+ Meer informatie

Bij de jaarwisseling

3 minuten leestijd

We mochten weer een nieuw jaar ingaan. Er is in het afgelopen jaar veel gebeurdin de wereld. We konstateren dit slechts zonder er verder op in te gaan. Ieder die enigszins meeleeft en opmerkingsgave heeft kan het zelf zien, dat we leven in een wereld volonrust en nood op allerlei gebied. We komen er alien persoonlijk mee in aanraking. Het leven brengt ieder mens moeite en verdriet vanwege de zonde. En de Heere kastijdt Zijn kinderen uit wijze bedoelingen.

In het jaar, dat nu achter ons ligt, zijn er ook van Gods kinderen de eeuwige rust ingegaan. Zij zijn de strijd en de zonde te boven. Onder hen zijn er ook, die ons blad lazen. Voor ons ligt een brief van een hunner. We ontvingen die brief bij de vorige jaarwisseling. Uit die brief willen we hier een en ander overnemen:

„Geliefde vrienden,

Even een paar regeltjes. Vanmevr. vernamen we, dat het redelijk wel met u was. En nu is het bijna oudejaarsavond en het jaar weer voorbij. Toch is het niet ongemerkt ons voorbijgegaan. We mogen wel zeggen „Eben Haezer”: tot hiertoe heeft de Heere ons geholpen. U toch in het bijzonder. En mij ook. Zo ieder naar zijn behoefte. O gel. vrienden, als we er een levendige indruk van hebben mochten, zouden we voor Hem in het stof buigen en zeggen: wie ben ik en wat is mijn huis, dat Gij mijner nog gedenkt? Maar gel., nu heeft Hij gedacht aan Zijn genade, Zijn trouw aan Isrel nooit gekrenkt. Ik heb er verleden week nog iets van ondervonden (daarover schreef ze in een andere brief nader, die al eens in ons blad is opgenomen, B). En nu is het weer zoleeg, maar in Hem is de volheid! O, kon ik het eens schrijven, wie God is in Christus Jezus onze Heere. Mijn pen vermag dit niet en mijn mond is te arm. X is gisteren overleden. Hij is heel ruim weggegaan. Hij was de slechtste onder de mensenkinderen, zei hij, maar voor hem barmhartigheid geschied! Hij is thuis, dus inwonende en wij nog uitwonende.

Ik voel me in mezelf zo naamloos arm en leeg. Maar Hij is een rijke God. Nu ligt alles in Hem.

En nu staan we aan het begin van een nieuw jaar. Wat zal het brengen? Och, het geeft eigenlijk niet, als we maar achteraan mogen komen. En dan mogen zeggen: is het zuurheid, is het zoetheid, het is enkel louter goedheid.

Dat is een Godsdaad, he, want ik bijt van mijn natuur in de stok. Maar als weer achter mogen komen, dat het liefdeslagen zijn dan buigen we er onder en aanbidden.

Nu, u beiden met alien, die u lief zijn in alle opzichten een gezegend nieuwjaar toegewenst. En u dominee, ook in uw ambt en gemeentelijk leven”.

Tot zover de brief, die eindigt met hartelijke groeten en toewensing van de zegen des Heeren. De schrijfster noemt zich „van uw oude vriendin in dit Mesech”. Zij is verlost, eeuwig thuis.

De Heere gaat met Zijn werk door. Hij moge aan Zijn kerk gedenken en de arbeid in Zijn koninkrijk zegenen. Het is onze hartelijke begeerte, dat de Heere ook in 1969 door middel van dit blad moge arbeiden tot heil van zondaren en tot versterking van het werk Zijner handen.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.