+ Meer informatie

Leven in de weide

7 minuten leestijd

Het Hollandse weidelandschap is in vergelijking met vroeger behoorlijk veranderd. De kleinschalige weilanden met houtwallen hebben steeds meer plaats gemaakt voor grote, door ruilverkaveling ontstane, rechtlijnige landschappen. In deze biotoop is minder plaats voor de natuur. Vroeger stonden in het voorjaar de velden vol met paardebloem, pinksterbloem en boterbloem. Nu zie je ze veel minder. Ook de weidevogels moesten een stap terug doen. Door drainage en mechanisering van de landbouw zijn de weilanden niet meer zo vochtig en de vogels die zich niet zo goed aan konden passen moesten het veld ruimen. Maar er is gelukkig nog genoeg moois te zien.

De kievit heeft zich aardig kunnen handhaven, doordat hij niet zulke hoge eisen stelt aan zijn leefgebied. De vogel kan zich vrij gemakkelijk aanpassen. De volwassen exemplaren herken je snel aan de lange kuif en de zwart-witte onderzijde. Gelukkig wordt het rapen van kievitseieren aan banden gelegd. Zelf heb ik jaren achtereen de nesten gezocht, niet om de eieren te rapen, maar om de nesten te markeren. De boer kon er dan met de tractor omheen rijden en de nesten sparen. Omdat de weilanden die ik afzocht vrij laag lagen, liepen er een aan aantal kleine greppels doorheen. De kieviten maakten hun nest bij voorkeur op een kleine verhoging in de buurt van zo'n greppeïtje. Gemiddeld werden er vier eieren gelegd. Geregeld heb ik gezien hoe een kuiken zich na 24 tot 31 dagen uit het ei probeerde te worstelen. Een hele prestatie voor zo'n klein ding.

Voedsel zoeken
De kuikens moeten zelf naar voedsel zoeken en als het gras kort is, is dat geen probleem. De ouders houden ondertussen de omgeving in de gaten en als er gevaar dreigt, wordt er gelijk alarm geslagen en drukken de jongen zich tegen de grond. Is de kust weer veilig dan houden de ouders op met alarmeren. Kieviten leven van wormen, sprinkhanen, kevers, spinnen, vliegen, oorwurmen, emelten, maar ook graszaden en steentjes voor de spijsvertering. Doordat bijna alle eieren uitkwamen groeide het aantal nesten door de jaren heen. Op bijna twee hectare grond lagen in een bepaald jaar zeven kievitsnesten en een gruttonest. Doordat de boer met pensioen ging, kwam het land onder een andere boerderij te vallen. Alle oneffenheden, dus ook de greppels, werden eruit gehaald, en omdat de weilanden in het voorjaar vaak te nat waren, werden er drainagebuizen gelegd die voor afwatering moesten zorgen. De jaren erna daalde het aantal nesten en nu broedt er misschien nog één paartje kieviten. Zo is het met veel weilanden in Nederland gegaan. Toch weten de kieviten aardig stand te houden. Ze passen zich aan en maken nu ook op akkerland hun nesten. Ook worden er door natuurorganisaties weilanden beheerd met als eerste doelstelling de weidevogels. Dit houdt in dat er pas laat wordt gemaaid; ook bij de bemesting > wordt rekening gehouden met de vogels.

Grutto
Een andere bekende weidevogel is de grutto. Met zijn lange poten en snavel is de vogel gemakkelijk te herkennen. Men schat dat ongeveer 80 procent van de West- en Middeneuropese populatie in Nederland broedt. In België is de vogel zeldzaam. Van oorsprong is de grutto geen weidevogel, maar een bewoner van hoogvenen en open moeras. Het nest wordt gemaakt in een pol gras en bevat meestal vier lichtgroene eieren. Je ziet bij een gruttonest geen platgetrapte wissels zoals bij de kievit en de scholekster. Vanuit de lucht strijkt de grutto bij zijn nest neer, kijkt nog even of alles veilig is en duikt dan onzichtbaar tussen het gras. Met zijn lange, gevoelige snavel is de grutto afhankelijk van zachte en vochtige grond waarin hij naar regenwormen, kevers en larven zoekt. Buiten het broedseizoen is de vogel in en bij het water aan te treffen, waarbij zijn lange poten en lange snavel dan goed van pas komen. De vogel verdedigt zijn jongen goed, zoals ik vorig jaar merkte. Vanaf een paaltje had de grutto mij al zien aan komen en gelijk werd er groot alarm gegeven. Toen ik arriveerde waren de jongen al nergens meer te zien. De agressieve grutto naderde mij vanuit de lucht op soms enkele meters, onder een luid klagend geroep, en ging daarna verder op de weg zitten om mij zo van de jongen weg te lokken. Ik speelde het spelletje mee en ging richting het dier dat in rusthouding op de weg was gaan zitten. Toen ik te dicht in de buurt kwam vloog het op en zocht verderop een plaatsje.

Tureluur
De kleinere neef van de grutto is de tureluur. Die komt alleen in gebieden voor die van voldoende kwaliteit zijn. De vogel met de oranje-rode poten is zeer gevoelig voor veranderingen van zijn leefgebied. De scholekster heeft ook oranje-rode poten en van oorsprong is het een vogel die alleen bij de zee te vinden was. Daar broeden ze hun eieren uit op het droge duin en zoeken op het slik en wad naar zeepieren, kokkels en mossels. Sinds de vorige eeuw is de vogel het binnenland ingetrokken, waar hij zich met succes voortplantte. De scholekster wordt ook wel bonte piet genoemd. Deze naam heeft de vogel te danken aan zijn bonte verenkleed, en piet komt van zijn roep die hij tijdens de vlucht maak, want dat klinkt als "te-piet-piet". De vogels zijn niet kieskeurig en passen zich gemakkelijk aan. Hun nesten kun je op de raarste plekken vinden: op een verlaten parkeerplaats, in de berm langs de weg en zelfs op grinddaken. Ze broeden slechts eenmaal per seizoen; in een ondiep kuiltje worden door het wijfje 2-4 eieren gelegd. De eieren zijn zwartgevlekt en zijn zandkleurig tot geelbruin. Na ongeveer vier jaar is de scholekster geslachtsrijp. Dan kiest hij een partner voor het leven. Er zijn gevallen bekend van vogels die 36 jaar oud waren! Hun grootste "geheim" is dat ze zelfde jongen voeren in tegenstelling tot de andere weidevogels, waarvan de jongen zelf hun kostje bij elkaar moeten scharrelen.

Haas
Een ander dier dat nauw verbonden is met uitgestrekte weilanden en akkers is de haas. Hazen kun je in de ochtend en avond het beste waarnemen. De haas is oplettend en bij verstoring kan hij er met een snelheid van 55 km/uur vandoor gaan. De voortplantingstijd loopt van januari tot en met juli en de jongen komen na een draagtijd van 42 dagen in het open veld ter wereld. Ze hebben dan al een volledig ontwikkelde vacht, die hen moet beschermen tegen de weersomstandigheden. Meestal bestaat een worp uit twee tot drie jongen, die zich elk in een apart, ondiep kuiltje schuilhouden. De haas heeft veranderingen en bewegingen snel in gaten, maar zit je ergens rustig te wachten dan kan hij al lopend en snuffelend op enkele meters afstand komen. Het konijn is wat kleiner dan de haas en mist de lange achterpoten en lange oren van de haas. Het konijn heeft een plek nodig om zijn hol te graven; hij is te vinden in weilanden met houtwallen of bosjes in de buurt. Waar konijnen zijn, kun je ook de fazant tegenkomen. Deze vogel heeft ook de beschutting van wat struiken nodig en de weilanden voor het vinden van voedsel.

En nog veel meer...
In en boven de weilanden zoeken nog veel meer dieren naar voedsel. Zwaluwen, spreeuwen, lijsters,kwikstaarten, de torenvalk, muizen, enz. In de weilanden komt ook de wilde eend tot broeden en in de sloten is de knobbelzwaan met zijn jonge kroost te vinden. De graspieper moet uitkijken dat hij niet wordt opgezadeld met een koekoeksei, want dit 14,5 cm grote vogeltje dat op vochtige weilanden voorkomt, wordt vaak door de koekoek gebruikt om zijn eieren uit te laten broeden, en zijn jongen groot te brengen. De graspieper is een klein vogeltje; het mannetje heeft een prachtig opvallende zangvlucht. Hij vliegt eerst steil zo'n 30 meter omhoog. Tijdens de daalvlucht laat hij een steeds snellere reeks fluittonen horen. Als de biotoop goed is, is er leven genoeg in de weide te vinden.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.