+ Meer informatie

Een vreemd beroep

6 minuten leestijd

Misschien verwacht u naar aanleiding van het bovenstaande iets te zullen lezen over een uitgebracht beroep of over het beroepings-werk in onze kerken in het algemeen. Natuurlijk zou dat kunnen, want hoewel daai reeds meerdere malen over geschreven is op verschillende manieren, zijn er toch telkens wel weer dingen die vragen oproepen. Elke meelevende ambtsdrager zal dat onderschrij-ven en met name geldt dat ambtsdragers van vaak reeds lang vacante kerken. Meerdere beroepen zijn wellicht uitgebracht en be-dankjes werden ontvangen, terwijl dan een andere kerk waarvan de predikant nog niet eens vertrokken is, op het eerste beroep een gunstig antwoord ontvangt.

Over dit beroepingswerk gaat het mij nu niet.

In „Trouw” van woensdag 21 mei trok een artikel op de voorpagina mijn aandacht. U heeft het wellicht ook gelezen?

Grote kop: „Met NKV en NVV zoeken naar een nieuw verbond.”

Tweede, nog grotere en nog vetter gedrukte kop: „CNV wil hechter samenwerken.”

Nu is het 20, dat velen vaak aan het lezen van „koppen” genoeg hebben en daarop dan meteen een conclusie baseren.

Zo zal het ook nu wel gebeurd zijn dat iemand, deze koppen gezien hebbende, gezegd heeft: „Het CNV gaat ook steeds verder achteruit. Die C kan maar het beste uit de naam verdwijnen."

Toch is deze conclusie iets te voorbarig, want het artikel bevat zaken, die in een andere richting wijzen, wat niet wil zeggen, dat er geen vragen blijven. Voor het geval dat U het niet gelezen heeft het volgende: Het CNV heeft een onderzoek laten instellen door het sociologisch-wetenschappelijk instituut van de Vrije Universiteit. Bij dat onderzoek waren 300 leden der CNV-bon-den betrokken. Het uitgebreide artikel op pag. 5 van datzelfde blad geeft duidelijk informatie over alles wat bij deze enqué;te te voorschijn kwam. Hoe belangrijk ook, het zou mij te ver voeren alles hier weer te geven. Ons blad leent zich daar ook niet voor. Ik vraag mij af of een onderzoek bij 300 leden (driehonderd!) voldoende geacht mag worden om tot conclusies te komen en deze te publiceren zoals hier gedaan is.

Wij lezen b.v.: 46% van deze 300 leden zegt: „0p mijn werk heb ik niets aan mijn geloof”. De overgrote meerderheid dezer mensen betreurt dat niet: geloof en arbeid zijn voor hen vaak heel verschillende zaken.

Van de kerkgangers onder de geënquêteerden (79 %) geeft meer dan de helft eerlijk toe niets te kunnen beginnen met de zon-dagse preek in het dagelijks werk. Vaak sluit de prediking niet aan op de situatie waarin ze werken, zeggen velen. De overi-gen, de kleinste helft dus van die 79 % weten wèl weg met het verkondigde woord, in gesprekken met collega's vooral, in de houding ten opzichte van het werk, ter versterking van het eigen geloof of als steun in moeilijke zaken.

Nu acht volgens „Trouw" het CNV „enkele resultaten (van dit onderzoek dus) ronduit verontrustend. Het geloof betekent bij de meeste leden weinig of niets voor het dagelijks werk en zij betreuren dat niet. Het christen-zijn in de samenleving wordt door velen negatief ervaren. Het grootste deel is lid van de chr. vakbeweging simpelweg omdat het van huis-uit zo hoort of doordat ze lid zijn van een kerk."

Het CNV wil het daar niet bij laten en doet daarom een klemmend beroep op o.a. de kerken mee te helpen aan de toerusting en vorrr'ing van oude en jonge mensen voor hun houding en gedrag in het leven van alledag. Dat nu vind ik een vreemd beroep. Op z'n zachtst gezegd beschuldigt m.i. het CNV hiermee de kerken dat deze haar taak niet hebben verstaan, mogelijk hebben verwaarloosd door géén of te weinig aandacht te besteden aan datgene wat haar leden no-dig hebben. Immers, het CNV ziet de nood, en roept nu de kerken, het chr. onderwijs en de jeugdbeweging te hulp om hierin verandering te brengen.

Nu dacht ik dat de kerken, en laat ik dan maar bij eigen kerk blijven, en in die kerk de ambtsdragers vooral bij huisbezoek toch zeker altijd op deze dingen hebben te wij zen Is dat dan niet gebeurd'' Hebben wij in de prediking en op het huisbezoek alleen maar over Gods woord en onze houding daartegenover gesproken alsof dat een Woord alleen maar voor de zondag was'' Als dat zo IS, moet dit beroep wel een aanklacht betekenen, een constatering van een ernstig tekort of verzuim Wij zullen dat als ambtsdragers niet zo maar naast ons mogen neerleggen doch daar ernstig over moeten nadenken en met elkander over moeten spreken Een andere kant is echter of het CNV hier niet de gevolgen ziet van een verkeerd beleid, b v bij het aannemen van nieuwe leden en bij de daarvoor ge-voerde propaganda

Ging het in het verleden niet al te veel (en misschien nog wel) om de massa? „op” naar de zo- en zoveel duizend leden'' Wer-den of worden zgn behaalde successen met gebruikt om nog maar meer nieuwe leden te boeken om daardoor nog sterker te staan, niet alleen in onderhandelingsposities, maar ook tegenover andere organisaties?

Ik ben bang dat daarbij wel eens te weinig werd gelet op de reden of oorzaak waar-om iemand lid wilde worden van een chr organisatie en dat maar al te gemakkelijk nieuwe leden werden ingeschreven zonder na te gaan of „instemming” met doel en grondslag wel reëel waren Dat nu heeft m 1 geleid tot resultaten als bij deze en-quéte verkregen en we zouden ons erover kunnen verheugen, dat het CNV hierover „ronduit ' verontrust is, ware het niet dat uit hetzelfde artikel blijkt, dat het CNV bereid is op basis van een uitspraak van 87 ” van bij deze enquéte betrokken leden te gaan praten over een mogelijk ,sterker organisatorisch verband” Een nieuw ver-bond met NKV en NVV Het lijkt mij toe, dat juist ook om deze reden de kerken zich zullen moeten bezinnen op de vraag of er niet een klemmend beroep moet gedaan worden op het CNV om met de kerken sa-men te werken in die zm dat wanneer de kerk opwekt in prediking en huisbezoek het christen-zijn ook in de week te beleven, naast steunen van het chr onderwijs, het geabonneerd zijn op chr bladen enz , vooral ook lid te zijn van chr organisaties (of dat te worden), het dan ook mogelijk moet zijn te kunnen verwijzen naar positief chr vak- of standsorganisaties.

Het lijkt mij belangrijk, dat deze zaken op onze kerkeraden maar eens duidelijk be-sproken worden Misschien moet bij het huisbezoek de vraag of men lid is van een chr organisatie dan wel anders gesteld gaan worden, zo m de zm van of men dat lidmaatschap ook beleeft en men zijn (haar) stem laat horen wanneer zaken aan de orde komen waarbij men zich afvraagt wanneer is een organisatie (nog) christelijk.

Een vreemd beroep dus …… dat de aanvan alle ambtsdragers vraagt.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.