+ Meer informatie

Geroepen naar Gods voornemen

5 minuten leestijd

6.

Een vraag beantwoord

Wij hebben de laatste tijd enkele opmerkingen gemaakt over de tweeërlei roeping, zoals die door Johannes Calvijn naar voren wordt gebracht. Zonder enige reserve heeft hij daarvan gesproken. Dit is maar niet te halen uit één enkel zinnetje in zijn Institutie of één van zijn andere werken. Dan zou het nog kunnen zijn, dat we al te gemakkelijk aan haalden. Dit laatste is niet denkbeeldig. I i is een tijd geweest, dal men voor allerlei meningen probeerde Calvijn voor eigen wagen te spannen. Eén citaat uit zijn werken was dan soms al genoeg. En nog zijn er genoeg op het zgn. Gereformeerde erf. die dit proberen. Echter behoeft men dit niet te doen. als het gaat over de tweeërlei roeping. Een onbevooroordeeld lezen van zijn werken zal dit aanstonds toegeven. Gedurig spreekt Calvijn van de bijzondere werking des Heiligen Geestes, waardoor het Woord krachtig is in de uitverkorenen.

Dal hij de roeping in hen niet alleen de bijzondere maar ook de inwendige roeping noemt lezen we ook meermalen bij hem. Zo b.v. in het vierde boek van de Institutie, als hij schrijft over de kerk in het eerste hoofdstuk. „Hierom moet ook Gods verborgen verkiezing en Zijn inwendige roeping aangezien en bemerkt worden: want Hij alleen weet, welke de Zijnen zijn en houdt de Zijnen onder Zijn zegel ingesloten…”

En ten overvloede halen we hier nog aan, wat Calvijn schrijft over Ezau en Jacob (commentaar op Genesis 25:29): „Hoewel beide broeders overigens van nature gelijk waren, vertoont Mozes ons toch m Ezau's persoon als in een spiegel, hoe alle goddelozen zijn die aan hun verstand worden overgelaten en niet door Gods Geest worden bestuurd. In Jacobs persoon toont hij, dat de genade dei-aanneming niet ledig is in de uitverkorenen, omdat de Heere haar met Zijn roeping krachtig bezegelt”.

Ik dacht dat deze aanhalingen aan duidelijkheid niet te wensen overlaten!

Toch nemen we nog geen afscheid van Calvijn, vóórdat wc een vraat; beantwoord hebben. Het kan nnil. zijn, dat iemand zegt: „Zou Calvijn net zo geschreven hebben, als hij vandaag de mensen hoorde spreken over de inwendige roeping?”

Wij weten: velen beroepen zich op de inwendige roeping, terwijl zij hel Woord Gods en de uiterlijke prediking gering achten. Met vrome redeneringen verschuil! men zich dan achter het werk van de Heilige Geest en leeft onbekommerd voort. Met opzet brengen we dit naar voren, omdat het wel eens zo gesteld wordt: als Calvijn nü geleefd had. dan zou hij daartegenover anders gesproken hebben.

Nu heelt het in de regel weinig betekenis om met allerlei veronderstellingen te komen. Maar met volle vrijmoedigheid durf ik te schrijven dat hij principieel niet anders getuigd zou hebben. Allereerst omdat hij deze mensen beter gekend heelt. dan wij misschien wel eens denken. En in de tweede plaats, omdat hij tegenover ieder het Woord van God zelf heeft laten spreken.

Misschien klinkt het u vreemd: de grote reformator van Genève heeft de mensen gekend, die van het Woord van God als hel van God geschonken middel niets moeten hebben! In zijn dagen gingen ze in een wal ander gewaad dan in de onze. Echter steeds heeft hij de strijd moeten strijden tegen de doperse miskenning van de uiterlijke prediki het onderwijs door Gods Woord. Ieder die weet van de geestdrijverij, waarmee Calvijn te maken gehad heeft in en buiten Genève, zal dit direct onderschrijven.

Behalve Rome waren hem ook de wederdopers tot vijand. Zowel l.ulher als Calvijn hebben in allerlei vormen kennis gemaakt met hen, die zich enkel wilden laten leiden door het inwendige woord. En tevéél heelt juist niet name Calvijn de majesteit van het Woord Gods in zijn leven gekend en beleden, dan dat hij zich door hen in het minst zou laten leiden. Mij heeft ook tegen de wederdopers geschreven en wij kunnen van hem dan deze krachtige taal horen: „de majesteit van het Woord van God en Zijn sacramenten moet voor ons zó groot zijn dat overal waar we die zien. wij zeker zijn, dat daar de kerk is”.

Het Woord Gods is door Calvijn steeds geprezen. In dat Woord hoorthij de stem van tic hoogste Koning, onder Wie wij allen moeien staan. In als iemand tegen hem zegt, dat de prediking van Gods Woord toch maar tevergeefse moeite is. als de Heilige Geest toch alles doet. dan is zijn laatste antwoord: God heeft het ingesteld!

Maar nu: al prijst hij het Woord als het van God ingestelde middel, daarom gaat hij niet uit reactie tegenover de wederdoperij en geestdrijverij zeggen: nu moeten wc maar niet spreken over de Heilige Geest en Zijn werk en de verkiezing verzwijgen in de prediking. Het is juist zo verkwikkend, dat hij nooit tot zo iets gekomen is, maar met nadruk het bijzondere werk van tic Heilige Geest naar het Woord van God gesteld heeft.

Verre is het er vandaan, dat Calvijn door de eritiek van de geestdrijvers tot lettcrkncchlcrij gekomen is. Trouwens hoe zou hij. die de majesteit van Gods Woord zo sterk beleed, zich door mensen laten leiden.’ Hij streed tegen de onzuivere leet met grote kracht, maar liet zich niet door de vijanden verleiden om niet positief naar beide zijden le spreken over de roeping Gods.

Daarom geloof ik, dat hij vandaag nog zo gesproken zou hebben. Het is de grote "aard. Calvijns werken, dat ze voor zo'n groot deel blijvend actueel zijn. Omdat ze proberen te spreken naar het eeuwig blijvende Woord van God. En naar die waarheid blijft het nodig om te luisteren naar wat Calvijn opmerkt bij Johannes 3: ld: „Het is wél waar, dat Christus allen voorgesteld is. maar nochtans opent God de uitverkorenen alleen de ogen om Hem door het geloof te zoeken”.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.