+ Meer informatie

Biddag voor gewas vroeger een nationale boetedag

Overheid schreef vasten uit

6 minuten leestijd

Vandaag. 14 maart, is het de tweede woensdag in deze maand. Dat betekent voor een deel van de protestantse kerken in ons land, met name in de rechterzijde van de Gereformeerde gezindte, een speciale dag: BIDDAG voor het gewas en alle arbeid. Een groot deel van de Hervormde of Gereformeerde kerken houdt een speciale dag of middag of slechts avond, om Gods zegen af te smeken over het werk onzer handen, niet meer in ere. Vaak volstaat men, met name in de grote steden, maar toch ook wel elders, met een zondagse kerkdienst die de naam van „biduur" krijgt. Toch wordt op deze tweede woensdag van de maand maart op diverse plaatsen nog druk gekerkt; soms drie diensten, soms twee, ook wel één. Door het grote aantal vacatures in sommige kerken valt voor de vele gemeenten de biddag wat vroeger of later, maar ze blijft gehandhaafd.

Waarom en wat is het doel ervan? Wij gingen hier en daar eens na, hoe in vroeger dagen de biddag, die veelal bededag of ook wel boetedag heette, werd gevierd. Diverse kerkhistorici verleenden onbewust hun medewerking, omdat uit hun werken geput werd voor de onderstaande gegeven.s. Zo lezen wij, dat in de vroegchristelijke kerk al de eerste sporen te vinden zijn van speciale boetedagen, welke men doorbracht met bidden en vasten om God te verbinden bij grote rampen, zoals pest en hongersnoden. Iets soortgelijks vinden we ook in het Oude Testament, al zijn de door Amos en de andere profeten uitgeroepen „verbodsdagen" niet direct bedoeld om een zegen te vragen voor de arbeid.

OVERHEID

In de Westeuropese middeleeuwen vonden de bededagen veel ingang. Over het algemeen werden ze niet door de kerk, maar door de overheid uitgeschreven. Dat was niet alleen zo in de R.-K. traditie, want de Reformatie nam het gebruik en de vorm ervan over. Zo werden er in onze lage landen dergelijke dagen uitgeschreven door stadhouder Willem van Oranje of door de Staten-Generaal. Het instituut van deze biddag kreeg een vastere vorm toen in de Wezelse Artikelen (1568) en in de synode-besluiten van Dordrecht in 1574 en 1578 werd uitgesproken, dat in tijden van oorlogen, pestilentiën, rampen e.d. een „vasten met bidden" zou worden ingesteld; eventueel door de raad der kerk. maar toch met toestemming van de plaatselijke of regionale overheid.

Reeds eerder had Calvijn nog een tweetal andere aanleidingen genoemd om zulk een bededag uit te schrijven, en de synoden in onze gewesten namen dit over, te weten, wanneer er een predikant beroepen is en wanneer er een godsdiensttwist door een synode moest worden beslecht.

BIDDAGBRIEVEN

De bededagen werden gezien als een roeping van de overheid, die daarvoor de zogeheten „biddagsbrieven" uitschreef, welke op de kansels werden voorgelezen; derhalve niet hetzelfde als een „bisschoppelijke vastenbrief", die door de kerkleiders wordt opgesteld. De predikanten richtten hun preek zo in, dat ze aansloot bij de biddagsbrief van de magistraat. De herbergen gingen dan dicht en er werd gewoonlijk tweemaal gepreekt. Openbare arbeid was van overheidswege verboden en alle publieke vermaak werd streng geweerd. Iets van de oude roomse zuurdesem bleef bewaard in het feit, dat men ook zoveel mogelijk op deze dag vastte en slechts water en brood nuttigde; overigens zonder hieraan de gedachte van enige verdienste of goede werken te verbinden. Deze bjddagpraktijk heeft het vrij lang uitgehouden in ons land, in elk geval tot de Franse tijd en het vertrek van stadhouder Willem V (rond 1795). Uiteraard werd niet altijd op dezelfde wijze en met dezelfde ernst dit goede gebruik in ere gehouden.

BEROEPINGSWERK

In 1619 werd een grote biddag gehouden voor de Dordtse Synode. Biddagen voor het beroepen van predikanten schijnen niet zoveel te zijn voorgekomen, ook al door het groeiende aantal. Zou men werkelijk deze zaak gepraktiseerd hebben, dan zou waarschijnlijk de nationale economie een dreun gekregen hebben omdat op tal van dagen het werk zou hebben stilgelegen, zoals in de middeleeuwen op de ontelbare heiligendagen. De argumentatie van het Convent van Wezel voor dit soort biddagen (Hand. 1 vers 24, 13 vers 4 en 14 vers 23) was ook niet erg sterk te noemen. In Amsterdam ving men de zaak enigermate op door bij het beroepingswerk het kerkvolk te vermanen tot ..huisvasten en bidden". De Dordtse synode noemde als aanleidingen voor bededagen: „tijden van oorlogen, pestilentie, dure (is: harde) tijd, zware vervolging van de kerk en andere algemene zwarigheden".

GEWAS EN ARBEID

Deze bededagen hadden dus een ander karakter dan onze „biddag voor het gewas". Er was echter een uitzondering. Sinds het midden van de 17e eeuw werd namelijk in Overijssel wel een dergelijke biddag voor het gewas gehouden, In 1553 had een particuliere synode zich daar gewend tot ridderachap en steden met het verzoek, een gewestelijke biddag te mogen houden „tot afwering van Codes plagen en tot het verkrijgen van een gezegenden zomer". Tevens werd toen een dankdag ingesteld, telkens te houden op de eerste woensdag in november. In 1672, het grote rampjaar, werd de viering tijdelijk beëindigd, hoewel men het juist toen extra nodig had, zou men denken, maar in 1680 kwam het gebruik weer in ere.

In de vorige eeuw raakte de „overheidsbiddag" in onbruik; de Hervormde Kerk gaf zelf nog wel biddagsbrieven uit, maar ook die gewoonte raakte er uit. De Gereformeerde Kerken hebben in 1905 op hun generale synode ook twee wijzigingen doorgevoerd: voortaan bleef „vasten- en bededag" beperkt tot „biddag", omdat het vasten in de loop der eeuwen geheel uit de mode geraakt was. Bovendien meende deze synode, dat de kerk zelf dergelijke dagen moest uitschrijven en dat niet meer aan de overheid moest verzoeken, die onder de huidige omstandheden vrijwel nooit meer een dergelijke biddag afkondigde.

OORDELEN

Intussen is de vroegere bede- en boetedag over het algemeen erg gedevalueerd. Slechts hier en daar wordt deze dag nog In ere gehouden, offfiieel als biddag voor de oogst en voor de arbeid, maar in bepaalde kringen toch ook nog wel als boetedag, waarbij in de prediking sterke nadruk valt op Gods oordelen over een zondag Nederland. De noden van het land en voïk worden dan met veel klem gepredikt en Gods genade wordt afgesmeekt om Hem te bewegen, de Verderfengel nog te laten voorbijgaan. De stoffelijke noden worden daarbij niet vergeten, maar staan duidelijk op een lager plan.

Hoewel in beginsel elke dag - en zeker elke zond«g - een bede- en dankdag moet zijn, kunnen wij persoonlijk het van harte eens zijn met iien, die roepen om het opnieuw invoeren van soortgelijke boetedagen. Maar dan moeit er wel een overheid rijn, die bereid is, zich werkelijk voor God en Zïjn oordelen te verootmoedigen.

Het ziet er nog niet naar uit, dat ons eerstvolgende kabinet ons volk zal voorgaan in het herinvoeren van een dag van boete, vasten en igctoed, niet alleen op vaste dagen één keer per jaar, maar wanneer er in de keik en staat aanleiding toe is. De bidstond vóór een synodevergadering kan zeker tot andere gelegenheden worden uitgebreid. Op Urk heeft men elk jaar op de tweede woensdag van februari een speciale biddag voor de visserij. 




Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.