+ Meer informatie

Leesdiensten

6 minuten leestijd

2.

Het zal er in de praktijk vaak op neerkomen, dat de ouderling, die geroepen wordt om een preek te lezen, een keuze doet uit alles wat hem ter beschikking staat uit eigen bezit of uit dat van de kerk of anderen. De verantwoordelijkheid blijft natuurlijk berusten bij de kerkeraad. De kerkeraad heeft een roeping, evenals wanneer er een dienaar op de kansel staat.

Bij de keuze moet rekening worden gehouden met het kerkelijke jaar en soms met bijzondere omstandigheden. De gemeente komt samen om Gods Woord te horen en het gaat er om, dat het Woord ingang vindt in het hart. Daarbij komt het allereerst aan op de zegen des Heeren en de werking van Gods Geest, want zonder deze is alles vruchteloos, maar we mogen toch ook niet vergeten, dat hetgeen gelezen wordt ook kan worden verstaan. Daartoe is nodig, dat goed, duidelijk gelezen wordt. In sommige gemeenten lezen in verband daarmee alleen bepaalde ouderlingen. In andere gevallen wordt er een „lezer” ingeschakeld, waarbij dan de ouderling het gebed doet.

Toch is dit niet de hoofdzaak, hoe belangrijk ook. Het gaat er vooral om, dat de inhoud goed, Schriftuurlijk is. In een preek moet geestelijk voedsel zitten. Een preek moet separerend zijn. Het kostelijke moet van het snode worden onderscheiden en gescheiden. We behoeven hierop niet verder in te gaan. Dit is iets wat onder ons wel vaststaat.

Van de hoorders mag worden verwacht, dat zij de nodige eerbied hebben onder het lezen van een preek in Gods huis. Bij een leesdienst hebben zij hetzelfde nodig als bij een dienst, waarin een predikant voorgaat. Hoe gaat men op? Wat zoekt men in Gods huis? En zo zijn er veel meer vragen te stellen.

Er wordt wel eens geklaagd over onduidelijke lezers en over te lange preken. Mogelijk enigszins terecht. Laat ieder, die geroepen wordt een leesdienst te leiden, met billijke opmerkingen rekening houden. Maar we zouden toch ook willen vragen: zou er niet heel veel van alle bezwaren verdwijnen, wanneer er steeds ware behoefte was, en dat bij ieder, om de Heere in Zijn huis te ontmoeten? Er is zo heel veel sleur. Waar is nog de rechte behoefte? Vandaar het onvruchtbaar verkeren in Gods huis en het heengaan met een dorre of dode ziel. Daar is toch de lezer niet de oorzaak van?

Laten we het dankbaar waarderen, dat we in ons land nog vrij mogen opgaan naar Gods huis. Stel u eens voor, dat die gelegenheid er niet was en dat er hier of daar nog mensen in het geheim samenkwamen om tot onderlinge stichting bij elkaar te zijn onder het lezen van een preek en het aanroepen van de Naam des Heeren! Zouden we ons dan bij hen voegen en zou het dan geen wonder zijn elkaar nog te mogen vinden rondom Gods Woord? Er kan een tijd komen, waarin het Woord Gods schaars zal zijn.

Daarom vragen we waardering voor getrouwe ouderlingen, die hun gaven en talenten besteden in de dienst des Heeren. Zij hebben nodig het gebed van hen, die bidden geleerd hebben. Alle ambtsdragers zijn onbekwaam tot het werk, waartoe de Heere hen roept en het is noodzakelijk, dat zij dit van harte beamen, opdat de kracht van Christus in hen wone.

Laat de gemeente getrouw opkomen, ook onder de leesdienst, en laten de ouderlingen hun roeping verstaan. Het gaat om goede preken. Dat is de hoofdzaak. Maar de wijze, waarop gelezen wordt is ook van belang. Met het oog daarop is van grote betekenis, dat een lezer ook verstaat wat hij leest en dus ook tevoren de te lezen preek zich voldoende eigen gemaakt heeft.

Doch nu hebben we nog de vraag, welke preken er voor een leesdienst in aanmerking komen. We kunnen natuurlijk geen opsomming geven van oude en andere schrijvers. We zouden nimmer volledig kunnen zijn. Er is een ruime keuze, maar juist daarom te meer moet er ook telkens weer in alle ernst een keus worden gedaan. Het gaat om het heil der gemeente, de bekering van zondaren, de versterking van Gods werk en bovenal om de verheerlijking van Gods Naam.

Vele oude schrijvers zijn nog zeer bekend en bemind. Hun geestelijke inslag maakt, dat zij van blijvende waarde zijn. Onder hen zijn er van Engelse of Schotse oorsprong. Vele van hun werken zijn in het Nederlands vertaald. Verschillende van hun werken worden herdrukt. Het blijkt nog altijd, dat er belangstelling voor is. We kunnen daarom heel goed begrijpen, dat er ook bij leesdiensten van dit overjarig koren gebruik wordt gemaakt. De wijze, waarop onze vaderen zich uitdrukten, is anders dan de wijze waarop wij dat doen, en dat stelt aan de lezer zware eisen om bij een keus uit oude preken de waarheid te doen leven voor de hoorders.

Al mag er een zekere voorkeur zijn voor deze oude schrijvers, omdat vele preken getuigen van veel geestelijk licht, toch moeten en mogen we er van uitgaan, dat de Heere ook daarna Zijn kerk in stand gehouden heeft en dat zal blijven doen door arbeiders, daartoe van Hem Zelf geroepen.

Er zijn in de vorige eeuw en ook in de twintigste eeuw vele preken verschenen van dienaren, die het volste vertrouwen kunnen hebben. Zij sluiten zich meer aan bij de tijd, waarin wij nu leven. Dat dit op allerlei gebied een tijd vol verwarring is, behoeven we niet duidelijk te maken. Het moet er nu vooral om gaan te blijven bij de waarheid van GodsWoord. Een goede keus uit betrouwbare latere preken zal zeker verantwoord zijn.

Het aantal catechismus-verklaringen is beperkt, maar toch zijn er nog al wat uitgaven, zodat het niet nodig is steeds dezelfde te gebruiken. Dat is natuurlijk ook voor de uitwerking van betekenis. Vrucht is er alleen, wanneer de Heere met Zijn Geest werkt. Daar zijn we het wel over eens. Dit neemt niet weg, dat we waken moeten tegen het gevaar, dat de gemeente al weet wat er komt en daarom niet meer luistert.

We hebben hier dus te maken met een verantwoordelijke taak van de kerkeraad en in het bijzonder van hem, die geroepen wordt voor te gaan in een leesdienst.

Gebondenheid aan Schrift en belijdenis staat vast, maar zijn we met deze beperking en maatstaf klaar? Mogen preken van Engelse of Schotse schrijvers worden gelezen? Of preken van predikanten, die tot een ander deel van de kerk in ons land behoord hebben of behoren? Of van mannen als Kohlbrugge en de Krummachers? Of oefeningen van Justus Vermeer of van Wulfert Floor?

Velen zullen mogelijk zeggen: neen! We kunnen daar een zekere waardering voor hebben, als dit opkomt uit de liefde tot eigen kerkverband. We kunnen er aan toevoegen, wat nieuwere preken betreft, dat het voor de hand ligt, dat iedere gemeente, tot welk kerkverband ook behorend, vanzelfsprekend in eerste instantie de voorkeur geeft aan preken van eigen dienaren. Maar wanneer men zo niet tot een goede keus kan komen en elders wel kan slagen, wat dan?

Zijn er kerkelijke bepalingen, uitspraken van een synode of wat ook, die hier een halt toeroepen? Deze gedachte is wel eens naar voren gebracht, maar wat onze kerken betreft, ten onrechte. Dat willen we nog laten zien.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.