+ Meer informatie

EN NU BLIJFT GELOOF, HOOP EN LIEFDE, DEZE DRIE

3 minuten leestijd

(1 Cor. 13 : 13a).

Dit nummer van ons blad staat in het thema van geloof, hoop en liefde.

Paulus spreekt hier ook over in de bovengenoemde tekst.

In dit gedeelte van zijn brief aan de gemeente van Corinthe (1 Cor. 12-1 Cor. 14) handelt de apostel over de gaven van de Heilige Geest.

Bij de uitstorting van de Heilige Geest op de Pinksterdag zijn aan de gemeente bijzondere geestesgaven geschonken, de zogenaamde charismata, waartoe behoorden het spreken in tongen, de zogenaamde glosolalie en de profetie.

Die bijzondere geestesgaven dienden tot versterking van het geloof en tot bewijs, dat God Zijn Heilige Geest ook aan de heidenen wilde schenken. We zien dat bijvoorbeeld zo duidelijk in de geschiedenis van Cornelius.

Het was voor de christenen uit de Joden vaak moeilijk te geloven, dat God ook de heidenen wilde bekeren, maar als dan de romeinse hoofdman Cornelius en de zijnen op de prediking van Petrus die bijzondere Geestesgaven ontvangen, dan roept Petrus uit: „kan ook iemand het water weren, dat dezen niet zouden gedoopt worden? "

Omdat echter in de gemeente van Corinthe verwarring was ontstaan o'/er de geestesgaven, schrijft Paulus er uitvoerig over.

En dan wijst hij er in ons hoofdstuk op, dat er een tijd zal komen, dat de bijzondere geestesgaven zullen ophouden. Hij schrijft in vers 8: „hetzij profetieën, zij zullen teniet gedaan worden; hetzij talen (de tongentaai, de glosolalie), zij zullen ophouden; hetzij kennis (dat was de bijzondere geestesgave van de gnossis, waarbij men op een bijzondere wijze inzicht verkreeg in de geheimen Gods) zij zal teniet gedaan worden." Ja, zegt Paulus, eigenlijk behoren de bijzondere geestesgaven bij het kinderlijke stadium, bij het kind-zijn van de kerk. Maar als de kerk tot volwassenheid komt, moet zij die bijzondere gaven kunnen missen, want „toen ik een kind was, sprak ik als een kind; maar wanneer ik een man geworden ben, zo heb ik teniet gedaan hetgeen eens kinds was." (vers 11).

En tegenover die voorbijgaande charismata wijst Paulus nu op de blijvende gaven van de Heilige Geest als hij in onze tekst zegt: „En nu blijft geloof, hoop en liefde, deze drie."

Sinds het einde van de eerste eeuw zijn inderdaad de bijzondere geestesgaven opgehouden.

Alleen zien we dat ze van tijd tot tijd bij de sekten kunstmatig opgewekt worden, voor het eerst in de sekte van de Montanisten. Ook in onze tijd wordt er door de sekten weer veel aandacht besteed aan deze bijzondere gaven.

Waar het echter op aan komt is, of wij mogen delen in de blijvende gaven van de Heilige Geest, geloof, hoop en liefde. Die zijn voor ons allen onmisbaar tot zaligheid. Het geloof, waardoor de zondaar, naar zondag 7 van de catechismus, in Christus wordt ingelijfd en deel krijgt aan Zijn weldaden.

De hoop, die de dochter is van het ware geloof en die niet beschaamt, omdat de liefde Gods in het hart is uitgestort. De hoop, die de Heilige Geest schenkt, is dan ook geen ijdele hoop, die in rook zal vergaan, maar een levende hoop, een gegronde hoop. En de derde blijvende geestesgave is de liefde, die altijd de vrucht is van de uitgestorte liefde Gods in het hart en die met Psalm 116 doet stamelen; „Ik heb lief, want de Heere hoort mijn stem".

Lieve vrienden, laten we allen de Heere smeken om die drie gaven van de Heilige Geest in ons hart; geloof, hoop en liefde. Want die gaan niet voorbij, die blijven. Dat is een blijvend bezit, dat is een goed, dat ons leidt naar de eeuwige zaligheid.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.