+ Meer informatie

Verloving (slot)

6 minuten leestijd

RONDKIJK

De verlovingsjaren zijn jaren van groeiende intimiteit. Tot het één worden: die twee zullen tot één vlees zijn. Die groeiende intimiteit, die voorbereiding tot het huwelijk, bergt ook gevaren in zich, gevaren, die voor alle verloofden gelden. Het innerlijk naar elkaar toegroeien roept n.I. om zichtbare uitbeelding; er is behoefte aan liefdesbetoon. Maar er zijn grenzen gesteld, die niet mogen worden overschreden. Bij de verloving heeft men elkaar rechten gegeven; er mag wat te voren niet mocht. Naar eis van Gods gebod, dienen echter de grenzen te worden geëerbiedigd. , , Dewijl ons lichaam en ziel tempelen des Heiligen Geestes zijn" — zo zegt cle catechismus in Zondag 41 — ..zo wil Hij, dat wij ze beide zuiver bewaren; daarom verbiedt Hij alle onkuise daden, gebaren, woorden, gedachten, lusten, en wat de mens daartoe trekken kan." Het huwelijksformulier spreekt van , , de heilige staat des huwelijks" — wil men daartoe geraken in aiie oprechtheid des harten, dienen van meetaf aan alle onreine gedachten en onreine begeerten te worden uitgebannen. Meent niet, dat we dat kunnen uit eigen kracht, als verloofden mochten we wel dagelijks bidden dat versje uit het Gebed des Heeren:

Leid ons in geen verzoeking [ooit, Verberg ons van uw [aanschijn nooit! Gij weet het, onze kracht [is klein, De driften veel en 't hart [onrein. Wat wordt er van ons in [dien staat, O Vader, zo Gij ons verlaat? Alle onkuisheid moeten ons van harte vijand zijn. Nijpt het wel eens in de consciëntie, jongens en meisjes, als er over 'het zevende gebod gepreekt of gelezen wordt: „kuis en tuchtiglijk leven, hetzij in de huwelijke staat of daarbuiten? " Onder dat „daarbuiten" wordt ook verstaan de omgang in de verlovingstijd. Slaat de consciëntie niet dicht, de Heere let nauw op al onze werken.

De gevaren, die ik zo terloops aanhaal, worden meerder en groter, naar gelang de verlovingstijd duurt. In deze tijd van geweldige woningschaarste, waarbij men soms vijf, soms tien jaar verloofd moet blijven, dringen zich die gevaren meer en meer op. Ik ben een tegenstander van die al te lange verlovingen, maar hel kan tegenwoordig bijna niet anders. De intimiteit waarvan ik zo even sprak is meer en meer gegroeid, en, het huwelijk waarin het tot een eenheid komt, moet door de omstandigheden uitblijven. Waakzaam te zijn de een tegenover de ander, is dan zeker van node. Onze onheilige begeerten liggen aan de deur van ons hart. O, wat moesten we er allen naar staan om in Gods kracht en in waarachtige zelfbeheersing de ziel over het Jichaam te doen heersen, om met ziel en lichaam beide de Heere te dienen. En zeg nu niet: ik ben onbekeerd, ik kan niet bidden, of God hoort de zondaars niet — Hij eist het van ons en wij moeten Hem er in beproeven of Hij dan ook niet steun en sterkte zal geven, in zielsverzoeking en in strijd. Ik meen in deze artikelenserie dit waarschuwend woord niet te mogen weglaten.

Huwelijken zullen er blijven, tot op de dag van de Zoon des Mensen, leert ons de heilige Schrift. Matth. 24 : 37 v.v. En op zichzelf is daarmee niets zondigs. Er wordt in die verzen echter gewag gemaakt hoedie huwelijken zullen zijn, in toenemende verdorvenheid, in een naar lusten en vleselijke begeerlijkheden jagend geslacht. Dat naar God niet vraagt, dat waarschuwende woorden in de wind slaat, zoals ten tijde van Noach: et was toen eten en drinken om hun begeerlijkheden te voeden, huwen en ten huwelijk uitgeven in alle onreinheid, totdat de zondvloed kwam en alleen Noach en de zijnen behouden werden.

Neen, de Heere veroordeelt daarmee het huwen niet. ook niet in het laatst der dagen. De laatste in het Koninkrijk Gods moet toegebracht worden — door de generatie — er zal geen klauw achterblijven! Maar nogmaals, het gaat er om. hoe het huwelijk is, in de vreze Gods, in' de toekomstverwachting van Hem die komen zal, om te oordelen de levenden en de doden. Waakt dan, zo staat er, - want gij weet niet, in welke ure uw Heerè komen zal. Zo min de Heere verbiedt te eten en te drinken, wat tot onderhoud van het leven nodig is, zo min verbiedt Hij ook te huwen — het komt op het rechte waken aan.

Luther had ook eens met mensen te doen, die alles maarwilden stopzetten, niet meer bouwen en niet meer planten, omdat zij meenden, dat de tijd van de jongste dag spoedig aanstaande was. Op treffende wijze wist hij hen te bestraffen, door te zeggen: , , al wist ik, dat vanavond om 8 uur de oordeelsdag daar was, dan plantte ik om 4 uur nog een boom!"

We leven, dunkt mij, wel in de barensweeën van de laatste tijd. In de „aanstaande nood" waarop Paulus in 1 Cor. 1 : 26 doelt. In dit hoofdstuk behandelt hij verschillende huwelijksvragen, maar verbiedt er het huwen niet. Wel zegt hij, dat het in die aanstaande grote worsteling tussen de Kerk des Heeren en Satan, moeilijk zal worden voor gehuwden. In het profetisch vergezicht, dat hij van de naderende toekomst des Heeren ziet, waarin de wereld „in nood" zal zijn, wil hij hen sparen. Om des te sterker te staan in de strijd, om zich méér te kunnen geven in de dienst des Heeren.

Die de gave der onthouding hebben, zijn er maar weinigen. Dat weet Paulus, daarom zegt hij: Indien gij trouwt, gij zondigt niet!" Alleen vermaant hij, dat de tijd voorts kort is en: dat die vrouwen hebben, ze mogen bezitten als niet hebbende! Altijd heeft hij het hoofddoel voor ogen: de vervolmaking van het Koninkrijk Gods!

Dat moet ook onze jonge mensen maar steeds voor ogen staan. Bij het aangaan van een huwelijk zal dat zeker doen uitzien naar een partner, die van hetzelfde gevoelen is. Het zal ook bewaren voor veel kwaad.

Nu moet de lezer of lezeres niet denken, dat rondkijker met allerlei bezwaren aan komt dragen. Tegenspoed en ellende zal de getrouwden vanwege de zonde — aldus het formulier — niet worden onthouden. Maar de Heere heeft ook Zijn „gewisse hulpe" toegezegd, aan allen die Hem in waarheid nodig hebben. Ook in de „aanstaande nood." Zijn bijstand wil Hij altijd bewijzen, ook wanneer men zuks allerminst verwacht. Dat brengt vreugde en blijdschap in het huwelijk onder alle omstandigheden.

Wakende zijn. Want de toekomst des Heei-en genaakt. Opdat de Heere als Hij komt — want sterven moeten we allemaal — ons zal bezig vinden, alzo doende.

RONDKIJKER.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.