+ Meer informatie

Katoentje ging naast zijn hoogleraarskatheder staan

Prof. Cornelis van Gelderen en de botsing tussen geloof en wetenschap

6 minuten leestijd

Tijdens een van zijn colleges raakte prof. dr. Cornelis van Gelderen zo in vervoering dat hij "in alle opzichten losraakte van de officiële kerkleer." Plotseling brak hij zijn betoog af, viel stil, ging naast de katheder staan en zei: "Mijne heren, ik geloof in de Heilige Schrift als het onfeilbare en betrouwbare Woord van God." Einde college.

Namen van mensen hebben soms een herkenbare betekenis. Zo niet, dan zijn er altijd nog pseudoniemen of schuilnamen waarmee mensen zichzelf bedelen. Multatuli: Ik heb veel geleden. Nescio: Ik weet niet. Mensen dichten elkaar ook bijnamen, soms scheldnamen toe, die een bepaalde betekenis of achtergrond hebben. In bepaalde dorpen, zoals in de plaats van mijn inwoning, met rissen Rebellen, Westlanden, Kossen, Gooy(ij)ers en Schapen, onderscheidt men mensen van dezelfde naam nogal eens door middel van bijnamen.

Soms kan men zich afvragen waar een bijnaam vandaan komt. Zo kreeg een oudtestamenticus van de Vrije Universiteit, prof. dr. Cornelis van Gelderen (1872-1945), ooit de bijnaam "Katoentje". Geert Mak wijst daarop in zijn boek "De eeuw van mijn vader", waarbij hij opmerkt dat de bijnaam "om onnaspeurbare redenen" werd gegeven. Toen ik bij de verschijning van dit boek dat vermeldde in een uitgebreide bespreking in deze kolommen, kreeg ik uit wat "zeer betrouwbare bron" heet -mijn zegsman noemde ds. C. Vonk- de mededeling dat de bijnaam niet Katoentje was maar "Katoontje", naar het Hebreeuwse woord "qatoon", dat "klein" betekent. Van Gelderen, die ook Hebreeuws doceerde, zou klein van stuk zijn geweest.

De geleerden verschillen hier kennelijk. C. Houtman, biograaf van Van Gelderen in het "Biografisch Lexicon voor de Geschiedenis van het Nederlandse Protestantisme", spreekt ook -zonder nadere verklaring- van Katoentje. En enkele bejaarde tot zeer bejaarde hooggeleerden uit de theologisch-wetenschappelijke stal van Abraham Kuyper wisten, bij navraag mijnerzijds, ook niet beter of het was Katoentje. Een van hen, prof. dr. K. Runia, die nog tentamen deed bij Van Gelderen aan diens ziekbed -W. H. Gispen was zijn opvolger- houdt het niet voor onmogelijk dat Katoentje werd vernederlandst. Maar wie spreekt hier het laatste woord? Nu kan een lettertje verschil van beslissende betekenis zijn: shibboleth of sibboleth. Zo ingrijpend ligt het hier niet. Maar in de geschiedschrijving zijn ook kleine details niet onbelangrijk.

Botsing

Geert Mak kwam om een andere reden over Van Gelderen te spreken. Zijn vader had hem ooit verteld dat Van Gelderen "een briljant wetenschapper" was. Tijdens zijn colleges over het ontstaan van de Bijbel sprak hij echter "openlijk over het feit dat bepaalde bijbelboeken door meerdere auteurs moeten zijn geschreven." Bij het boek Job wees hij op een tweede auteur. Tijdens een van zijn colleges raakte hij zo in vervoering, dat hij "in alle opzichten losraakte van de officiële kerkleer."

Plotseling brak hij toen zijn betoog af, viel stil, ging naast de katheder staan en zei: "Mijne heren, ik geloof in de Heilige Schrift als het onfeilbare en betrouwbare Woord van God." Einde college. Geloof en wetenschap gingen botsen, concludeert Mak.

Houtman geeft nog verder aan waar bij Van Gelderen de schoen wrong. In 1916 gaf hij colleges over "de aard van de historiebeschrijving in Genesis 1-11." Dat bracht hem in conflict met de "Deputaten tot beoefening van het verband tussen de Gereformeerde Kerken en de theologische faculteit der Vrije Universiteit". Hij verplichtte zich op zijn colleges verder over de kwestie te zwijgen, maar spande zich later wel in om de kwestie-Geelkerken -over het spreken van de slang in Genesis 3- tot een goed einde te brengen. Zijn "ruime schriftbeschouwing" ten spijt, maar intussen "geen strijder", stemde hij toch in met de besluiten jegens Geelkerken, die de synode van Assen in 1926 nam. Persoonlijke betrekkingen wilde hij niet laten lijden onder kerkelijke geschillen.

Over de kwestie zelve heeft hij zich publiekelijk niet meer uitgelaten. "Als een bemind en beminnelijk mens is hij in een zekere eenzaamheid zijn weg gegaan", concludeert zijn biograaf, die in één adem toevoegt dat de VU-hoogleraar in de oorlogsjaren moed toonde door huisvesting van opperrabbijn Tal en diens vrouw. Hij was ook nog een hoogleraar van het type over wie "een vast repertoire anekdotes" de ronde deed. Het zal wel een toevalligheid zijn geweest, passend in het decor van zijn college, maar Mak maakt nadrukkelijk melding van het feit dat Van Gelderen, toen hij zijn persoonlijk geloof in de onfeilbaarheid van de Heilige Schrift beleed, naast de katheder ging staan, terwijl hij kennelijk zijn opvattingen aangaande geloof en wetenschap, waarin hij botste met de gangbare visie in de Gereformeerde Kerken, vanaf zijn katheder had uitgesproken.

Ex cathedra

Nu is naar gereformeerd patroon wat vanaf een katheder wordt gezegd, vanuit welk ambt in kerk en samenleving dan ook, niet alleenzaligmakend, niet onfeilbaar, niet het laatste woord. Dat is voorbehouden aan het Woord. Alleen de hoogste man in Rome heeft zich aangematigd ex cathedra onherroepelijke standpunten af te geven.

Hier ligt echter wel een probleem. Kerkelijk mandaat en wetenschappelijke betogen ex cathedra staan soms op gespannen voet. Kerkelijke hoogleraren -dat geldt binnen alle kerken- ontlenen hun opdracht aan de kerk waartoe ze behoren. Wat kan en mag een wetenschappelijke mens dan nog zeggen zonder dat de vrijheid van wetenschap in het geding komt? Het is nog niet zo lang geleden dat die kwestie opnieuw speelde in de Gereformeerde Kerken, in de slepende zaak rondom de Kamper hoogleraar C. J. den Heyer. Paste wat hij ex cathedra betoogde over de verzoening binnen de opdracht die hem door de kerk was verleend en waarvoor hij getekend had? Nee dus! Den Heyer is echter ook nooit naast zijn katheder gaan staan om te zeggen: "Mijne heren, ik geloof in het Heilige en onfeilbare Woord van God." Van Gelderen was als gereformeerd hoogleraar kennelijk nog uit ander hout gesneden dan Den Heyer.

Geloof en wetenschap

De sprekende titel van een boek van A. M. Lindeboom was "De theologen gingen voorop". Het dramatische hierbij was dat jongelieden in goed vertrouwen begonnen met een studie aan hun gereformeerde universiteit, terwijl er onder gereformeerde vlag leringen vanaf de katheder opgeld gingen doen die niet (zo) gereformeerd meer waren.

Om het geloof in het gezag en de betrouwbaarheid van de Schrift te belijden, moet een wetenschapper dunkt me niet naast de katheder gaan staan. Geloof en wetenschap horen, ook op de katheder, bijeen. Ik zeg: hóren bijeen.

In deze rubriek beschouwen auteurs kerkgeschiedenis met een knipoog. In dit geval knipoog ik even naar lezers die nog wat weten over de vroegere oudtestamenticus-hebraïcus. Was het nu Katoentje of Katoontje? En ging hij echt naast zijn katheder staan? Het is best aardig hierover nog eens iets uit de eerste hand te vernemen. Al was het maar een anekdote.

Rotterdam, 1916

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.