+ Meer informatie

Surinaamse minister Söemita in het nauw

Parlement komt in actie

1 minuut leestijd

PARAMARIBO — Het Surinaamse Parlement heeft donderdag een commissie van vijf leden aangewezen, die advies moet uitbrengen over de te volgen procedure bij de eventuele toepassing van een grondwetsartikel waarbij een minister in staat van beschuldiging kan worden gesteld.

De Surinaamse parlementariërs bespraken donderdag het dossier-Soemita, de minister van Landbouw, Veeteelt en Visserij, die ervan verdacht wordt steekpenningen te hebben aangenomen.

De procureur-generaal, mr. M. G. de Miranda, had in een brief aan parlementsvoorzitter Wijntuin laten weten dat bij het onderzoek naar de ,,smeergeldcnaffaire Nieuw Nickerie" voldoende is komen vast te staan dat minister Soemita zich vermoedelijk schuldig heefl gemaakt aan ambtsmisdrijven. In Suriname kan een minister volgens artikel 144 van de Grondwet pas worden vervolgd voor ambtsmisdrijven als het parlement hem in staat van beschuldiging heeft gesteld.

De situatie rond minister Soemita zal in Suriname mogelijk kiden tot vervroegde verkiezingen, in juli in plaats van november. Premier Arron stelde dat begin deze week voor op een spoedvergadering over de zaak Soemita met ministers en parlementariërs van zijn ,.Nationale Partij Suriname", die met 12 zetels het grootste aandeel heeft in de regeringscoalitie „Nationale Partijcombinatie" met 21 zetels. Het Surinaamse Parlement telt 39 zetels.

Vorige week weigerde minister Soemita in te gaan op een verzoek van premier Arron af te treden. De kernleden van Soemita's partij, de Javaanse KIPI, adviseerden hem ook aan te blijven.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.