+ Meer informatie

MIDDAGBESPREKING

6 minuten leestijd

Tijdens de bespreking van het referaat werd de inleider bijgestaan door het mode- ramen van de generale synode 2007, de predikanten D. Quant (preses) J. Westerink (assessor), G. van Roekel (scriba-I) en P.DJ. Buijs (scriba-II).

Allereerst werd er gewezen op de spanning die er in een aantal gemeenten is bij de koers die de kerkenraad uitzet: deze rekent met het bijbelse gegeven dat de gemeente een missionair karakter dient te hebben én met het gegeven dat de gemeente ook naar binnen gebouwd moet worden (eveneens met de Schrift te staven). Soms — zo klonk uit de zaal — gaat deze koers ten koste van het honoreren van gegevens uit de gereformeerde belijdenis. Dat, zo stelde ds. Jonkman, moet te allen tijde voorkómen worden. Het Evangelie moet inhoudelijk onaangetast blijven. Tegelijk mag de gemeente nooit alleen ‘naar binnen gericht’ zijn. Er gebeuren mooie dingen in de stedelijke gebieden in dat opzicht; laten ook daar gemeenten opbloeien op de basis van de Schrift en de gereformeerde belijdenis. Blijkbaar hadden de vragenstellers bij dit complex van vragen het oog op ongewenste evangelische invloeden. Ook op een ander moment in de bespreking kwam dit naar voren, toen het namelijk ging om ‘het gevoel’ dat men soms heeft bij besluiten van kerkelijke vergaderingen. Het gevoel, zo was de reactie van de inleider, kan nooit onze maat zijn. Dat geldt ook voor het geloof en voor de (verwerking van) de prediking. Tegelijk geldt: er is geen geloof zonder gevoel.

Vervolgens werd doorgesproken over het gegeven dat we in kerkelijke vergaderingen besluiten nemen in afhankelijkheid van de Heilige Geest (er wordt immers gebeden om zijn wijsheid) en dat er tegelijk in plaatselijke gemeenten vaak verdeeldheid is m.b.t. genomen besluiten van de synode. Kunnen we daarmee de Geest niet bedroeven en moet dat geen verootmoediging bij ons oproepen? Dat werd door de inleider onderstreept; daarbij dienen zowel de kerkelijke vergaderingen als de gemeenten de hand in eigen boezem te steken: het aanroepen van de Geest leidt immers niet per definitie tot zegenrijke besluiten. Dat gebeurt slechts wanneer vervolgens in die geestelijke lijn wordt gedacht, gesproken en gehandeld. En datzelfde geldt het gemeentelijk leven. Vanuit het moderamen van de synode werd hieraan toegevoegd dat we er in de kerken op uit zijn om zoveel mogelijk eenparigheid in de synodale besluitvorming te krijgen. Als voorbeeld moge de gang van zaken rond de NBV dienen: daar is (naar het voorbeeld van de synode van Emden 1571) eerst een voorlopige peiling gehouden, met de bedoeling dat in de uiteindelijke stemming zoveel mogelijk eensgezindheid zou blijken. Dat dit niet gebeurde, kwam omdat een aantal afgevaardigden in geweten toch niet achter het uiteindelijke voorstel kon staan; dat dienen we in elkaar te respecteren. Uit de zaal klonk de suggestie dat het te overwegen is om op de synode meer te adviseren en minder te besluiten. Het moderamen reageerde met verschillende voorbeelden waaruit bleek dat deze lijn al heel lang in de CGK wordt gevolgd (het actief vrouwenkiesrecht in 1968 bijv.: wel vrijgeven, niet binden). Wanneer het schriftuurlijk noodzakelijk is, bindt de synode (bij de zaken rond vrouw en ambt in 1998 bijv.). Bij de besluitvorming rond de NBV is sprake ven een speciale formulering: een ‘met klem ontraden’. Overigens is het wel een zaak van belang, dat de kerken(raden), ook bij een adviserend of een ontradend spreken van de synode, terdege kennis nemen van de argumenten die dit onderbouwen; dat kan via de Acta van de synode die binnen afzienbare tijd uitkomen, maar ook via een uit te geven brochure over de NBV, die nog iets langer op zich moet laten wachten (i.v.m. de leesbaarheid van de materie). Een advies van een kerkelijke vergadering is immers ergens op gegrond en daarom kan die nooit door de kerken zomaar voor kennisgeving worden aangenomen. De wijze waarop dat serieus en oprecht gebeurt, zal ook van invloed zijn op het al of niet standhouden van het besluit dat de synode op dit punt nam.

Voortbordurend op dit thema klonk uit de zaal een klemmende oproep aan de synode om genomen besluiten toe te lichten in de kerken, waar mogelijk ook in plaatselijke gemeenten. In Frankrijk blijkt dat in de EREI te gebeuren, zo had een broeder meegemaakt. Het belang van uitleg werd ‘van achter de tafel’ erkend: het is niet meer zo dat besluiten van een synode per automatisme ‘geslikt’ worden in de plaatselijke gemeenten. En al zou dat wél zo zijn, dan worden ze daarmee nog niet geestelijk gedragen! Synodeleden hebben ieder, waar mogelijk, een taak: zo objectief mogelijk vragen over de synode beantwoorden en uitleg geven. Daarbij is het een geestelijke opdracht om duidelijk te maken dat besluiten van de synode altijd rekening moeten houden met de ingewikkelde geestelijke structuur van het geheel van de CGK. Daarom zal men bijv. in het besluit m.b.t. tot de GKv in 2007 iets van de moeite van de gemeenten terugvinden die zich geestelijk met de GKv niet op één lijn weten, én van de vreugde van de gemeenten die met hen wél verder kunnen. Die dienen beide gehonoreerd te worden. Soms merkt men bij de becommentariëring van synodebesluiten, aldus de preses van 2007, dat men in den lande de neiging heeft om datgene eruit te lichten waarop men kritiek heeft. Een synode wil echter het gehéél van de kerken dienen, en dat mag ook van de plaatselijke gemeenten worden verwacht, binnen de principiële grenzen die wij ons samen gesteld hebben. Daarom werd enerzijds besloten om het federatief groeimodel, gericht op de kerkverbanden, niet in te voeren, en anderzijds om de plaatselijke ontwikkelingen voluit te stimuleren en te faciliteren.

Een idee om rapporten van deputaatschappen, die aan de synode worden aangeboden, vooraf aan de kerkenraden toe te zenden (zoals in de GKv en NGK gebruikelijk) werd aarzelend tegemoet getreden: het risico daarvan is dat die rapporten al in discussie komen voordat de leden van de synode zich er een oordeel over kunnen vormen; de vrijheid van de leden van de synode, die immers ‘met last en macht’ zijn afgevaardigd, kan ermee in het gedrang komen.

Ten slotte werd aandacht gegeven aan de democratisering, die niet alleen in de samenleving, maar ook in de kerken doordringt. En nog een stap verder: het individualisme. Dat alles staat op gespannen voet met het belijden dat Één onze Koning is: Jezus Christus. Ook in het slotwoord van de conferentie, uitgesproken door de oud-voorzitter van het comité, br. D. Koole uit Den Haag, klonk dit nog eens door. Desintegratie van de kerken ligt op de loer, en er is gedeeltelijk al sprake van. Hij wees daarbij nog verder dan het directe thema van deze dag, toen hij namelijk inging op de doorwerking van allerlei vrijzinnige invloeden die doordringen via de media tot onze kerkleden (bijv. over de christologie); hij sprak van een zorgwekkende situatie, die noopt tot uiterste waakzaamheid.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.