+ Meer informatie

VRAGENBUS

3 minuten leestijd

r— ~ S I Correspondentie voor deze rubriek aan: | | T. MOLENAAR. Leede 18. Rotterdam Zuid \ V )

L, W. te K. vraagt verklaring van 1 Cor. 6 : 2 en 3, waarin vermeld staat, dat de heiligen de wereld en de engelen zullen oordelen.

Antwoord: Het is vrager bekend, dat er van een voorlopig oordeel sprake is, terstond na de dood. De gelijkenis van de rijke man en Lazarus, leert ons dat. De rijke man stierf en sloeg zijn ogen op in de hel, zijnde in de pijn, maar Lazarus stierf ook en werd van de engelen gedragen in de schoot van Abraham.

Op dit voorlopig vonnis volgt het eindoordeel, wanneer de Heere Jezus komen zal ten jongste dage om te oordelen de levenden en de doden. Dan zullen maar Christus' uitspraak in Matth. 19 : 28, zijn discipelen zitten op twaalf tronen, oordelende de twaalf geslachten Israëls. En Judas zegt in zijn brief vers 14: De Heere is gekomen met Zijn vele duizenden heiligen om gericht te houden tegen allen en eindelijk spreekt Paulus in Thess. 3 : 13 van de toekomst van onze Heere Jezus Christus met al zijn heiligen.

Wordt nu bedoeld met deze uitspraken uit Gods Woord, dat de heiligen, die zelf ook eerst geoordeeld en vrijgesproken zijn, deel zullen hebben aan de handelingen des Heeren! Immers neen!

Waar het eindoordeel zal plaats hebben, zowel over mens als over gevallen engel, zullen de heiligen toegelaten worden tot de rechtbank om in te stemmen met en te verheerlijken het rechtvaardig vonnis van Christus, in Wiens hand de Vader al het oordeel heeft overgegeven.

Fam. te W. K. vraagt mijn oordeel over de bliksemafleider.

Antwoord: Er zijn geoorloofde en ongeoorloofde voorbehoedsmiddelen. Onder de eerste reken ik bv. een parapluie, die we meenemen, omdat er wel eens regen zou kunnen komen. Een brandblusapparaat in de kerk, op een kantoor of in een werkplaats voor een mogelijk uitslaande brand. En zo zijn er veel geoorloofde middelen bij een nog niet voorhanden zijnde maar toch mogelijk gevaar.

Ongeoorloofd zijn bv. de verzekeringen. Daaronder valt naar mijn mening ook de bliksemafleider. Niet één kerkgebouw van de Gereformeerde Gemeente zal een bliksemafleider hebben en zo het van hoger hand werd opgelegd zouden we alle moeite doen, om daarvan ontheffing te verkrijgen en desnoods te weigeren.

Wat is toch hiervan de oorzaak?

Hoewel ik weet, dat bliksem en donder door God geleide natuurverschijnselen zijn, moeten we met de verklaring toch altijd voorzichtig zijn, omdat Gods Woord spreekt van „Uw pijlen vliegen daarheen" en van , , 's Heeren stem."

We zijn zo geneigd om alles zo laagvloers te zien, wat het in werkelijkheid toch niet is. De bliksem is inderdaad een pijl Gods, waarmee de Heere Zijn almacht toont en waarin de mens zich klein en gering gevoelt. David zegt dan ook in Ps. 29: De stem des Heeren is op de wateren, de God der ere dondert; de Heere is op de grote wateren, enz." En in Ps. 29 : 9 zegt de dichter: Maar in Zijn tempel zegt Hem een iegelijk eer."

Daarom is het stellen van een bliksemafleider op een gebouw te veroordelen, omdat zo licht de gedachte gewekt v/ordt: „Wie doet me nu nog kwaad? Nu zijn we veilig."

Neen veilig is hij, die in de Schuilplaats des Allerhoogsten is gezeten en die in dagen van gevaar de God Jakobs tot een hulpe heeft en wiens vertrouwen op de Heere zijn God is.

Ik besluit mijn antwoord met hetgeen een leraar eens gezegd moet hebben, toen hij moest preken in een kerk waarop een bliksemafleider stond:

„Als God hier niet met Zyn oordelen mag komen, kom ik hier niet met Zijn zegeningen."

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.