.



Terugkijkend op die acht jaar relativeert Den Dunnen (50) de macht van zijn functie. Want dat is nu eenmaal zijn aard. Maar al te bescheiden wil hij nu ook weer niet zijn: „Als havenwethouder ben je een paard met een eigen stal, want je bent een economische macht hier. Wij bezitten die veertig kilometer tot aan de zee toe en wij bepalen wie waar komt. Elke investering van elk bedrijf hier moet met ons overlegd worden".



Diners zitten



Den Dunnen geeft ais voorbeeld de enorme investeringen die nodig waren om de Amerikaanse rederij SeaLand in de Rotterdamse haven te houden. Deze gigant dreigde na twintig jaar zaken met het Rotterdamse containeroverslagbedrijf ECT te hebben gedaan, uit te wijken naar Antwerpen. Dat zou een dreun geweest zijn voor de hele haven. Marktleider SeaLand zou vele bedrijven hebben meegezogen, het zogeheten "follow-the-leader-effect". ECT ontwierp toen een ultramoderne terminal op de Maasvlakte, exclusief te gebruiken door SeaLand. Rotterdam investeerde honderd miljoen in kaden en bestratingen, en nog eens honderd miljoen als krediet voor ECT. „Dus kwamen ze hier aan tafel overleggen", stelt Den Dunnen nuchter vast. Antwerpen had het nakijken.



Den Dunnen is zojuist teruggekeerd van een reis langs vertegenwoordigers en relaties van de haven in het Verre Oosten. „Handjes geven, diners zitten, ministers bezoeken, kortom, Rotterdam verkopen". Het systeem van vertegenwoordigers op strategische plaatsen in de wereld, een initiatief van Den Dunnen, is onderdeel van de vernieuwing van de Rotterdamse haven. „Vroeger lag de haven geografisch vast. Bootje kwam binnen, mensen aan de kant, truckjes, goederen. Daarbij blijft het nu niet meer. Je moet als aanbieder in de markt zitten. Het gaat nu om ketendenken: van producent tot consument, die lijnen moet ik beheersen".



Mazda



Dat beleid van 'bewerken' door vertegenwoordigers heeft Rotterdam al goederendistributiecentra opgeleverd van Taiwan en ZuidKorea. Ook van deze laatste reis is Den Dunnen niet met lege handen teruggekomen: ^Singapore heb ik nog zes weken gegeven om eruit te komen en Hong Kong komt eraan. Uit Japan willen wij Mazda hier in de haven".



„Ik kom overal op niveau binnen en dat is niet omdat ik zo'n aardige jongen ben, maar omdat ik wethouder ben van 's werelds grootste haven. Er worden agenda's vrijgemaakt en je zit hup bij ministers rechtstreeks aan tafel. In Amerika gaat het anders, maar in het Verre Oosten leiden wij altijd de handelsmissies. Daar zitten Peper (de burgemeester) en Den Dunnen in auto 1 en de president-directeur van een grote toko in auto 5".



Denkraam



Vernieuwend is ook de komst van de telematica in de haven. Dat zit volgens Den Dunnen als volgt in elkaar: „Een Amerikaans bedrijf maakt tangen, zit bij ons in de telematica, wij zeggen: Daar en daar zijn die tangen nodig, je kunt ze zo en zo vervoeren. Wij bieden je opslag en overslag, dit zijn onze prijzen".



Den Dunnen beschouwt het op poten zetten van de telematica als een verdienste van stadsbestuur en Gemeentelijk Havenbedrijf. Op dit punt geeft hij het bedrijfsleven een brevet van onvermogen. „Zij zijn steeds op stap om op tonnen te jagen die ze over de keien moeten hebben. Dat is hun denkraam. Wij denken veel breder. Wij behouden overzicht en bezitten zo intellectuele macht. Er werken veertig tot vijftig mensen bij het havenbedrijf aan de vernieuwing. Er zijn dingen waarvan het bedrijfsleven nu doet of ze het hebben uitgevonden maar waar echt veel verzet tegen was toen wij het brachten".



De haven boekte vorig jaar een recordoverslag. Die kwam uit op 292 miljoen ton, het beste resultaat van de laatste tien jaar. Heel mooi, vindt Den Dunnen dat, maar hij wil er niet te lang bij stilstaan. In zijn toekomstvisie moet Rotterdam zich verder ontwikkelen van grondstoffenhaven naar een eindproduktenhaven. „Europa stabiliseert. We zijn een overvoerde, rijpe consumentenmarkt. We rijden bijna allemaal in autootjes, dus de behoefte aan staal neemt af. Hetzelfde geldt voor bulkgoederen als kolen en olie. Dat vergt voor alle partijen in de haven een verandering in mentaliteit".



Japans vuistje



Macht blijft een steeds terugkerend thema in het gesprek met de vertrekkende „havenbaas". Al tientallen jaren heeft, naast Nederlandse concerns, de Westduitse industrie een grote vinger in de pap. Nu begint zich ook een Japans vuistje te ballen. Den Dunnen is daar niet zo bang voor. „Ze zijn me allemaal even lief. Ik heb liever de grote machtspartijen hier, want die willen investeren, die willen met de moderne tijd mee".



Den Dunnen is zelfs niet bang om gemeentelijke macht uit handen te geven, met andere woorden, grond in de haven verkopen. „De haven is geld waard, we hadden een tekort op de gemeentebegroting. Ik kon dat wel opheffen. Waarom zouden we geen aandeeltjes uitgeven." Dit plan —„een briljant idee, overigens niet van mijzelf- heeft enkele jaren terug binnen de gemeentelijke burelen gecirculeerd. Den Dunnen dacht onder andere aan aandelen voor de Duitse spoorwegen, de Duitse chemie, Shell en Nedlloyd. „We moeten ons Europees proportioneren en zo haal je de grote marktpartijen binnen en hou je ze daar ook", meende hij.



Het is uiteindelijk niet doorgegaan. Er zijn negen gesprekken over geweest met onder anderen ministers en voorzitters van raden van bestuur van grote bedrijven. Maar, kon Rotterdam „het emotioneel maken? De haven is van de gemeente. Dus je moet sowieso 51 procent houden". Het stadsbestuur was niet dol-enthousiast en vroeg hem „kalm aan te doen". Den Dunnen vindt het nog steeds een goed idee om zo „machtsconcentraties te binden aan die transportdraaischijf, en dan wereldwijd".

Onbegaanbare weg

Dit idee van de Rotterdamse havenwethouder drs. R. den Dunnen stuit op grote bezwaren van 'zijn' PvdA-fractie in de gemeenteraad. „Ben volstrekt onbegaanbare weg", reageerde fractievoorzitter J. Janse. „Verkoop van gemeentelijke grond aan dit soort grote bedrijven is volledig in strijd met ons verkiezingingsprogramma. Dat is al jaren zo. Grond is gemeenschappelijk bezit, en dat moet zo blijven", aldus Janse. 

Economisch directeur drs. H. Welters van de Rotterdamse havenwerkgeversvereniging SVZ vindt het idee daarentegen meer dan de moeite waard om te overdenken. „We willen de bedrijvigheid naar Rotterdam halen, dan moet je ook dit punt 'zelfonderzoek' plegen", zei hij.  Een eventuele wijziging van de grondpolitiek zou volgens hem niet beperkt moeten blijven tot de Rotterdamse haven, maar zou zich moeten uitstrekken tot wat hij noemt de hele „maritieme Euroregio". Dat is het Rijnmondgebied, het (Brabantse) achterland, maar ook het gebied richting Amsterdam. Die emotionele kant is volgens Welters louter „formeel". „Als je nu grond langjarig verhuurt, voor zeg dertig jaar, dan ben je in feite ook je zeggenschap over die grond kwijt"

Wasmiddel   

Het Rotterdams stadsbestuur en Den Dunnen als havenwethouder hebben zich vooral de afgelopen jaren nauwelijks direct bemoeid met de sociale conflicten in de haven. Vooral de afzijdigheid in het grote sociale conflict in de noodlijdende stukgoedsector in 1987 was opvallend. Het conflict werd uiteindelijk opgelost door een relatieve buitenstaander, hoofdredacteur G. Krul van Het Vrije Volk.  

Den Dunnen bemoeide zich in zijn beginjaren nog wel met allerlei conflicten, maar gaandeweg heeft hij zich bewust teruggetrokken. „Wat was ons oplossend vermogen in zo'n situatie? Dat kwam er op neer dat de standpunten verder uit elkaar gingen lopen. Hoe dat ging? U bent werkgever en u geeft nul en u bent werknemer en wilt één, zeg je dan. Jullie weten wat eruit komt, namelijk een half. Dus waarom zullen we dat niet meteen beslissen. Zo gaat dat het eerste jaar. Het jaar daarop denkt de werknemer: Als er een half uitkomt, dan kan ik beter hoog gaan zitten. De werkgever heeft dat nog niet door. Maar het volgende jaar wel. Toen heb ik partijen bij elkaar geroepen en gezegd: Ons wasmiddel werkt niet meer. Jullie mogen een beroep op ons doen, maar hoogst zelden, want we zijn aan het verbleken".   Dat was niet de enige reden, het kostte de gemeente ook geld. „Want dan hadden ze een deal, maar de derde partij moest ook wat doen. Enkele miljoenen". Daar kwam nog bij dat de machtigste bond in de haven, de Vervoersbond FNV, een beroep deed op de natuurlijke bondgenoten in de PvdA. Daartegen kwam politiek verzet".  

Gouden greep   

De sociaal geograaf Den Dunnen neemt ten slotte nog een voorschot op zijn nieuwe functie als directeurgeneraal voor de ruimtelijke ordening van het ministerie van VROM. De bereikbaarheid van de haven, ook in de toekomst, gaat hem uiteraard aan het hart. Terugdringen van het autoverkeer vindt hij voor het milieu van belang, maar niet ten koste van het goederenverkeer van en naar de haven. „Die 15.000 vrachtwagens per dag moeten kunnen blijven rijden. Dus wel tunnels en wel goede wegen".  

Railverbindingen met het Europese achterland zijn uiterst noodzakelijk, aldus Den Dunnen. Maar het duurt nog wel zeven jaar voordat de voornaamste lijnen zijn aangelegd. „Intussen moeten wij de groeiende containerstroom kunnen blijven ontvangen en doorvoeren naar het achterland. Als we dat uit het oog verliezen en nu besluiten om het vrachtverkeer aan te pakken, dan rijdt er straks een lege trein. We moeten die groei met voorzieningen bijhouden. Dus je moet durven investeren in je wegen".

Over zijn mogelijke opvolger wil Den Dunnen zich niet uitlaten. Behalve dat hij zijn partijgenoot H. Kombrink graag als zodanig had gezien. Dat ging niet door omdat een aantal PvdA-afdelingen in Rotterdam op het laatste moment dwars gingen liggen. Jammer, vindt Den Dunnen: „Kombrink was een gouden greep".


Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.