+ Meer informatie

Overgekomen uit …

5 minuten leestijd

Hoewel in de loop der jaren reeds veel ter verduidelijking vàn en ter voorlichting óp de D.K.O. wterd geschreven, blijkt toch telkens weer uit vragen, die gesteld worden, dat alles nog niet even duidelijk is.

Overigens wordt meestal op een kerkeraadsvergadering de Kerkorde dàn pas geraadpleegd als zich iets voor doet waar men wat vreemd tegenover staat of wat zich nog niet eerder heeft voorgedaan.

Ook kan het gebeuren, b.v. door het lezen van een of ander artikel, dat opeens duidelijk wordt, dat men niet altijd op de juiste wijze is te werk gegaan, 't zij ”omdat we het nu eenmaal altijd zo gewoon waren” of uit vrees voor zgn ”letterknechtenj”.

Moeilijkheden worden dan omzeild met opmerkingen als: ”laten we dat maar een beetje soepel behandelen want je stoot de mensen zo gauw voor het hoofd” of ”Laten we blij zijn, dat die jongen met dat meisje, of die vrouw met die man meekomt. Bovendien, hij of zij heeft toch gezegd straks belijdenis te zullen doen ? ”

Meermalen heeft zo'n ”soepele” houding kerkeraden voor teleurstellingen geplaatst, waardoor men later moest zeggen ”waren we toèn toch maar wat meer volgens de gestelde regels te we gegaan”

Zo kan het ook voorkomen. dat bij overkomst van een gezin, uit een met Chr Geref. Kerk, één of meer volwassen kinderen als doopleden worden ingeschreven, soms zelfs zonder nader onderzoek te doen of deze kinderen het met de beweegredenen van hun ouders eens zijn, om over te gaan tot een ander kerkverband

Uit gesprekken met ambtsdragers en door het lezen van b.v. kerkeraadsverslagen in kerkbladen is het mij duidelijk geworden, dat in dit soort zaken nogal

eens willekeurig te werk wordt gegaan De ene kerkeraad volgt dan een heel andere gedragslijn dan de andere, waardoor moeilijkheden kunnen ontstaan.

Altijd is er wel iemand, die zich herinnert hoe b.V. de kerkeraad van Z zonder enig bezwaar een dooplid vanuit een andere kerk komende, aanvaardde.

Dit kan dan leiden tot een besluit, dat niet in overeenstemming is met hetgeen de D.K.O. al of niet duidelijk voorschrijft.

Ik laat nu maar buiten beschouwing de moeilijkheden die kunnen ontstaan wanneer in eigen kerkverband attesten worden verzonden van doopleden, die soms al jaren niet meer in de kerk kwamen, doch om één of andere reden in het kaartsysteem vermeld bleven. Geeft zo'n kerkeraad niet gelijktijdig informatie over de betrokken persoon dan kan het, hoewel het niet zo bedoeld zal zijn, overkomen als: ”jullie redt je er maar mee”.

Ik geloof, dat het goed is elkander op te wekken om niet, 't zij uit goedgelovigheid, of uit blijdschap om de uitbreiding van het ledental, anders te handelen dan men de jaren door in kerken van Geref belijden gewoon was te doen.

Nu is m.i. de K.O. op dit punt, nl het overkomen van volwassen doopleden niet erg duidelijk. Wanneer meer ter zake kundigen dit niet met mij eens zijn, wil ik dit graag van hen leren.

Wanneer echter in art 82 sub 4 staat dat bij overkomst van leden uit andere kerken de kerkeraad een onderzoek zal instellen, of de belijdenis die zij hebben afgelegd in overeenstemming was met de drie formulieren van enigheid, dan lees ik daaruit dat alleen belijdende leden (volwassenen dus) kunnen worden toegelaten.

De kerkorde van de Geref. Kerken is daarover duidelijker. Daar staat n.1. in art. 74 sub 1: ”dat m het algemeen opneming van volwassen doopleden alleen in de weg van openbare belijdenis des geloofs mogelijk is”.

”2. dat dit zeker niet uitsluit dat de kerkeraad hen die daaitoe nog niet ter stond kunnen komen, tot het catechetisch onderwijs toelaat en hen ook overigens bijstand en leiding geeft”

Eén en ander wordt door prof. dr. Nauta in zijn ”Verklaring van de Kerkorde” enz. nader toegelicht Hij schrijft daarin o.m. dat, wat hierboven onder sub 1 staat: ”tegenwoordig door de synoden als regel is vastgesteld”.

”Toelating zou onder bepaalde voorwaarden wel mogelijk zijn” schrijft prof. Nauta ”wanneer er voldoende zekerheid bestaat dat dezulken, na hun toelating als dooplid, zich zullen voorbereiden tot het afleggen van de belijdenis des geloofs”.

Wat dit laatste betreft, geloof ik, dat kerkeraden met de nodige voorzichtigheid te werk zullen moeten gaan Wat is nl ”voldoende zekerheid”? Het moet toch gezegd worden, dat in de praktijk deze beloften nogal eens Vergeten worden.

Ik denk aan verbroken verlovingen, waarbij dan blijkt, dat de ene of andere partij zich aan de belofte tegenover de kerkeraad niet meer gebonden acht. Zo zouden meer voorbeelden te noemen zijn. Ook lijkt het mij erg moeilijk om, wanneer iemand op de belofte van t.z.t geloofsbelijdenis te zullen doen tot de gemeenschap der kerk heeft toegelaten, deze later, bij het zgn. ”onderzoek” objectief te beoordelen.

Stel, er is geen vrijmoedigheid bij de kerkeraad om zo'n jongen of meisje toe te laten tot het doen van openbare belijdenis des geloofs, hoe moet het dan met de belofte die men zo iemand liet doen ?

Ik hoop, dat met het maken van enkele opmerkingen over dit punt, voor het

eerst of opnieuw uw belangstelling gewekt is voor hetgeen ons in de kerkorde gegeven is, om op de juiste wijze leiding te geven. Ambtsdragers hebben de roeping te waken over het huis des Heren Laten we daarin getrouw zijn, opdat zo wel in de plaatselijke kerk als in het kerkverband ”alle dingen eerlijk en met orde geschieden”.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.