+ Meer informatie

VERHOUDING TOT ANDERE KERKEN

3 minuten leestijd

1. Gereformeerde Kerken (vrijgemaakt).

De synode was van oordeel dat:

a. de verschillen ten aanzien van de toeëigening des heils en de hantering van het gereformeerd belijden omtrent de kerk wezenlijke verschillen zijn;

b. onze belijdenis (o.a. art. 27 – 29 N.G.B.) het zoeken van contact met gereformeerde en andere bijbelgetrou-we kerken in binnen- en buitenland veroordeelt noch uitsluit;

c. er in eigen kerken met recht verontrusting heerst met betrekking tot bepaalde gebeurtenissen en ontwikkelingen binnen de Gereformeerde Kerken (vrijgemaakt) die samenhangen met een bepaalde opvatting over de kerk;

heeft geconstateerd dat

a. in het sub a genoemde een struikelblok voor de vereniging tussen de beide kerk wordt gezien;

b. de Gereformeerde Kerken (vrijgemaakt) de eis stellen dat de Christelijke Gereformeerde Kerken hun lidmaatschap van de G.O.S. en de I.C.C.C. zullen beëindigen:

en heeft besloten:

I. het schrijven van de generale synode van de Gereformeerde Kerken (vrijgemaakt) te beantwoorden door haar het oordeel der synode, nader toegelicht, mee te delen;

II. deputaten voor de eenheid van de gereformeerde belijders in Nederland en de correspondentie met buitenlandse kerken opnieuw op te dragen wegen te zoeken die tot wegneming van de geconstateerde verschillen kunnen leiden;

III. de kerken op te wekken plaatselijk zoveel mogelijk contact met Gereformeerde Kerken (vrijgemaakt) te zoeken.

2, Raad van Kerken.

Na kennis genomen te hebben van het haar toegezonden Statuut van de Raad van Kerken in Nederland en van het op 21 juni 1968 genomen besluit om deze Raad van Kerken te constitueren, spreekt de generale synode uit dat zij ernstige bezwaren heeft tegen de Raad van Kerken, zoals deze thans is geconstitueerd, waarom zij er niet toe kan besluiten dat de Christelijke Gereformeerde Kerken in Nederland daarin zullen participeren,

en besluit zij aan deputaten voor de eenheid van de gereformeerde belijders in Nederland en de correspondentie met buitenlandse kerken op te dragen met name de volgende bezwaren ter kennis van de Raad van Kerken te brengen,

a. dat in de Preambule van het Statuut de woorden „het geloof in de ene Heer Jezus Christus, het Hoofd der kerk en de Heer der wereld” blijkbaar zo kunnen worden uitgelegd dat ook kerken en groepen die het geloof in de Drieënige God niet belijden, deze woorden kunnen aanvaarden,

b. dat in art. 2 als taak van de Raad van Kerken inzonderheid wordt genoemd het beraad over en het gestalte geven aan de samenwerking en eenheid van de kerken in getuigenis en dienst, zonder dat duidelijk uitgesproken wordt dat een raad van kerken alleen gestalte mag geven aan de eenheid die in Christus gegeven is en aan een samenwerking die met het Woord van God in overeenstemming is.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.