+ Meer informatie

Wiegel (II)

3 minuten leestijd

Met enkele goedgeplaatste opmerkingen heeft Wiegel direkt de aandacht van zijn gehoor'gevangen. En daarin herkent men de meester: hij blijft dat doen tot aan het eind van zijn 'betoog. De zaal luistert ademloos en hangt aan zijn lippen. Niet dat Wiegel nu de w elsprekendheid in al haar onderdelen beheerst of dat hij zoveel nieuws te berde brengt, maar hij verliest zich niet in moeilijke constructies en gortdroge beschouwingen. Hij weet hoe hij het volk moet aanspreken en hanteert daartoe een smeuïg en voor iedereen te volgen taalgebruik. Zo heeft hij het over „het geheime wapen van de goede samenwerking in dit kabinet", „het potverteren van de aardgasbaten", „het vorige kabinet dat goede sier gemaakt heeft met de aardgasrijkdom" en over het WD-program dat nuchter laat zien dat de tijden van economische groei voorbij zijn. „Er is een tijd geweest", zegt Wiegel, „dat we zeiden: gelukkig, de schoorstenen van de fabrieken roken, er is werk. Toen kwam er een periode dat men zei: de schoorstenen roken, het stinkt. Nu is de tijd aangebroken dat we samen weer aan de slag gaan." En uiteraard Ook over de sociale voorzieningen. Die niet kunnen werken, zoals bejaarden en invaliden, mogen op de solidariteit van de WD rekenen. „Maar", zegt Wiegel, „dan moeten de uitkeringen ook echt terechtkomen bij die mensen wie het toekomt. Daarom willen wij het misbruik van de sociale voorzieningen met alle kracht bestrijden." Een schot in de roos, die opmerking: de zaal reageert met een enthousiast applaus.

Een ander sterk punt in de voordracht van Wiegel is het met waardering spreken over zijn politieke tegenstanders. Zo zegt hij te vermoeden dat de PvdA best mee wil doen aan het door hem al jaren bepleite nationale kabinet. Zo weldeiikend zijn de socialisten wel. „Alleen durft de leiding van de Partij van de Arbeid dat niet tegen de eigen mensen te zeggen", meent Wiegel. „Men luistert liever naaf het kader, op congressen bijeenkomend, dan naar de ouderwetse socialisten die gewoon willen dat er weer gewerkt wordt in ons land." Ook voor D'66, aan wie de WD volgens alle opiniepeilingen nogal wat stemmen zal moeten afstaan, kan Wiegel waarderende woorden opbrengen. Hij prijst met name de opstelling van deze partij ten aanzien van de bezuinigingsmaatregelen. Anderzijds laat hij niet na haar vrijage met de PvdA aan de kaak te stellen. „Ik heb meermalen gezegd dat D'66 de bijwagen dreigt te worden van de PvdA. Daarover is Terlouw nogal boos geworden en ik mag dat niet meer van hem zeggen. Ik zal dat dus niet meer doen. Maar als Terlouw zegt alleen in een kabinet te willen zitten waar ook de socialisten aan mee doen, moet hij me maar niet kwalijk nemen dat ik hem als de schildknaap van Den Uyl zie." Grijnzend blikt hij na zo'n uitspraak de zaal in, die met een hoongelach reageert.

Over de kernwapens zegt Wiegel geen lang verhaal nodig te hebben. Nederland zal een loyale partner in de Navo moeten blijven. „En dan loyaal in de echte betekenis van het woord", voegt hij er cynisch aan toe. Ook Amerika moet op ons kunnen rekenen, vindt Wiegel. Het zijn per slot onze bevrijders. ^ Hij sluit zijn betoog, dat ongeveer een half uur in beslag neemt, af met de aankondiging dat de WD bij de kabinetsformatie één strijdpunt heeft waarover niet te marchanderen valt: er moet een kabinet komen waarin de WD op basis van wederzijds vertrouwen zal kunnen regerend „En dan hebben we ook nog een belofte. Ééntje maar: we zullen ons best doen". De ruim 500 aanwezigen verheffen zich nu en applaudisseren langdurig.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.