+ Meer informatie

Zaligmakend

2 minuten leestijd

Het zaligmakende geloof bevat in zich boete en bekering, een waar berouw, een ongekunsteld bedenken van zijn zonden, van zijn vloek- en doemwaardigheid; men gevoelt daar zijn dood wel, en er ligt diep in het hart een sidderen en beven voor de hoogste Majesteit Gods, en de bede komt daar uit het diepst van een verslagen hart en een verbrijzeld gemoed: „O Heere, straf mij niet in Uw toorn en kastijd mij niet in Uw grimmigheid!"

Men voelt de pijlen van Gods gericht wel in zijn boezem, en daar is zielsbehoefte, dat God genoegdoening hebbe vanwege de schuld der zonde en dat er recht geschiede vanwege de misdaad en overtreding, en dat de Wet haar eis hebbe.

Maar waar geloof kan niets hebben; wat voor God gebracht zal worden, moet voor God eeuwiggeldend zijn, en voor het zielsoog van het ware geloof wordt geopenbaard de genoegdoening, Gode door Christus gebracht, de gerechtigheid, die alleen voor God geldt, door Christus teweeggebracht, de levendmakende en heiligende Geest, door Hem venworven; Christus wordt geopenbaard als Die de straf draagt, als Die de schuld betaalt, als Die zonde gemaakt is tegen de zonde, en vloek tegen de vloek, als Die de dood des doods is, en de verzoening tegen de eeuwige toorn Gods vanwege de zonde.

H. F. Kohlbrugge

(„De ware Zelfbeproeving")

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.