+ Meer informatie

UIT DE KERKELIJKE PERS

4 minuten leestijd

In „Ambtelijk contact", het maandblad ten dienste van ouderlingen en diakenen van de Christelijke Gereformeerde Kerken gaat prof. dr. W. H. Velema in op de stof die op catechisatie behandeld dient te worden. Er wordt aldus de Apeldoomse hoogleraar geklaagd over het gebrek aan Bijbelkennis onder de jeugd. Over kennis van de belijdenis onder de jeugd zegt hij het volgende:

In de tijd van de Reformatie zijn er zowel in de Lutherse als in de Gereformeerde kerken tal van catechismi opgesteld. Luther zelf heeft er twee geschreven, een grote en een kleine catechismus. Naast de Heidelbergse Catechismus is die van Calvijn bekendgeworden.

Deze catechismi werden opgesteld in de leer van de (Gereformeerde) kerk te onderrichten. Men heeft er in die tijd steeds weer op gewezen, dat de jeugd diende te weten wat de kerk belijdt. Dat deed men niet maar ter wille van de verstandelijke kennis. Het ging om kennis met het hart van de zaken van het geloof. Dat persoonlijke, existentiële blijkt wel heel duidelijk uit de vragen van de Heidelbergse Catechismus.

Men denke aan de vraag en het antwoord van zondag 1: Wat is uw eigen troost? In de twintigste eeuw is kennis van de belijdenis der kerk niet minder noodzakelijk dan in de zestiende en zeventiende eeuw. Tal van dwalingen steken de kop op. Zij betreffen de kernpunten van ons geloof. De belijdenis van de drieëenheid, van de Godheid van Christus, van de verdorvenheid van onze natuur, van de noodzaak van de wedergeboorte, van de kinderdoop, en van de tweevoudige afloop van de geschiedenis: hemel en hel. De jeugd van de kerk moet in deze zaken onderwezen worden. Wie de jeugd dat noodzakelijke onderwijs onthoudt, maakt haar weerloos tegenover dwaalgeesten. Erger nog: hij staat een gezonde groei van het geloof in de weg.

Als we uitgaan van minstens zeven, jaar catechisatie, dan moet aan de hand van een goed schema ruimte gemaakt kunnen worden voor de behandeling van de Catechismus. Zelfs al zou men niet alle zondagen (kunnen) bespreken, dan nog kunnen de hoofdzaken besproken worden.

Eventueel gebruike men het Korte Begrip. Mijn bedoeling is niet enkel de Catechismus te doen behandelen. Er moet een goed leerplan zijn. Daarin dient de Catechismus zijn eigen plaats te krijgen.

Kerkraden moeten erop, toezien, wat op de catechisaties behandeld wordt. Ze hebben niet maar het recht, doch zelfs de plicht zich daarmee bezig te houden. Predikanten dienen in overleg met de kerkeraden vast te stellen wat op de catechisaties behandeld wordt. Eigenlijk moeten zij aan de kerkeraden een leerplan voor zeven jaar voorleggen. Waar een leerplan onbekend is, heeft men tijd nodig om het op te stellen. Men beginne dan met een plan voor enkele jaren. Het is echter dringend nodig voor het totaal van de jaren waarin de jeugd catechisatie volgt, een plan op te stellen. Daarbij moet ook de Catechismus zijn plaats krijgen.

Het is een goede zaak dat bij de kerkvisitatie ook aandacht besteed wordt aan de stof die op de catechisaties wordt behandeld. Zo kan men elkaar tot hulp zijn.

In „Daniël het jeugdblad van de Gereformeerde Gemeenten troffen we een verhaal aan dat als opschrift droeg: Dat heb ik voor u gedaan; Wat hebt gij voor Mij gedaan? Het verhaal luidt als volgt:

In de eerste helft van de achttiende eeuw kwam de graaf Van Zinzendorf als student in een museum, waar een schilderstuk hing waarop de lijdende Christus afgebeeld was. Onder het schilderij het bovenvermelde opschrift. Deze zin heeft die jongeman niet meer losgelaten. De Heilige Geest heeft deze woorden in zijn hart gegrift, zodat hij beloofde zijn hele leven te zullen besteden in de dienst van de Heere. Alle mensen moeten de Blijde Boodschap horen. Dat is het begin van de Hermhutter-zending of de Evangelische Broedergemeente. Toen ik één dezer dagen deze zin weer las, liet het me niet los: Lijdensweken — Goede Vrijdag — Pasen.

De Heere Jezus heeft geleden, is gestorven, begraven, opgestaan en verschenen. Ook aan ons? Daar gaat het toch om, als het goed is in ons leven?! Dat is toch in wezen de vraag waar alles om draait: Zoek eerst het Koninkrijk Gods (dat is in Jezus verschenen) en Zijn gerechtigheid (die is aangebracht; Hij heeft alle machten aan zich onderworpen).

De Paasdagen mogen zo maar niet voorbijgaan. Als je nu door de Heilige Geest een brandend hart ontvangt, dan kan het op het moment dat je het leest nog Pasen worden! Dat wonder kun je niet voor jezelf houden. Dat heeft consequenties voor en in ons leven, in woord en daad! Liefde, als geschenk van God, moet zich uiten; geeft liefde ook tot je direkte naaste(n). Heb je al een antwoord op de vraag: Wat heb je voor mij gedaan?

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.