+ Meer informatie

Het Henegouwse Huis (vervolg).

7 minuten leestijd

2. De Vlaamse invasie.

Zo trokken dan de Vlamingen onder aanvoering van Guy van Namen (een zoon van de Vlaamse graaf Guy; deze laatste zat in Frankrijk gevangen) en geleid door Jan van Renesse, Zeeland binnen.

De verdediging van dit gewest was opgedragen aan Willem van Oostervant, 's graven zoon. Jan n zelf zat in Henegouwen, omdat ook daar een Vlaamse inval dreigde. Het begin was voor jonker Willem niet schitterend. Bij Veere werd hij geslagen en onder geiuich van de vrienden der van Borselens en Renesse trokken de Vlamingen de stad binnen.

Willem had zich tijdig in veiligheid gesteld binnen Zierikzee, een sterke, bemuurde stad.

Binnen een paar weken viel ook Middelburg hun in handen.

Weldra volgde nu een wapenstilstand en had de vijand geheel Zeeland en Holland tot de Maas in zijn macht, uitgezonderd Zierikzee (1303).

Maar in Maart 1304 verbreekt Guy van Namen de wapenstilstand en tracht Zierikzee te bemachtigen.

Hij valt in Duiveland, verslaat jonker Willem opnieuw, maar kan Zierikzee, dapper door deze en Witte van Haemstede verdedigd, niet nemen.

Dan maar naar het hart van Holland. En weldra is ook dit gebied in zijn macht, met uitzondering van Kennemerland, Haarlem en Dordrecht; deze laatste plaats verdedigd door Nicolaas, heer v. Putten.

Alles huldigde reeds Guy als landsheer! Het scheen wel, of het de burgers en boeren van Holland weinig schelen kon, of nu een Henegouwse dan wel een Vlaamse graaf hun gewest bestuurde. .

Tot overmaat van ramp was nog een nieuwe vijand komen opdagen, n.1. de hertog van Brabant. Gedachtig aan het spreekwoord, dat het in troebel water goed vissen is, en tot de ontdekking gekomen, dat hij nog rechten had op Holland beneden de Maas, inclusief Geertruidenberg, voegde hij talrijke troepen bij die dei-Vlamingen, veroverde genoemd gebied en liet er zich huldigen.

En zo was het met Holland gedaan ? Toch niet. Naar Gods raad, zegt Groen, zou het verlost worden.

Witte van Haemstede weet met twee scheepjes en een klein getal dapperen uit Zierikzee te Ontsnappen, gaat de Noordzee op, landt bij Haarlem en plant op de Élinkert de Hollandse Liebaert. Onder groot gejuich van de landzaten gaat het Haarlem binnen. Kennemerland snelt te hulp en met vereende kracht trekt men op de Vlamingen los, die bij het Manpad bij Haarlem verslagen worden.

Dat mocht een zoon van het roemrijke Hollandse huis doen!

Ook met de Brabanters werd afgerekend. Daarvoor zorgde Nic. van Putten, die hen bij IJsselmónde en Waalwijk versloeg.

Ten slotte werden de Vlamingen nog uit Utrecht verdreven. Ze hadden daar een gilderegering in 't leven geroepen, die ook na hun verdrijving bleef bestaan, 't Was een wonder. In vijf dagen was Holland vrij!

Jammer, dat Zeeland nog bezet bleef. Jonker Willem wist echter uit het belegerde Zierikzee te ontsnappen, trok naar Holland en nam er de leiding in handen. Overal werd hij met blijdschap begroet.

Nu stond het ontzet van Zierikzee op het programma. Wij werden daarbij gesteund door een Franse vloot onder Grimaldi (een Genuees), gezonden door koning Filips, die zelf een inval in Vlaanderen deed. Ook jonker Willem had op de vloot de leiding. Het kwam op het riviertje de (het) Gouwe bij Zierikzee tot een beslissende scheepsstrijd, waarbij de Vlamingen het schitterend verloren en hun aanvoerder Guy zelfs als gevangene naar Calais werd gevoerd.

Jan van Renesse was met tal van edelen op zijn vlucht uit Utrecht in de Lek verdronken.

Jonker Willem deed zijn intocht in Zierikzee, nadat hij 'n 17 etmalen het harnas niet had afgelegd. Ook Zeeland was vrij.

Kort na de bevrijding stierf graaf Jan en werd jonker Willem, zelf graaf, nog maar 18 (19) jaar oud.

3. Willem III.

Deze landsheer heeft men op één lijn gesteld met Karei de Groote, Willem II, Floris V. En geen wonder.

Hij heeft zich doen kennen als „een talentvol diplomaat, een uitstekend regeerder, die met meer voorzichtigheid dan Floris V, diens politiek ten opzichte van de opkomende macht van de 3e stand voortzette, met krachtige hand de adel in toom hield en - de hulpbronnen in zijn gebied wist te ontwikkelen." Zo schetst ons Prof. Blok in enkele lijnen deze machtige vorst, wie het dankbare volk de erenaam „de Goede" gaf.

Hij was machtig naar binnen en naar buiten. Ten hoogste geëerd, wat ook blijkt uit de huwelijken zgner dochters: Margaretha met keizer Lod. v. Beijeren, Filippa met Eduard III, koning van Engeland.

Zelf was hij door zijn huwelijk aan het Franse koningshuis verwant.

Toen hij graaf werd, was de strijd met Vlaanderen nog niet ten einde, al werd die, tengevolge van de verwikkelingen tussen Vlaanderen en Frankrijk, minder fel gevoerd.

Het was nu Willems doel zich los te maken van de Vlaamse leenheerschappij in Zeeland (Z. bewesten Schelde).

Dat is hem gelukt; op 6 Maart 1323 werd, onder arbitrage van de Franse koning, Karei de Schone, te Parijs een verdrag gesloten, waarbij Vlaanderen Z. bewesten Schelde in volle eigendom aan Willem afstond.

Hij van zijn kant deed afstand van zijn aanspraken op het overige Rijks-Vlaanderen. De Zeeuwse ballingen mochten echter niet terugkeren in Zeeland. Men begrijpt waarom. ,

Willem was een internationale figuur. Dat is te begrijpen, als men bedenkt, hoe hij getrouwd was met Jeanne van Valois, zuster van Filips VI, koning van Frankrijk; en de schoonvader was van Lod. v. Beieren en Eduard III.

Stond hij aanvankelijk meer aan de Franse kant, later veranderde dat en helde hij naar Duitsland en Engeland over.

Als deze staten de oorlog met Frankrijk beginnen, is Willem de ziel van de Engelse alliantie op het vaste land; al brak hij niet ten volle met zijn zwager. Ook in de Ned. gewesten was zijn invloed groot. Er viel ook hier nog al eens te scheidsrechteren; meestal werd Willems hulp daarbij ingeroepen en met sucèes. Natuurlijk vergat hij daarbij zichzelf niet.

In zijn binnenlandse politiek betoonde hij zich al even krachtig. De regering van Holland en Zeeland v/erd op voortreffelijke wijze georganiseerd, vooral op financieel gebied. Boeren, steden en adel hield hij in bedwang. Toen de Kennemers hem, bij gelegenheid van een bede, priv. wilden afdwingen, kregen zij deze niet. Integendeel, hij nam zelfs verkregen rechten af!

Vooral het machtige Dordrecht ondervond zijn kracht. Zoals we weten, had deze stad in 1299 het „stapelrecht" verkregen, d.w.z. alle koopwaren, die langs Maas en Lek gingen, moesten daar ter markt komen. Dat stond vanzelfsprekend de andere steden van Holland en Zeeland niet aan. Gevolg: een hevige twist; en 't eind van 't liedje: verlies van het „stapelrecht".

Voorts hield hij de adel onder de duim. Een opstandige beweging van deze in Zeeland onderdrukte hij. Eveneens beschermde hij de Westfriese boeren tegen de Hollandse adel.

Van gilden moest hij niets hebben.

Schitterend waren zijn feesten op het „Hof in den Haghe", waarvan de Ridderzaal c.a. en de Vijver nog de overblijfselen zijn.

Maar, zegt Groen, van de toeneming van pracht en praal zijn de gevolgen nadelig geweest. Zoals altijd. Een ding vonden de Hollanders jammer dat hun goede graaf zo weinig thuis was. Alleen in de winter was hij op zijn Hof en in de lente bracht hij een kort bezoek aan Middelburg. De vette modderwegen waren dan voor de graaf en zijn ridders onbegaanbaar. 1 Men zette daarom de paarden ergens op stal en ging per schip verder! (De Fouw).

De liefde voor de graaf werd er niet minder door. Bekend is het verhaal, dat hij eens 1000 pond Hollands vroeg en de landzaten hem er 10.000 wilden geven, waarop hij hun de bede kwijtschold.

Tijdens zijn afwezigheid liet hij het bestuur over aan zijn gunsteling, Duivenvoorde, tot ergernis van de andere edelen. In 1337 stierf Willem III.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.