+ Meer informatie

NA DE ALPHA-CURSUS: HOE VERDER?

8 minuten leestijd

Religie is in. Er is meer openheid voor het bovennatuurlijke dan enkele decennia geleden. Wie in een boekhandel bij ‘spiritualiteit’ zoekt, ontdekt het veelkleurige aanbod op dit gebied. Magazines, weekends, beurzen, en ook cursussen proberen een eigen aandeel op de spirituele markt te bemachtigen.

Terwijl de aandacht voor religie toeneemt, neemt de betrokkenheid op kerken echter af. Ook dat hangt samen met een maatschappelijke ontwikkeling. Vrijheid is een hoog goed. Het is niet vanzelfsprekend dat men zich wil binden aan patronen waarbij allerlei zaken van je verwacht worden. En als er één instituut is waarbij men vreest gebonden te worden, dan is het wel de kerk. Tal van onderzoeken laten zien dat mensen in Nederland in toenemende mate vragen kennen over zingeving, het bovennatuurlijke, het lijden, de toekomst enz.; tegelijk wordt de kerk in steeds mindere mate gezien als plaats waar een relevant antwoord op deze vragen te vinden is.

Het grote voordeel van het aanbieden van een cursus voor buitenkerkelijken is dat mensen kennis kunnen maken met het geloof, zonder daar een al te kerkelijk imago aan te verbinden. Een missionaire cursus springt in op de behoefte om op een meer vrijblijvende wijze bezig te zijn met zingevingsvragen. En inderdaad: er is brede belangstelling voor dergelijke cursussen. Vooral de Alpha-cursus is populair. W. Verboom schrijft er over in zijn boek De Alphacursus onderzocht. Een onderzoek naar hedendaagse missionaire catechese (Zoetermeer 2002). Hij ziet de opmerkelijke aandacht voor deze missionaire cursus niet zozeer als een poging van de kerk om verloren terrein te heroveren, maar als een antwoord op nieuwe vragen van een nieuwe generatie.

ALPHA

De Alpha-cursus is uitgegroeid tot een wereldwijde beweging. Begonnen in 1977 in Engeland (Holy Trinity, Brompton, London), is de cursus inmiddels geïntroduceerd in meer dan 150 landen en uitgegeven in meer dan 50 talen. De naamsbekendheid van de Alpha-cursus is groot, de cursus wordt door een internationaal professioneel team gepromoot en ondersteund. Het concept sluit aan bij de behoefte om op een enigszins afstandelijke manier te kunnen kennismaken met de hoofdzaken van het geloof. Toch wordt door de opzet van de cursus bewust gewerkt aan gemeenschapsvorming. Elke cursusavond wordt begonnen met een maaltijd en aan cursisten wordt gevraagd om zo veel mogelijk avonden aanwezig te zijn, met name ook op het weekend, waarin over het werk van de Heilige Geest gesproken wordt. Juist dat weekend functioneert vaak als een belangrijk middel tot samenbinding. Het Alpha-weekend wordt door velen als een enorme verdieping van het geloof ervaren, of als een moment waarop er een geloofsbeslissing viel.

Ongeveer tweederde van alle deelnemers aan de Alpha-cursus (evenals van andere cursussen overigens) bestaat uit kerkleden. Hier liggen dus tal van mogelijkheden van integratie van de cursus in het gemeenteleven. In de praktijk blijken er echter wel eens spanningen te ontstaan tussen de Alpha-groep en de rest van het gemeenteleven. Dat is te begrijpen. Wanneer iemand ervoor kiest een Alpha-cursus te volgen, gebeurt dat uit een diep verlangen om niet-gelovigen te bereiken. De meeste buitenkerkelijken die een Alpha-cursus bezoeken worden daartoe uitgenodigd door een bevriend kerklid, die met de nieuwkomer meegaat. Het ligt - gelet op de algemene huiver die er bestaat tegenover het instituut kerk - voor de hand dat er met een zekere afstand naar allerlei kerkelijke zaken wordt gekeken. Het kerklid dat zich nauw met de nieuwkomer verbonden weet, zal zich alleen al vanwege deze algemene gevoelens in een zekere spanning kunnen bevinden. Daarbij komt een inhoudelijk aspect. In de cursus wordt veel nadruk gelegd op de bijzondere werkingen van de Heilige Geest, zoals het spreken in tongen en de kracht tot genezing, er is weinig plaats voor het lijden in het leven met God, geen enkele aandacht voor de sacramenten, enz. Dat betekent dat zaken die in de prediking in de gemeente sterk aan de orde komen, minder besproken worden op de cursus en andersom. Ook dat kan een gevoel van afstand geven, wanneer daar niet op een goede manier mee wordt omgegaan. Wanneer dan na tien bijeenkomsten de cursus is afgerond en er door cursisten belangstelling getoond wordt om verder te gaan met de geloofsvorming, is aansluiting bij de bestaande gemeente soms niet vanzelfsprekend.

Het onderzoek van Mike Booker en Mark Ireland, Evangelism - which way now (An Evaluation op Alpha, Emmaus, Cell Church and other Contemporary Strategies for Evangelism, London 2005) wijst er op dat een deel van het effect van de Alpha-cursus is, dat in meer traditionele kerken een ander soort theologie wordt binnengebracht, van een meer evangelische en soms meer charismatische kleur. Omdat het grootste deel van de cursisten bestaande kerkleden zijn, heeft de Alpha-cursus juist op veel gewone gemeenteleden een verdiepend effect, waarbij het aspect van de kleurverandering zeker een rol speelt.

Het is een uitdaging om een positieve wisselwerking te laten ontstaan tussen de Alpha-cursus en de bestaande gemeente. Zo kan iets van de bestaande huiver tegenover het kerkelijk instituut overwonnen worden. En zo kan er inhoudelijk een wederzijdse bevruchting plaatsvinden. Dat zal goed zijn voor de gemeente en dat zal goed zijn voor de Alpha-cursus. De vraag hoe het verder moet na de Alpha-cursus, wordt ten dele beantwoord door de manier waarop het lukt om al in een eerdere fase de gemeente bij de cursus te betrekken en andersom.

EMMAÜS EN ANDERE CURSUSSEN

Dat belang van een goede wisselwerking tussen de missionaire cursus en het geheel van de gemeente is o.m. nadrukkelijk verweven in de opzet van de Emmaüscursus. Deputaten evangelisatie zijn betrokken bij het stimuleren van deze cursus in onze kerken, niet in plaats van, maar wel na of naast de Alpha-cursus.

In het algemeen wordt het als een nadeel ervaren dat de Emmaüs-cursus een hoge drempel heeft om in te stappen. Het kennisniveau van de eerste modules veronderstelt meer voorkennis dan de Alpha-cursus en het aantal avonden per module is groter dan bij Alpha, hetgeen ook drempelverhogend werkt. Bovendien heeft de Emmaüs-cursus geen bekende naam, eenvoudig omdat er nauwelijks geld wordt vrijgemaakt voor PR en alle hand-outs van de Emmaüs-cursus gratis te downloaden en te gebruiken zijn. Juist dat laatste maakt het materiaal van Emmaüs wel flexibeler en zo kan het worden aangepast aan de wensen van de gemeente die het gebruikt. Dat biedt mogelijkheden van nauwere aansluiting bij ander gemeentewerk. Bovendien worden duidelijke handvatten gegeven voor het invullen van een kerkdienst die de hele gemeente betrekt bij wat er in de missionaire cursus gebeurt, en de cursisten betrekt bij de gemeente. De vraag: wat gebeurt er na de Emmaüs-cursus? is dan ook meestal minder dringend, omdat er tijdens de cursus meer bruggen geslagen kunnen worden. Er kunnen bovendien heel wat vervolgmodules van hetzelfde materiaal worden aangeboden. Daarbij komt dat qua thematiek en qua theologische standpunten het materiaal dichter bij de verkondiging staat zoals die van onze kansels klinkt.

Naast de Alpha- en de Emmaüs-cursus is nog te wijzen op de door Bram Dingemanse ontwikkelde Bijbelcursus Ontmoetingen, die is opgebouwd aan de hand van Bijbelgedeelten van Oude naar Nieuwe Testament, op de Oriëntatiecursus Christelijk Geloof van ds. René van Loon en op de cursus Scopus, die probeert vanuit persoonlijke herkenning in bijbelverhalen belangrijke thema’s bespreekbaar te maken. Voor een overzicht van het aanbod in Nederland met een korte beschrijving kunt u terecht op de website van de IZB, www.izb.nl.

SLEUTEL: ECHTE BETROKKENHEID

Een belangrijke sleutel voor de integratie in de gemeente ligt uiteindelijk bij de hartelijke betrokkenheid van de kerkenraad op wat er tijdens de cursus gebeurt, welke cursus er ook gegeven wordt. Wordt er van te voren met degenen die de cursus willen aanbieden, gesproken over opzet en inhoud? Wordt er gezocht naar dwarsverbindingen met het gemeentelijk leven, met name met de kerkdiensten? Kunnen vragen van cursisten eens in een kerkdienst aan de orde komen, kunnen getuigenissen van cursisten in de kerkdienst een plaats krijgen, in voorbede, in verkondiging, of door een persoonlijk woord? Kan wat in de diensten van belang is een plaats krijgen in de cursus?

Het is zaak om bij de voorbereiding en tijdens het geven van de cursus goed na te denken over verschallende mogelijkheden waarop cursisten - als zij dat wensen - na de cursus verder begeleid kunnen worden. Allereerst zal persoonlijke begeleiding belangrijk zijn: het hebben van een persoonlijke coach of mentor. Vervolgens kan overwogen worden een vervolgcursus aan te bieden, b.v. na de Alpha-cursus een Emmaüs-cursus of een andere keuzemogelijkheid. Daarnaast kunnen groepjes in de gemeente bereid gevonden worden een paar nieuwkomers op te nemen. Wellicht kan door een bestaande Bijbelstudiegroep zelfs hetzelfde materiaal als van de cursus worden gebruikt. En bewust zal ook gezocht moeten worden naar bruggen met de eredienst.

WIE OPENT DE DEUR?

Het is goed om over al deze zaken na te denken en dat ook planmatig te doen. Tegelijk beseft ieder die bij dit werk betrokken is, dat mensen geen deuren kunnen openen, van buitenaf noch van binnenuit. Paulus vroeg aan de gemeenten aan wie hij schreef voortdurend voorbede voor zijn missionaire werk. Dat zal het dragende moeten zijn, ook vandaag. Het aanhoudende gebed dat de Here deuren opent voor zijn woord. En dat onze ogen open zullen zijn voor die plaatsen waar Hij deuren opent.

Drs. M.C. Mulder is in dienst van deputaten evangelisatie als evangelisatieconsulent.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.