+ Meer informatie

De Pelgrimsreis is voor Oud en Jong

7 minuten leestijd

32

Naar het W oord des Heeren hebben wij de gemeenschap der heiligen biddende te zoeken en kinderlijk te onderhouden tot wasdom van het geestelijk leven. Koningskinderen ontmoeten elkander tot onderhouding en versterking van de band der liefde in het paleis van des Heeren heerlijkheid.

Door te wandelen in het licht van Gods vriendelijk aangezicht ontmoeten de kinderen des lichts elkander in Zijn licht om van Hem te getuigen: „Indien wij in het licht wandelen gelijk Hij in het licht is, zo hebben wij gemeenschap met elkander”. En zo wassen wij op in de genade en kennis van onze Heeren en Zaligmaker Jezus Christus.

Al wordt deze innige geloofsgemeenschap onderhouden in een klein huisje of in een oud schuurtje, het verandert in een paleis vanwege de heerlijkheid des Heeren die daarin gevonden wordt.

In deze wonderlijke gemeenschapszin zoeken en ontmoeten de oprechten elkander als bedelaars aan de troon der genade. Ze willen ook niets voor elkander verbergen, spreken van al hun hebben en houden, goed en kwaad. Bedelaars weten elkander te waarderen. Zij kunnen met elkander spreken zoals zij dat met niemand anders kunnen, want zij worden niet door een ieder verstaan en dat kan ook niet. Want zij leven een afzonderlijk leven. Weten verschillende gewoonten en geheimen meesterlijk te bewaren. En als vanzelf heeft de één meer verstand van bedelen dan de ander. Een bedelaar die al grommend en brommend zijn leven slijt, komt maar nauwelijks aan de kost. Wie daarentegen vriendelijk en welwillend is, heeft het nog zo slecht niet. En zo gaat het ook met de geestelijke bedelaars. Door te leven bij Gods goedertierenheden, leven we in het besef van onze onwaardigheid, hebben wij grote vrijmoedigheid in het komen tot de Heere en in het smeken om ontferming.

In deze geloofsgemeenschap met de Heere en Zijn volk wordt de geestelijke familieband steeds inniger. Denk maar aan David en Jonathan, hoe innig zij in en door de Heere aan elkander verbonden waren. En dat was tot sterkte in de strijd.

Maar Lot kwam tot grote schade van het geestelijk leven steeds verder van Abraham af te wijken. En zie, zijn geslacht is ondergegaan in de duisternis van het heidendom. Door te verslappen in de onderhouding van de gemeenschap der heiligen, zakken we altijd af naar de wereld.

Waakzaamheid neemt in de onderhouding van de gemeenschap der heiligen de eerste plaats in. De Heere wil dat wij waken en bidden vanwege de gevaren die ons omringen. Van alle kanten loert de vijand op ons, om ons af te trekken van de Heere en van Zijn wegen. Hier staat niet het genot, maar de veiligheid van de reizigers naar Sion op de voorgrond. Het waakzaam zijn geldt niet alleen de portier, doch al de bewoners van het paleis; ze beloven in alles tegenover elkander waakzaam te zijn. Staat u wakende en biddende tegenover uw eigen ziel en zaligheid, dan bent u dat ook ten opzichte van anderen. De Pelgrim werd op zijn reis, al was het met vallen en opstaan, waakzaam bevonden.

Vermanend en onderwijzend stond hij tegenover de reizigers die niet echt en recht werkzaam waren met de dingen der eeuwigheid. Waakzaam staat de portier tegenover de reizigers, die met vleselijke oogmerken zoeken opgenomen te worden in het Paleis Liefelijkheid. Deze vorstelijke woning wordt niet in stand gehouden om hypocrieten te kweken, een geslacht dat niet de minste behoefte heeft aan de onderhouding van de gemeenschap der heiligen.

Waakzaam handelt niet vanuit de hoogte op een meesterachtige wijze met de Pelgrim. We hebben hem in niet één opzicht te beschouwen als een godsdienstige keurmeester, die anderen afkeurt om zichzelf te verheffen. Zulke mensen keuren nooit iets af in zichzelf. Wat zij doen is altijd goed.

Van zulke mensen is de Pelgrim onderscheiden. Hij heeft veel, en zelfs heel veel af te keuren in zijn persoonlijk leven. Maar Gode zij dank, de arme man is in de beproeving van zijn geloof staande gebleven en niet op de vlucht geslagen.

Gelijk vertrouwen de grond is voor een gezonde samenleving in het natuurlijke leven, is vertrouwen in elkanders genadeleven de grond van de gemeenschap der heiligen. Er moet een innerlijke vlakte zijn om van hart tot hart met elkander te kunnen spreken. Laten wij elkander beproeven in staat en stand omtrent het geestelijk leven. De Pelgrim was bereid getuigenis te geven van zijn komen uit de staat der ellende tot de staat der genade. En te spreken van zijn standelijk leven in de oefeningen van het geloof. Hij was bereid tot verantwoording van zijn hoop op de Heere aan al de huisgenoten des geloofs.

„Wel”, zo sprak Waakzaam, „ik zal één der maagden laten roepen, die u, indien de redenen, die gij voor uw komst opgeeft, haar bevredigen, bij de overige familie zal brengen overeenkomstig de regelen van dit huis”.

’t Hart van al de maagden is vervuld met waakzaamheid en dat zal van hoofd tot hoofd steeds meer diepgang bekomen in het vragen naar zijn innerlijk leven.

De portier trok nu aan een schel en weldra verscheen er een deftige, schone vrouw, genaamd Bescheidenheid, die vroeg waarom men haar had geroepen. Met de vraag: „Waarom men haar had geroepen”, geeft Bescheidenheid te kennen, dat zij terstond op het doel der zaak wenst in te gaan. En dat is de onderhouding van de gemeenschap der heiligen. „Deze man”, zo vangt de portier aan, „is op reis van de stad Verderf naar de berg Sion; maar daar hij vermoeid is en door de duisternis is overvallen, verzocht hij mij hier de nacht te mogen doorbrengen. Ik zeide dus, dat ik u zou roepen, en dat, als gij met hem gesproken hebt, gij zoudt handelen overeenkomstig de gewoonten van dit huis”.

Met de bescheidenheid van het geloof heeft Bescheidenheid met de Pelgrim gesproken. Zij stond niet boven hem, sprak niet met hem uit de hoogte, zij stond met al de liefde van haar hart naast hem om hem te dienen. Bescheidenheid hoorde de Pelgrim in het spreken van zijn reis en naam glimlachend aan, maar de tranen stonden haar in de ogen. ’t Werd even stil, daar het hart vervuld was met een stille verwondering, in het ’ontvangen van elkander als uit de hand des Heeren. Nooit zal die eerste ontmoeting in de gemeenschap der heiligen vergeten worden. Die band van innige liefde is door de Heere gelegd in het hart.

Na een poos zeide Bescheidenheid: „Ik zal één of twee leden der familie roepen”. Zij ging nu heen en riep Voorzichtigheid, Godsvrucht en Liefde. Toen dezen enige woorden met hem gewisseld hadden, brachten zij hem in de huiselijke kring. De meeste leden van het huisgezin kwamen hem reeds op de drempel tegemoet, en zeiden: „Kom in, gij gezegende des Heeren; dit huis is gebouwd door de Heere des heuvels met het doel zulke pelgrims binnen te laten”. Hij boog het hoofd en volgde hen naar binnen. Zodra hij binnen was en hem een zetel was aangeboden, gaven zij hem te drinken en men besloot de tijd, die nog verlopen moest vóór het avondeten, te gebruiken, om een afzonderlijk onderhoud te hebben met de Pelgrim ten einde die tijd zo.nuttig mogelijk te besteden.

Hier wordt de tijd nuttig besteed in het doen van goede werken. De Heere wil dat Zijn kinderen „weldadig zijn, rijk worden in goede werken, gaarne mededeelzaam zijn en gemeenzaam; leggende zichzelfwegtoteenschat, een goed fundament tegen het toekomende, opdat zij het eeuwige leven verkrijgen mogen”.

A.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.