+ Meer informatie

De staat Israël

7 minuten leestijd

Het godsdienstige leven.

Wanneer we ons thans bezig gaan houden met het godsdienstige leven in de moderne staat Israël, clan zijn we geneigd, om dat woord „godsdienstige" tussen aanhalingstekens te plaatsen en rijst de vraag bij ons: Is er nog wel godsdienst, in cle goede zin van het woord clan, in Israël te vinden? Zeker, ook onder de Israëlieten van nu zullen we vinden van Gods volk, want ze zullen komen uit alle geslachten, talen, natiën en tongen. Dat zijn zij, die de Messias als hun Zaligmaker erkennen en waarvoor in het hart plaats is gemaakt voor de Zone Gods. Wanneer we het over het godsdienstige leven hebben, bedoelen we echter meer het nationale godsdienstige leven van dat volk, zoals zich dat thans aan ons openbaart en niet het leven van cle enkeling, zoals de lezer(es) wel begrijpen zal.

En dan valt het ons steeds weer op, wanneer we lectuur over dit onderwerp lezen, dat we altijd maar weer struikelen over het woord „traditie", een teruggrijpen op het verleden, ook door ongelovige Joden. We zullen zien, dat het leven in de historische hebreeuwse traditie een uiting is van nationaal besef en niet van een godsdienstige gedachte. Men houde dit goed in het oog, want wat nu over dit onderwerp volgt, dient om deze stelling te bewijzen.

Dan is daar allereerst de naam: taat Israël, een naam, voorgesteld door de toenmalige minister van buitenlandse zaken Mosje Sjertok gegrond op Gen. 32 : 28: Toen zeicïe Hij: w naam zal voortaan niet Jakob heten, maar Israël; want gij hebt u vorstelijk gedragen met God en met de mensen en hebt overmocht." Ook de staat Israël ontstond na strijd.

Verder de taal. Eeuwen lang was het een dode taal, thans in Israël weer een taal voor het leven, voor de jeugd. Men ziet hebreeuwse opschriften van straten en winkels. De moderne kolonies dragen veelal oude hebreeuwse namen, zoals Ajeleth Hassjachar, „de hinde van cle dageraad, " het bekende opschrift boven psalm 22. Of Petach tikwa = deur der hoop naar Hosea 2 : 14: En Ik zal haar geven haar wijngaarden van daar af, en het dal Achor, tot een deur der hoop" enz. De Israëlische luchtvaartmaatschappij heet „El Al", wat zoveel betekent als naar omhoog, en wat ook voorkomt in Hosea 11 : 7: Want Mijn volk blijft hangen aan cle afkering van Mij; zij roepen het wel tot de Allerhoogste, maar niet een verhoogt Hem." Het Israëlische parlement heeft ook al een oude hebreeuwse naam „Knesseth", dat zoiets betekent als verzamelen, vergaderen. Het woord komt o.a. voor en Ps. 147 : 2: De Heere bouwt Jeruzalem; Hij vergadert Israëls verdrevenen."

In dit parlement treffen we naast grote socialistische partijen met 60 van de 120 zetels en een communistische partij met 5 zetels een aantal religieuze partijen aan, clie in het algemeen cle versterking van cle invloed der religie en van de Thora op de gang van zaken in cle joodse staat voorstaan. Deze doeleinden zullen echter nooit bereikt worden, eensdeels, omdat hun invloed te klein is, en anderdeels omdat velen practisch atheïst zijn en socialistische of marxistische utopieën als droombeeld voor de geest zweven.

We zullen nu het leven nader bezien.

De oude opvattingen over cle sabbath worden verslapt nageleefd: verkeersmiddelen mogen niet gebruikt worden; fietsen op de sabbath kan nog, maar een motor gaat te ver. Voetballen op cle rustdag kan er mee door, maar roken op straat mag niet.

Bij de vestiging van de staat ontstond er noodwendig een debat over de grondwet. „Het orthodoxe blok handhaaft, dat cle Thora de basis is voor Joodse wetgeving en dus is er geen behoefte aan een grondwet." Slechtst het achtste deel van de bevolking is echter maar getrouw aan de Thora. Maar de rest onderhoudt uit een zekere eerbied voor traditie wel oude gebruiken. Zo eten velen uitsluitend ritueel geoorloofde spijzen en gaan zo nu en dan naar de synagoge. Anderen komen er alleen op de Grote Verzoendag of op het Paasfeest, alleen uit traditie. De invloed van deze traditie op het leven is soms zeer groot. Op Vrijdagavond, als de sabbath begint, wordt overal de bazuin geblazen en dan sluit men de winkels. Er rijden dan ook geen treinen meer. Dat wordt ook aanvaard door de linkse groepen - uit traditie. Die aanvaarden de rabbath, maar alleen als rustdag. In dezelfde geest viert men het Pinksterfeest als oogstfeest.

Een eigenaardige toestand ontstond met het sabbathjaar, want half October 1951 (volgens joodse tijdrekening het jaar 5712) begon het sabbathjaar. Hoewel de meerderheid van de bevolking socialistisch is, wilden de rabbijnen toch de wet aangaande het sabbathjaar opvolgen. Toch zou dat heel moeilijk gaan, want men begreep wel, dat de bovengenoemde meerderheid toch zou handelen, alsof het een gewoon jaar was en dus zou gaan zaaien en planten en andere werkzaamheden op het veld gaan verrichten, wat in dat jaar immers verboden is. Om zich nu uit de moeilijkheid te redden, werd het ganse land in naam voor dat ene jaar verkocht aan een Arabier en nu kon een ieder zijn gang gaan zonder zijn geweten te bezwaren, want nu bewerkte men het land van een ander en dat mag, want de wet schrijft voor: uw akker zult gij niet bezaaien en uw wijngaard niet snoeien.

Er waren echter ook wetsgetrouwe Joden, die zich werkelijk aan de voorschriften gehouden hebben. Hier en daar zag men inderdaad lege velden en rottend fruit en sommige stadsbewoners kochten een jaar lang uitsluitend van Arabieren, vastbesloten om geen producten te kopen, clie door Joden verbouwd waren. Aan het einde van het sabbathjaar kwamen cle tienduizend getrouwen bijeen om het slotfeest te vieren, een plechtigheid, die het laatst gehouden was in het jaar 42 tijdens Agrippa. Staande op een truck las iemand de Wet, ramshorens weerklonken, een luid gejuich barstte los en men danste op de maat van de tamboerijnen. De volgen-

de morgen ging men weer naar zijn akker, die door onkruid overwoekerd was en snoeide men de verwilderde wijngaard. Volgens cijfers van de regering bedroeg de schade door productieverlees < £ 30.000. Nuchtere berekeningen hadden meer invloed op de geesten gehad dan het oude geloof.

De oude Israëlietische feesten hebben voor een deel hun godsdienstig karakter behouden, voor een groter deel zijn ze ingesteld op het nationale leven. Dikwijls hingen de oude feesten samen met de oogst; vandaar dat men ze nu houdt als landbouwfeesten. Andere feesten herinneren aan de roemrijke strijd met de vijanden. „Eeuwen lang heeft het Joodse volk de wereld gezien en gegroet met tranen en smeking. Thans nu het vrij is, wordt het geïnspireerd door de glorie van een onvergetelijk verleden en door de dynamische kracht van het gelukkige heden. De oude feesten, als een instelling Gods, worden door de orthodoxen gevierd naar de gewoonten der vaderen. Maar voor vele anderen werden het belangwekkende dagen, zoals de oogstfeesten, die de glans hebben van een ver verleden." (v. Deursen).

Zo leeft men enerzijds in het oude geloof, anderzijds nog wel in een oude traditie, maar zonder een diep godsdienstig besef.

Hoe zit het nu met het Christendom on-der de Joden? Inderdaad zijn er Joden-Christenen, maar het officiële Jodendom is er in zijn geheel tegen gekant. Een rabbi, die Jezus verkondigt als Messias, is in het huidige Israël onmogelijk. Hoofdzakelijk behoren er oudere mensen toe en opvallend weinig jeugd.

Ds. Grolle vertelt in zijn boek: „Een volk op weg naar huis, " dat de Joden-Christenen hopeloos verdeeld zijn en weinig dapperheid tonen om voor hun overtuiging uit te komen te midden van hun eigen volk. Bovendien vertelt hij, dat er zeer vele gelovigen in het geheim zijn.

W. VAN DIJK.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.