+ Meer informatie

Vaderlandse Geschiedenis

5 minuten leestijd

De westindische compagnie. (III)

In 1609 (we gaan in onze handelsgeschiedenis even terug) was de V.O.C. bezig een kortere weg naar Indië te zoeken via het westelijk halfrond. Deze Compagnie had toen in dienst de Engelsman Henry Hudson een kundig zeeman. Hij kreeg in opdracht naar noordelijk Amerika te gaan, daar een noordwestelijke doorvaart te zoeken, ten einde via de Beringstraat en de Grote Oceaan Indië te bereiken. (Zie de kaart.)

Hudson ging er heen met zijn beroemd geworden scheepje de „Halve Maan" een vaartuigje zo groot (!), dat het gemakkelijk op het dek van een tegenwoordige vrachtvaarder kan geplaatst worden.

Hudson vond de noordwestelijke doorvaart niet (dat was weggelegd voor de Noor Amundsen in deze eeuw), maar kwam terecht aan wat nu de Hudsonrivier heet: een feit van grote betekenis. Het klimaat was er fris en de grond vruchtbaar.

Dit was het begin van onze vestiging in Nieuw-Nederland, zoals men die streek noemde.

Weldra werd met de Indianen stammen daar een drukke bonthandel gedreven. De gebeurtenis bleef ook voor anderen niet verborgen en trok menig koopman aan.

Vijf jaar later, in 1614, vaardigden de Staten-Generaal een plakkaat uit, waarbij aan hen, die „eenige nieuwe passagiën, havenen, landen of plaatsen ontdekken, een vierjarig recht van alleenhandel op de ontdekte streken werd beloofd." Dit was tegen geen dove oren gezegd.

Nog in hetzelfde jaar 1614, ontstond de

„Compagnie van Nieuw-Nederland". Zij kocht van de Indianen voor de prijs van enige handelswaren ter waarde van zestig gulden (!) het eiland Manhattan, in de Hudson gelegen; thans het centrum van de wereldstad New-York.

Op dit eiland bouwde zij een fort en hieromheen verrees het stadje Nieuw-Amsterdam. Op 26 okt. 1614 verkreeg de Compagnie haar octrooi.

Deze nederzetting nu is later overgenomen door de W.I.C.

Weldra werden grote winsten gemaakt met de handel in timmerhout, bever-en ottervellen, die men van de Indianen kocht.

Van kopen kan men eigenlijk niet spreken, het was ruilhandel voor wat kralen, snuisterijen en huisraad!

Dat moest natuurlijk op knoeierijen en ruzie uitdraaien. Een gouverneur roeide zelfs een hele Indianenstam uit. Het gevolg was een oorlog, waardoor het aantal kolonisten van 3000 tot 1000 terugliep. Zulke Indianen oorlogen hebben zich later herhaald. Te begrijpen.

De leiding der kolonie berustte bij de amsterdamse Kamer der W.I.C.

Wij voegen hier tegelijk aan toe de stichting van New-Plymouth (= nu Massachusets) gelegen ten N. van Nieuw Nederland. Stichters er van waren de bekende „Pelgrim-Fathers." Zij waren Independenten, afkomstig uit Engeland. In 1608 week een groep, door de kerkelijke omstandigheden daar te lande, uit naar Nederland en vestigden zich te Leiden. Zij stond hier onder leiding van }ohn Robinson.

Een deel van cleze groep trok in 1620 met cle „Mayflower" naar Amerika en vestigde er cle zoeven genoemde kolonie. Ook later zijn nog enkele duizenden gevolgd. Zij worden getekend als „sobere, hard werkende mensen."

Ten Z. van Nieuw-Nederland lag ook een engelse kolonie nl. Virginia.

Deze engelse koloniën namen voortdurend toe in kolonistenaantal en in welvaart. Dat kon van onze kolonie niet gezegd worden. Men zal daarom begrijpen, clat deze toestand voor ons een dreiging was.

Een behoorlijke opbloei was er onder het gouverneurschap van Pieter Stuyvesant (vanaf 1645). De bevolking steeg tot 10.000; maar de genabuurde engelse koloniën telden een zielenaantal van 100.000!

In 1664 zou reeds het einde komen. Het was het jaar, dat de Engelsen — zonder oorlogsverklaring — uit handelsnaijver cle aanval begonnen op onze koloniën in Afrika en Amerika. Het leidde tot cle 2e engelse oorlog.

Plotseling verscheen er een engelse vloot en eiste cle stad (Nieuw-Amsterdam) op. Stuyvesant maakte zich driftig en wilde tot de aanval overgaan. Trouwens onze vlootvoogden moesten niets van de Engelsen hebben; terecht vertrouwden zij clie heren niet. Coen sprak steeds van clie „onverdraechelijke natie."

De gouverneur kon echter niets beginnen. Zijn eigen kolonisten beweerden, clat zij tegen de vijand niet opgewassen waren. De Engelsen van hun kant waarborgden alle rechten en bezttingen van cle Nederlanders.

Het enigste wat nu nog herinnert aan ons verblijf in clie streken zijn enige namen: Brooklijn = Breukelen, Wallstreet, Harlem = Haarlem, Staten-Island, Coney-Island = Konijneneiland. De naam Nieuw-Amsterclam werd echter veranderd in New-York.

Wat de W.I.C. betreft, het ging na 164S, cle vrede van Munster meier en meer achter uit.

Dat is te begrijpen. Met de kaapvaart, clie zoveel geld in 't laatje had gebracht, was het nu gedaan. De dividenden en aandelen zakten schrikbarend en in 1674 kwam het einde. De verdere geschiedenis van de V.O.C. Met cleze geschiedenis waren wij gebleven tot 1621: het jaar waarin Jacatra werd verwoest en Coen op cle puinhopen cle hoofdstad Batavia stichtte.

Een paar jaar te voren (1619) hadden de Heren Zeventien aan de Engelsen (!) bij verdrag cle vrije vaart op Indië toegestaan.

De engelse oostindische Compagnie zou een derde van de specerijen van de Molukken, van Ambon en Banda krijgen. Ja, beide compagnieën zouden een gemeenschappelijke vloot onderhouden.

Coen was over dit verdrag ten hoogste verontwaardigd. De Engelsen waren voor hem cle vijanden van zijn land. En nu moest hij met clie heren gaan samenwerken.

fa maar, niet meer dan strikt noodzakelijk was!

Zo schreven wij voorheen en vervolgen nu de geschiedenis.

Het begint met een afschuwelijk feit. In het genoemde jaar 1621 werd de bevolking van de Bancla-eilanden nagenoeg uitgeroeid omdat zij heimelijk muskaatnoten aan de Engelsen leverde.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.