+ Meer informatie

TER OVERWEGING

17 minuten leestijd

Prof.dr. D.Tb. Kuiper e.a. (red.), Jaarboek voor de geschiedenis van het Nederlands Protestantisme na 1800. Jaargang 1. Uitg. Kok, Kampen. 202 blz. f 39,50.

Na zes jaargangen van het Jaarboek voor de geschiedenis van de Gereformeerde Kerken in Nederland verscheen de eerste jaargang van de nieuwe serie die een brede-re doelstelling heeft (vandaar de nieuwe titel). In deze eerste jaargang is een zevental biografische schetsen opgenomen van personen die “in hun omgeving en hun tijd een rol van betekenis speelden, maar die thans, ook bij een in de historie belangstellend publiek, in vergetelheid zijn geraakt” (blz. 7). De eerste schets betreft die van Cornells Petrus Tiele (1830-1902) die de “apologeet van het Modernisme” wordt genoemd (door E.H. Cossee): het Christendom aanvaardbaar maken voor “moderne menschen” (20). De tweede gaat over George Frans Haspel (1864-1917), waarvoor met name diens brieven aan z’n ethische collega G.J.A. Jonker zijn benut (door Aart de Groot). De derde bijdrage betreft de lutherse predikant en hoogleraar dr. C. Riemens (1900-1967), geschreven door Th.A. Fafié. De vierde schets van de hand van H.J. Langeveld gaat over “het tragische leven van mr. Tiemen de Vries, een vroege student van Abraham Kuyper” (1865-na 1932). Onder de titel “Om traditie en vemieuwing” levert G. Harinck “Enkele opmerkingen over leven en werk van prof. V. Hepp”: (1879-1950), die een niet onbelangrijke rol speelde in het conflict dat leidde tot de Vrijmaking in 1944 (125w.). Deze komt ook aan de orde in de vijfde bijdrage van de hand van Th.J.S. van Staalduine over (prof.dr.) Gerrit Marinus den Hartogh (1899-1959) nl. “zijn positiekeuze in de voorgeschiedenis van de Vrijmaking van 1944”. De laatste schets over dr. Cornells Steenblok (1894-1966) is van de hand van H. Florijn die dr. Steenblok aanduidt als “een ultragereformeerd, conservatief theoloog met een bevindelijke inslag”. Al deze biografische schetsen bieden veel dat de moeite van kennisnemen waard is. Dat die over mr. De Vries, prof. Den Hartogh, prof. Hepp en dr. Steenblok vooral onze aandacht trekken, zij begrijpelijk, niet het minst omdat - weliswaar zijdelings - toch wel duidelijk wordt dat onze kerkelijke positiekeuze in 1892 geen slag in de lucht is geweest, zoals wel eens wordt beweerd; bijv. wanneer naar twee kanten over het “tegendeel” wordt gesproken (186: enerzijds “gedoopte kinderen voor wedergeboren houden totdat uit de wandel of leer het tegendeel blijkt” en anderzijds “hen voor onwedergeboren houden tenzij uit duidelijke tekenen van inlijving het tegendeel blijkt”). Tenslotte: uit de meeste schetsen - maar vooral de tweede - blijkt van hoe grote betekenis voor historisch onderzoek het bewaard blijven van correspondentie, dagboeken e.d. is. Ons Documentatiecentrum is de moeite waard!

Dr. J. Haitsma, Christiaan Salomon Duijtsch (1734-1795). Uitg. Groen en Zoon, Leiden. 124 blz. f 24,50.

Weer een deeltje in de interessante serie Vergeten Eerstelingen, waarin monografieën van Messiasbelijdende joden worden uitgegeven! Dit deeltje gaat over de niet onbeken-de rabbijn/predikant Christiaan Salomon Duijtsch. Van de hand van dr. Haitsma zijn meer publikaties over of van Duijtsch verschenen. Na eerst de tijd te hebben geschetst waarin deze leefde, verhaalt dr. Haitsma de bekering van Duijtsch volgens diens boek De wonderlijke leiding Gods. Vervolgens wordt de belijdenis weergegeven die Duijtsch op schritt stelde in verband met zijn doop in 1767 te Amsterdam (uitgegeven onder de titel Jehovah verheerlijkt). In 1777 werd hij predikant te Mijdrecht. Hij diende de kerk van Mijdrecht tot 1795, toen de fel patriottische municipaliteit (gemeenteraad) hem afzette omdat hij weigerde de verklaring aan het nieuwe bewind te ondertekenen. Spoedig na zijn afzetting stierf hij. De kerkeraad die in beroep was gegaan tegen de afzetting, bereikte dat deze postuum in wezen ongedaan werd gemaakt (94vv.). Dr. Haitsma bepleit tenslotte, na in het kort aandacht aan de publikaties en aan het nageslacht van ds. Duijtsch te hebben geschonken, terecht diens theologische relevantie als actueel en geeft een evaluatie mede in vergelijking met andere “vergeten eerstelingen”. De exegese van Matt. 27:25 die de schrijver trof blijkens noot 9 op blz. 90, lijkt mij van betrekkelijke waarde; vanuit Joh. 11:51 is m.i. een juistere belichting mogelijk.

Dr. M.J. Paul, ds. L.W.G. Blokhuis, dr. P. Siebesma, Land voor vrede? Een studie over Israels landsgrenzen. Uitg. Kok Voorhoeve, Kampen. 56 blz. f 14,50.

In deze brochure zijn de drie lezingen opgenomen die op een studiedag van het Reformatorisch Instituut voor Cultuurwetenschappen in sept. 1992 werden gehouden over de landsgrenzen van Israël, resp. volgens het Oude Testament, volgens het Nieuwe Testament en volgens de joodse traditie. Al is er sindsdien veel veranderd in de situatie waardoor de ruil van “land voor vrede” dichterbij lijkt te komen, naar z’n essentie is deze brochure nog volop informatief en actueel. In een noot (blz. 34) herinnert ds. Blokhuis aan de veroordelingen van het “chiliasme” door de synoden van 1863 en 1933 van de Chr. Geref. Kerken die “tot vandaag toe nooit herroepen” zijn, zonder overigens de -kennelijke -teleurstelling die in dat “nooit” doorklinkt, nader te argumenteren.

Dr. W. Stoker, Is vragen naar zin vragen naar God? Een godsdienstwijsgerige studie over godsdienstige zingeving in haar verhouding tot seculiere zingeving. Uitg. Meinema, Zoetermeer 1993. 311 blz. f 39,50.

De zinvraag is in. Zoals de titel aangeeft, bespreekt de auteur de vraag of vragen naar zin een vragen naar God is. In dit verband worden theologen en filosofen besproken, zoals Tillich, Gollwitzer, Kuitert (terzijde), Nietzsche (heel breed). Het boek geeft een beredeneerd overzicht van hun standpunt. Het antwoord op de vraag in de titel is ontkennend. Er is ook een niet godsdienstig, seculier vragen naar en vinden van zin. De auteur is in zijn oplossing tweeslachtig. De mens is ook buiten Christus voluit mens. De menselijkheid van de ongelovige wordt niet gediskwalificeerd. Toch biedt het christelijk geloof een vernieuwing van zin die de mens zichzelf niet kan geven. Ik noem dit standpunt tweeslachtig, omdat de mens in zichzelf goed is wat zingeving betreff, maar toch heeft hij aan het christelijk geloof meer dan hij reeds heeft. Het komt me voor dat in dit standpunt de zonde op een ingrijpende manier wordt onderschat. Overigens een boek dat van grote belezenheid en scherpzinnigheid getuigt.

Ds. CG. Bos, drs. W.A.E. Brink-Blijdorp, Nieuwe Nederlandse kerkgeschiedenis Deel II. Uitg. De Vuurbaak, Barneveld 1994. f 19,90.

Het eerste deel is verleden jaar verschenen. Dit deel behandelt de geschiedenis van de Vrijmaking en alles wat daarop is gevolgd. Het conflict over de Open Brief, de relaties tot andere kerken. Aan de verhouding tot de Christelijke Gereformeerde Kerken wordt een apart hoofdstuk gewijd. Contacten, zendingswerk, organisatieleven en universiteit krijgen alle aandacht. De schrijvers nemen een duidelijk gereformeerd-vrijgemaakt standpunt in, maar kijken ook naar buiten. Het boek geeft veel informatie. Op een sympathieke wijze wordt over de relatie met anderen geschreven.

Dr. Harry Spee, Diaconie. Een hartszaak. Op zoek naar profielverdieping voor het diaconaat aan de basis van de geloofsgemeenschap. Uitg. Kok, Kampen 1992. 118 blz. f 24,75.

Dit boek heb ik met veel belangstelling ter hand genomen. Het viel me wat tegen. De grondlijn is een soort politiek diaconaat vanuit sympathie voor de Zuidamerikaanse bevrijdingstheologie. Wie die lijn eenmaal te pakken heeft, weet wat hij verder te verwachten heeft. Zo verloopt het betoog. In alle vijf hoofdstukken is thema en ontvouwing eigenlijk hetzelfde.

CA. van Peursen, Na het Postmodernisme. Van metafysica tot filosofisch surrealisme. Uitg. Kok Agora, Kampen 1994. 155 blz. f 29,90.

Richard Rozty, Heidegger, Wittgenstein en het pragmatisme. Essays over post-analytische en post-Nietzscheaanse filosofie. Uitg. Kok Agora, Kampen 1993. 171 blz. f 36,50.

Deze beide boeken gaan over de moderne filosofie. Rozty geldt als een van de minder moeilijke schrijvers. De lezer zal merken dat de opstellen toch nogal zwaar zijn! Prof. Van Peursen geeft op Rozty en anderen commentaar. Hij zet ze in het kader van de geschiedenis. Hij probeert hun pluspunten op te nemen in een groter geheel. Boeiend, maar niet eenvoudig.

Prof.dr. K. Schilder, Profeten en evangelisten. Een bloemlezing uit de “Schriftoverdenkingen”. Uitg. Oosterbaan & Le Cointre, Goes 1994. 260 blz. f 28,-.

In een mooi gebonden bundel verschijnen hier ongeveer 65 Schriftoverdenkingen, geschreven in een periode van ruim 25 jaar. De lengte is nogal verschillend. Wij treffen hier voluit Schilder aan: een heilshistorische benadering, niet zonder aandacht voor het persoonlijke. Een overdenking draagt zelfs de titel: Toezegging en toeëigening zijn onderscheiden. De meditaties uit het begin van de vijftiger jaren gaan in op het verbond, op het spreken en beloven van God. Soms wat speels, soms wat spitsvondig, met een eigen taalgebruik vertolkt Schilder de boodschap van de tekst. Deze bundel is geschikt om na zoveel jaren kennis te maken met Schilders Schriftuitleg.

Anton van Harskamp (red.), Om de toekomst van een traditie. Opstellen over geloofsoverdracht. Uitg. Kok, Kampen 1993. 160 blz. f 34,90.

Dit is een publikatie in de reeks Studies, die uitgaat van het Bezinningscentrum van de VU. De studies gaan over levensbeschouwing, wetenschap en samenleving. In zekere zin bestrijkt dit boek alle drie terreinen. Wetenschappers van onderscheiden faculteiten (theologie, sociologie, filosofie en antropologie) hebben hun gedachten laten gaan over het thema geloofsoverdracht. De crisis van het geloof en van de geloofsoverdracht komt aan de orde. In hoeverre het toegeven aan de secularisatie mede de crisis veroorzaakt, wordt nauwelijks ter discussie gesteld. Wel wordt gewezen op de noodzaak van kleine gemeenschappen en van een doorleefd geloof en waarlijk christelijke levenswijze van de ouders. De toonzetting van de opstellen is in relatie tot de eenvoud van de boodschap tamelijk moeilijk.

Prof.dr. J. Peters e.a., Kerk op de helling. Veranderingen in katholiek Nederland en gevolgen voor het pastoraat. Uitg. Kok, Kampen 1993. 101 blz. f 26,-.

Dit boek bevat het resultaat van het onderzoek dat het KASKI heeft ingesteld onder rooms-katholieken. Veel statistische en sociologische gegevens zijn verwerkt. Getalsmatig ziet de toekomst er niet zo rooskleurig uit. Prof. Van der Veen heeft zijn eigen kijk op heden en toekomst - meer algemeen religieus dan specifiek rooms-katholiek. Dit boek heeft iets weg van een rooms-katholiek tijdsdocument.

Ton Valkenburg, Meer in huis. Thuiszorg vanuit christelijke motivatie. Uitg. Kok Voorhoeve, Kampen 1993. 75 blz. f 16,50.

De auteur is werkzaam geweest in de verzorgende sector. Nu is hij in dienst van de EO voor programma’s met betrekking tot het ouder worden. Dit boekje is een eerbewijs aan de directeur van de Protestants-christelijke stichting voor maatschappelijk werk en gezinsverzorging te Ede (bestaat twintig jaar en de directeur, de heer J.L. Vlot, treedt na bijna twintig jaar terug). Het wordt aangekondigd als praktijk-leerboek. Dat is een wat al te groot woord. Wel worden er nuttige tips gegeven aan mensen die in de thuiszorg werkzaam zijn. Dat gebeurt vanuit een grote praktische en theoretische kennis van zaken. Onderwerpen die in gesprekken thuis ter sprake komen (ziekte, waarom, angst voor de dood, omgaan met verdriet), komen aan de orde. Ook over luisteren, zorgen voor jezelf in de thuiszorg en over een christelijke motivatie (barmhartigheid) wordt gesproken. Al met al een fijn boekje dat door bezinning toerust voor de praktijk. Het is geschikt voor werkers en voor allen die bij thuiszorg betrokken zijn.

Ewoud Gosker, De koninklijke weg. Een vertelling. Uitg. De Vuurbaan, Barneveld 1994. 89 blz. f 8,75.

Dit is het alternatieve boekenweekgeschenk. Er verscheen intussen een tweede druk. Een boeiend verhaal. De praktische betekenis moet de lezer zelf tussen de regels door opsporen.

F. de Lange, leder voor zich? Individualisering, ethiek en christelijk geloof. Uitg. Kok, Kampen 1993. 188 blz. f 32,50.

De auteur is ethicus in Groningen en hoogleraar evangelistiek in Kampen. Hij gaat in op het verschijnsel van de individualisering. Hij schetst het kader van onze tijd. Hij beschrijft verschillende opvattingen over het mens-zijn (liberalisme en socialisme, hier communitarisme genoemd). Hij bespreekt individualisering in relatie tot de moraal, de gemeenschap, tot de verantwoordelijkheid, de solidariteit, het christelijk geloof en de kerk. De hoofdstukken zijn voor een deel eerder gepubliceerd. Dat geeft de indruk van een bundeling van aparte studies. Het ene hoofdstuk laat zich gemakkelijker lezen dan het andere. Enkele zijn sterk wijsgerig. Het boek biedt een visie, die individualisering verbindt met verantwoordelijkheid, en voor plichten van de mens die tot een gemeenschap behoort, plaats heeft. Het fundament lijkt mij meer wijsgerig dan bijbels te zijn. Deze twee vormen voor de auteur geen tegenstelling. Zo kent hij toch aan het christelijk geloof een plaats toe.

Bernard Delfgaauw, De mens en zijn rechten. Uitg. Kok Agora, Kampen 1993. 80 blz. f 18,50.

De auteur was hoogleraar wijsbegeerte in Groningen en is kort na het voltooien van dit manuscript overleden. Hij bespreekt vanuit wijsgerig standpunt de Universele Verklaring van de rechten van de mens. Hij geeft aandacht aan de grondslag en aan de mensvisie. Hij eindigt met de vraag: Is er toekomst voor de mensheid? Het antwoord is ja, mits discriminatie wordt uitgebannen. De toekomst rust op de menselijkheid. Dat is het dan! Er is naar onze gedachten meer nodig en meer te zeggen. Wie een filosofisch commentaar op de Verklaring van de VN zoekt, moet aan dit boekje niet voorbij gaan.

Mr. E.G.A.M. van Beers en drs. CA. Smal, Waarden en normen. Aspecten van ethiek voor een christelijke samenleving. Onder redactie van het Dr. Schaepmancentrum. Uitg. Kok, Kampen 1994. 196 blz. f 39,50.

In dit boek vindt men de tekst van de jongste encycliek van Paus Johannes Paulus II, met commentaar daarop, onder andere van minister Hirsch Ballin, prof. Hoogwerf, ir. Braks en anderen. Eigenlijk is het te veel gezegd, dat we commentaar op de encycliek aantreffen. Veeleer wordt er om de encycliek heen geschreven over normen en waarden. De encycliek staat hier wel afgedrukt, maar komt inhoudelijk niet zozeer aan de orde! Dat is het onbevredigende, al biedt het boek wel interessante beschouwingen over normen en waarden.

Hans Boersma, A Hot Pepper Corn. Richard Baxter’s Doctrine of Justification in its Seventeenth Century Context of Controversy. Uitg. Boekencentrum, Zoetermeer 1993. 387 blz. f 59,-.

We volstaan met een korte aankondiging. Baxter had een eigen visie op de heilsleer (soteriologie). Dat komt het beste uit in zijn behandeling van de rechtvaardiging. Met grote kennis van zaken wordt zijn theologie (vooral de soteriologie) besproken en vergeleken met die van tijdgenoten. Een interessante Studie voor specialisten op het gebied van kerkgeschiedenis en geloofsleer. Ik heb waardering voor de kennis van de auteur. Het boek is in Utrecht verdedigd als proefschrift onder promotorschap van prof. Graafland.

Ds. M.P. van Dijk, New Age. Herleving van de gnosis. Uitg. Kok, Kampen 1993. 95 blz. f 19,90.

Het zoveelste boek over New Age, dacht ik, toen ik dit boek op mijn tafel kreeg. Toch is dat niet helemaal waar. De schrijver behandelt allerlei figuren en stromingen uit de wijsbegeerte om het verband of het contrast met de New Age-beweging te tekenen. Dat gebeurt vooral in deel I. In deel II wil hij positief ingaan door New Age niet alleen af te wijzen, maar ook te beantwoorden. Hij begint met een beschrijving van de secularisatie (ik zou dit hoofdstukje als afsluiting van deel I geplaatst hebben). Daamaast: De bijbel tijdgebonden? en Eenzijdigheid is verkeerd. Dit alles onder de titel Anti-verlichting en evangelie. Ik begrijp niet precies wat de schrijver met dit deel wil. Mijns inziens is het te fragmentarisch, systematisch niet voldoende uitgewerkt om echt hout te snijden. Ook de titel wekt enige bevreemding. Men treft hier dingen aan, die elders niet worden besproken. Toch heeft het boek mij niet geheel voldaan.

Dr. W.C. van Dam, Wezens uit onzichtbare werelden. Uitg. Kok, Kampen 1993. 132 blz. f 21,-.

De auteur heeft al heel wat publikaties over dit onderwerp op zijn naam staan. Dit boek telt negen hoofdstukken. Enkele ervan heb ik hem op een studentenbijeenkomst horen voordragen. Er zit een heel stuk informatie in dit boek. Er worden voorvallen uit eigen en anderer ervaring verteld. De schrijver ziet op vele terreinen demonen werkzaam. Is het daaraan te denken dat in de titel werelden in meervoud staat? Hij is voorstander van de dienst van duiveluitdrijving. Mijn moeite is dat juist in dit verband het christologische niet zo duidelijk naar voren komt. De inhoud is niet nieuw, de presentatie wel.

Van Uitgeverij De Vuurbaak ontvingen we de volgende herdrukken:

A.P. Wisse, Kan jou ’t schelen. 88 blz. f 15,75 (2e druk).

A.P. Wisse, Geloof ’t of niet. 91 blz. f 15,90 (4e druk).

Ewoud Gosker, Avondmaalgangers. 38 blz. f 14,90 (3e druk).

Deze boekjes zijn positief besproken. Het feit dat een herdruk nodig is, bewijst dat ze gelezen worden. Vooral op de bundel Avondmaalgangers wil ik nog eens de aandacht vestigen.

Drs. H. Algra (red.), Informatieboekje voor de Nederlands Gereformeerde Kerken 1994. Uitg. Buijten & Schipperheijn, Amsterdam 1994. 256 blz. f 16,25.

De pendant van ons Jaarboek. Handig, overzichtelijk en evenals het onze onmisbaar voor wie iets wil weten over deze kerken, over personen, stichtingen en plaatselijke gemeenten. Het jaaroverzicht draagt een informerend, oriënterend en bezinnend karakter. Over contacten met andere kerken in binnen- en buitenland wordt geschreven. Ook over de ontwikkeling van eigen kerkelijk leven. Te veel wordt, zegt de kroniekschrijver, over de Nederlands Gereformeerde Kerken geschreven vanuit enkele markante discussiepunten (o.a. de vrouw in het ambt). Er gebeurt meer. Er zijn ook andere dingen. Een onmisbare gids voor de kennis van de Nederlands Gereformeerde Kerken.

Ds. C. van den Berg, Leer ons U kennen. Dagboek voor jongeren. Uitg. De Vuurbaak, Bameveld 1994. 107 blz. f 16,75.

De auteur heeft een boekje geschreven onder de titel: Leer ons bidden. Nu schrijft hij over het (leren) kennen van God. Het boek is verdeeld in drieën: Ik geloof in God, de Vader, in Jezus Christus en in de Heilige Geest. Elk hoofdstuk beslaat twee bladzijden: links een stukje uit de Bijbel (in de tekst van Het Boek), rechts een stimulerende overdenking. Allerlei onderwerpen uit de geloofsleer worden op een aansprekende manier behandeld. Er wordt eigenlijk uitgegaan van de gedachte: Je bent een kind van God. Dat moet je blijven en daarin moet je groeien. Er wordt steeds gevraagd of dat ook gebeurt. De doop neemt een centrale plaats in.

Eric Leijenaar, Het land van de lachende schoonheid. Verhalen rond de Bijbel. Uitg. Callenbach, Nijkerk 1994. 176 blz. f 24,90.

Acht figuren worden hier getekend. Hun levensverhaal wordt beschreven. Simon, Zacheüs, en zus met een niet direct herkenbare naam. Telkens blijkt er tussen de hoofdpersoon van een hoofdstuk en een bijbels gegeven verband te bestaan. Soms wat gezocht. De auteur wil indirect de betekenis van het evangelie voor de verschillende mensen laten zien. Daarnaast vertelt hij gewoon verhalen. Soms is de “plot” wat erg gezocht. Dan weer is het aardig om in de leefwereld van de hoofdpersoon te worden ingeleid. Ik heb het boek met wat gemengde gevoelens gelezen.

Dr. C. Graafland, Van Calvijn tot Comrie. Oorsprong en ontwikkeling van de leer van het verbond in het Gereformeerde Protestantisme. Deel 3 Heidelbergse theologen. Deel 4 Puriteinse theologen. Uitg. Boekencentrum, Zoetermeer 1994. 319 blz. f 47,50.

Dit is de tweede band van Graaflands studie over het verbond in het Gereformeerde Protestantisme. Dit boek omvat deel 3 en 4. Graafland schetst de posities van de verschillende theologen. Allereerst die van Ursinus en Olevianus (deel 3). Daarna die van W. Tyndale, J. Hooper, W. Perkins (uitvoerig), van de Westminster Confessie, R. Baxter en de neo-nomianen en tenslotte van de Westminster Confessie en Catechismi en hun uitleg (waarbij inbegrepen de strijd van de Marrowmen). Ik heb veel waardering voor de kennis van de auteur en voor de manier waarop hij hun visie op het verbond weergeeft. Het is een waardevolle studie. Soms worden andere schrijvers gebruikt, maar meestal de bronnen zelf. De auteur rekent anderen na. Zo wordt ds. C. Harinck op enkele onnauwkeurigheden of vertekeningen betrapt. Het is soms wat vermoeiend dat de auteur telkens onderlinge vergelijkingen maakt. Daardoor wordt het betoog nogal eens breed. Ware het niet beter geweest een auteur in zijn geheel te tekenen en dan het verschil met anderen aan te wijzen? Nu gebeurt dit per onderdeel. Er worden enkele Engelse puriteinse theologen besproken die wat minder bekend zijn. Het geheel is een waardevolle studie. Jammer dat alles niet in één band wordt gepubliceerd. Dat zou wellicht ook op de inhoudelijke opbouw een goede invloed hebben uitgeoefend. We zien met belangstelling uit naar het volgende deel.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.