+ Meer informatie

Vragen over het chiliasme

10 minuten leestijd

De chiliastische voorstelling

Misschien hangt het samen met een toenemende belangstelling voor de toekomst, misschien ook met de activiteit van verschillende groepen, dat er nu meer over het chiliasme te doen is dan vroeger wel het geval geweest is. De laatste tijd is mij dikwijls gevraagd, hoe wij erover moeten denken — soms onder verwijzing naar recente artikelen van de heer H. Verwey.

Wij zullen natuurlijk eerst moeten weten, wat onder chiliasme te verstaan is. Men maakt wel eens onderscheid tussen grof en mild chiliasme. Mild of gematigd chiliasme zou dan bij allerlei schrijvers uit de tijd van de Reformatie voorkomen. In dit verband wordt de naam van Brakel nog wel eens genoemd. Maar is dit chiliasme ?

Wilhelmus à Brakel gaf in het derde deel van zijn „Redelijke Godsdienst” een verklaring van de Openbaring van Johannes. Hij verwacht een „duizendjarige heerlijke staat van de kerk op aarde”. De satan zal gebonden zijn en de antichrist vernietigd. Het gehele Joodse volk zal zich bekeren en erkennen dat Jezus de Messias is. Vele heidenen zullen tot het geloof komen. De kerk zal bloeien en de aarde zal bijzonder vruchtbaar zijn. Brakel denkt dat hij het zelf niet meer beleven zal.

Hij behandelt ook de vraag, of de Here Jezus bij het begin van het duizendjarig rijk naar Zijn menselijke natuur persoonlijk op aarde zal komen en in die duizend jaren zichtbaar zal regeren. Hij zegt: Neen. Dit zijn te aardse gedachten. Hetzelfde geldt van de mening dat de martelaren dan naar het lichaam zullen opstaan, duizend jaren zullen leven zonder te sterven en hier op aarde de heerschappij zullen hebben.

Juist de verwachting van een tweeërlei wederkomst van Christus, een komst aan het begin van de periode van duizend jaar en een komst aan het einde daarvan, is echter kenmerkend voor het chiliasme, evenals de verwachting van een tweeërlei ópstanding van de doden. Voor de aanvang van het duizendjarig rijk zou er een gedeeltelijke opstanding zijn en bij het laatste oordeel een algemene opstanding.

Volgens de chiliastische voorstelling zal koning Jezus een glorieus rijk op aarde stichten met Jeruzalem als middelpunt. Daarmee staat de bekering van de Joden en de onderwerping van de volken in verband.

Binnen het chiliasme zijn er nog weer allerlei schakeringen. Men wil de profetieën van het Oude Testament en het boek Openbaring, met name Openbaring 20, zo letterlijk mogelijk verklaren, maar er is nog wel verschil over, of het vrederijk precies duizend jaren zal duren of niet, of zonde, ellende en dood er dan nog zullen zijn of niet en of er in Jeruzalem ook weer een tempel zal worden gebouwd voor het brengen van offers, die dan zouden herinneren aan het offer van Christus.

Een nogal radicale vorm van chiliasme is het dispensationalisme. Er zouden verschillende dispensaties zijn: perioden waarin de mensen op de proef worden gesteld met betrekking tot hun gehoorzaamheid aan een bepaalde openbaring van de wil van God. Nu zouden wij nog in de dispensatie van de kerk leven, maar straks in die van het koninkrijk. De kerk zou een tussentijds verschijnsel zijn.

Dr. K. Dijk noemt het chiliasme een verzameling van eschatologische denkbeelden die zich in bonte variatie groeperen om het millennium, het rijk der duizend jaren. Aan de dag der dagen zal voorafgaan een vrederijk van Christus op aarde, dat weer verdwijnt, wanneer het einde der wereld nabij komt; dit rijk zal een regering van Christus in deze tijdsbedeling zijn; met Jezus zullen regeren een aantal in Hem ontslapenen die deel hebben aan de eerste opstanding; de Heiland komt dus twee keer weer; er is ook een tweevoudige opstanding; in de heerlijkheid van de eerste wederkomst neemt het naar zijn land teruggekeerde (en bekeerde) Joodse volk de voornaamste plaats in en vanuit dit centrum stort het heil van Christus zich uit over de wereld. (K. Dijk, Het einde der eeuwen, 1952, blz. 20).

Het staat wel vast, dat de verwachting van een aards vrederijk bij de Joden invloed had op het ontstaan van het chiliasme in de oude kerk. Het voert ons te ver om heel de geschiedenis van het chiliasme na te gaan, maar het is wel van belang om te weten, hoe de kerk zich erover uitgesproken heeft.

De kerken en het chiliasme

In meer dan één belijdenisgeschrift uit de eeuw van de Reformatie wordt het chiliasme uitdrukkelijk afgewezen. Eén voorbeeld: Wij verwerpen de joodse dromen, dat er vóór de oordeelsdag een gouden eeuw op aarde zal zijn waarin de vromen de heerschappij over de wereld op zich zullen nemen, nadat hun vijanden, de goddelozen, onderworpen zijn. Dat staat in een confessie van de Zwitserse gereformeerde kerken (1566). Daar wordt aan toegevoegd, dat de Heilige Schrift in Matth. 24 en 25, Luc. 18, 2 Thess. 2 en 2 Tim. 3 en 4 heel wat anders zegt.

De Nederlandse Geloofsbelijdenis laat in art. 37 ook in het minst geen ruimte voor het chiliasme.

Onze kerken hebben zich zowel voor als na 1892 met het chiliasme moeten bezighouden. De synode van 1863 deed naar aanleiding van de leer van ds. P. B. Bähler de uitspraak, dat onze Formulieren van Enigheid zich duidelijk verklaren en dat het gevoelen van de leer van de wederkomst van de Zaligmaker om duizend jaren zichtbaar en lichamelijk te regeren geen leer der gereformeerde kerk is, maar daartegen, zowel als tegen Gods Woord strijdt, waarom het niemand toegelaten wordt dat gevoelen te leren of te verbreiden. Dit is door een van de volgende synoden aangevuld met de verklaring, dat het de bedoeling niet was het lidmaatschap te weigeren of te ontnemen aan personen die chiliastisch gezind waren. Er was wel een dam opgeworpen tegen de verbreiding van dit gevoelen.

Na 1892 was er de kwestie-Berkhoff. Ds. A. M. Berkhoff had boeken geschreven over de wederkomst van Christus en de Christusregering en was hoe langer hoe meer het pleit gaan voeren voor het chiliasme. Toen waren er bij de kerkelijke vergaderingen bezwaren tegen zijn leer ingediend. De synode van 1933 was van oordeel, dat er geen schriftuurlijke grond is voor de leer van een lichamelijke opstanding van de gelovigen vóór de algemene opstanding, noch ook voor een regering van de heiligen op aarde gedurende duizend jaren, noch ook voor een periodieke aardsgetinte Christocratie. Ds. Berkhoff mocht zijn chiliastische opvatting niet als leer van de Heilige Schrift verbreiden, al kon hij met behoud van zijn privé-gevoelen in de kerk blijven. Maar de beslissing van de synode leidde ertoe dat hij met onze kerken brak.

Nieuwe stimulansen voor het chiliasme

Door de stichting van de Staat Israël in 1948 en de overwinningen van Israël op de Arabische landen in 1956 en 1967 schijnt het chiliasme, dat immers ook de terugkeer van de Joden naar Palestina en de bekering van dit volk verwacht, steun te hebben gekregen. Juist in de boeken en bladen waarin de vervulling van de profetieën een hoofdthema is, wordt dit alles een teken van de eindtijd beschouwd. Overigens is de opneming van de gemeente het beslissende moment in de chiliastische voorstelling. Dan zal Christus wederkomen en Israël gaan herstellen.

Al wat in de hoofdstukken 4 tot 22 van het boek Openbaring staat, zou gaan over de tijd na de opneming van de gemeente. Tot in de details toe tracht men zich die toekomst in te denken.

Het chiliasme vindt in ons land behalve bij de Adventisten, Apostolischen, Darbisten, een deel van de Pinksterbeweging en andere sekten en groepen aanhang bij de Maranatha-beweging — de beweging van Johannes de Heer — waar ook leden van verschillende kerken mee sympathiseren. „Het Zoeklicht” is het orgaan van deze beweging.

De laatste tijd trekken de boeken en artikelen van H. Verwey nogal de aandacht. Verwey tracht het wereldgebeuren te zien in het licht van de Bijbel. Een van zijn belangrijkste boeken: „Ik ben die Ik ben” (1968) heeft als ondertitel: Eigentijdse en futuristische begrippen, verbonden aan de profetie van de bijbel. Het is bedoeld als een antwoord op ontmythologisering en secularisatie.

Verwey noemt het een gewichtig feit, dat het serieuze chiliasme tegenwoordig ook in theologische regionen veld wint. De term „duizendjarig rijk” vermijdt hij, gezien de extreme adventistische en doperse belasting ervan, maar het is in wezen niets anders, als het bij hem gaat over een theocratisch interim-rijk op aarde, een onmiddellijk aan het eeuwige rijk van God voorafgaand aards Christus-regiem, dat nauw verbonden is met Israëls herleving en de concrete toekomst van de volken.

Israël zal het religieus-culturele centrum van dit wereldrijk zijn. Dit messiaanse rijk is te plaatsen in de tijd die volgt op de verschijning van de antichrist. Na een laatste poging van de duivelse macht om Gods heilswerk te vernietigen gaat het over in het eeuwige rijk van God.

Israël zal een dominerende heilsfunctie krijgen in het „overgangsrijk” en de volken zullen in rechtmatigheid worden gericht. Verwey meent dat alle religies dan zullen opgaan in de dienst aan de Christus en de wereldorde die Hij zal stichten.

In de periodiek „Koers” is Verwey aan het woord in de rubriek: „In het leerhuis”. In de artikelenseries: „Het Israëlgebeuren en de kerk” en „Visioenen van Johannes” heeft hij dezelfde gedachten ontwikkeld. Een van de duidelijkste overzichten vinden wij in nr. 35 (14 augustus 1971).

Volgens Verwey zal de gemeente van Christus op een bepaald ogenblik in de hemel opgenomen worden. Beslist niet op de jongste dag en bij het laatste oordeel ! Dit zal zijn — en hier wijkt hij van de gewone chiliastische voorstelling af — tijdens de eindgerichten, als er weer een tempel in Jeruzalem is en de antichrist zich zal beginnen te manifesteren. Daarna komt het messiaanse rijk op aarde dat zijn centrum en krachtcentrale heeft in de tempel te Jeruzalem. Israël en de miljoenen naamchristenen die bij de opneming van de gemeente op aarde achterbleven, zullen onder de druk van het wereldomspannend regiem van de antichrist naar de ware Messias vragen.

Bezwaren tegen het chiliasme

1. Het uitgangspunt voor de leer van het duizendjarig vrederijk — dat overigens bij sommigen geen echt rijk van vrede is — is Openb. 20. Maar het is zeer onwaarschijnlijk dat daar een aards rijk met Jeruzalem als middelpunt wordt bedoeld.

2. Men leest het boek Openbaring als een „blauwdruk van de toekomst”. Het laatste boek van de Bijbel bevat een reeks visioenen van de voleinding, die ons verschillende aspecten laten zien van het eschatologisch gebeuren, maar waaruit geen chronologie af te leiden is.

3. Nergens is in het boek Openbaring sprake van een wederkomst van Christus vóór èn een wederkomst na het duizendjarig rijk. Voordat de voleinding der wereld er is, zou de gemeente worden opgenomen in de hemel ? Wij lezen er niets van in dit boek.

4. De rede van Jezus over de laatste dingen (Matth. 24 en 25, Marc. 13, Luc. 17) geeft geen grond voor de toekomstverwachting van het chiliasme. De brieven van Paulus doen dat evenmin.

5. Het chiliasme betrekt de profetieën van het Oude Testament op een duizendjarig vrederijk. Maar juist het rijk der heerlijkheid en niet een „interim-rijk” wordt in Openb. 21 en 22 als vervulling van de profetieën gezien.

6. De gemeente zou eens van de aarde weggenomen zijn, terwijl Israël dan een heilsfunctie zou krijgen en „het aardse intermediair” voor het nieuwe heil zou worden. Dat is een onjuiste voorstelling van de verhouding van Israël en de kerk.

7. Het chiliasme wil meer weten dan wij kunnen weten. Het spreekt met grote stelligheid over een spectaculaire ommekeer, voordat de voleinding komt. Het maakt een geloofsstuk van meningen die speculatief en gewaagd zijn.

Al zijn de bezwaren hier alleen maar aangeduid, ze zijn zo ernstig, dat wij het chiliasme zullen moeten blijven afwijzen.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.