+ Meer informatie

PREKEN IN DE EINDTIJD

7 minuten leestijd

Hoe moet er over de eindtijd worden gepreekt? ‘De eindtijd’ uit de vraag is de periode die onmiddellijk aan de komst van Christus voorafgaat, de tijd die volgens veel ‘Bijbelgetrouwe’ christenen al is begonnen of aanstaande is. Dat is echter een te beperkte opvatting. ‘De eindtijd’ is begonnen met de komst van Jezus op aarde en duurt tot de dag van de Here. Daarom is reeds vanaf de tijd van Jezus’ rondwandeling de verkondiging van Gods Woord: preken in de eindtijd. Dit artikel wil verkennen wat dat concreet betekent.

DE HERE IS NABIJ

Het woord ‘eindtijd’ is een samenvattende term die in het Nieuwe Testament niet voorkomt, maar er wel aan kan worden ontleend. Denk aan Hebreeën 1:1-2, waar staat dat God ‘in deze laatste dagen’ tot ons heeft gesproken door de Zoon. De N.B.V. vertaalt met: ‘nu de tijd ten einde loopt’. Denk ook aan de typering die Jezus in Markus 1:15 van zijn optreden geeft: ‘De tijd is vervuld en het Koninkrijk van God is nabijgekomen; bekeer u en geloof het Evangelie.’ Daarmee bedoelt Hij dat in Hem het Koninkrijk van God nabij is gekomen. Zijn komst - vooral Zijn kruisiging en opstanding - is het beslissende keerpunt in de geschiedenis; Zijn opstanding is het begin van de nieuwe schepping. Kortom, in Hem is de eindtijd begonnen.

De wonderen die Jezus deed, getuigen van het nieuwe begin, en noemde Hij Zelf: ‘de tekenen van de tijden’. Omdat de Farizeeën die tekenen niet konden onderscheiden, wilden zij niet geloven dat Jezus de Messias is (Mat. 16:3). De discipelen geloofden dat daarentegen wel.

Geloven in Christus is: met Hem sterven en opstaan. Wie in Hem is, is een nieuwe schepping (II Kor. 5:17). Zij, die door Hem leven, hebben de Heilige Geest ontvangen, Die het voorschot op de erfenis is (Efe. 1:14). Zij zijn burgers van Gods Koninkrijk (Fil. 3:20).

Zo spreekt het Nieuwe Testament over ‘de eindtijd’, waarvan Paulus zegt: nu is het de dag van het heil (II Kor. 6:2). Daarom belijdt hij in Filippenzen 4:5: ‘de Here is nabij’. Door Zijn menswording en in de gave van de Geest is namelijk het einde voorgoed begonnen. Wie dat gelooft, ziet uit naar de komst van Christus. Preken is getuigen van Christus, vanuit de komst van het Koninkrijk, dat in Hem nabij is gekomen, en in het geloof in Hem nabij is.

DATUM ONBEKEND

Toen in 2011 de ‘Arabische lente’ en de kernramp in Japan de wereld in beroering brachten, kreeg ik de vraag om over de eindtijd te preken. Deze dramatische gebeurtenissen zouden namelijk ‘tekenen der tijden’ zijn; tot de rampen horen die Jezus in Mattheüs 24:3-8 noemt, en die duidelijk maken dat het einde van de tijd nabij is.

Steeds meer (reformatorische) christenen denken bovendien dat het bijna zover is, omdat zij de stichting van de staat Israël in 1948 als ‘hét teken der tijden’ zien, het begin van de vervulling van Gods beloften aan Israël. Jezus zou dat hebben geprofeteerd in de gelijkenis van de vijgenboom die nieuwe bladeren krijgt. Dat zou het bewijs zijn dat het einde zó dichtbij is, dat de generatie van 1948 de voleinding van de wereld zal meemaken (Mat. 24:32-35).

Deze uitleg leidde tot veel voorspellingen over het jaar dat de Here komt: onder andere 1988 en 2011. Anderen vinden het noemen van een jaartal te specifiek, maar menen wel te weten, dat de Here voor 2025 komt of anders zeker voor 2050. Ik plaats een vraagteken bij deze uitleg, omdat ik denk dat Jezus in de gelijkenis met de vijgenboom niet Israël bedoelt. Maar als ik me daarin vergis, is het nog maar de vraag of Jezus met deze gelijkenis de stichting van de staat Israël voorspelde, die het vervolgens mogelijk maakt na te gaan wanneer Hij – ongeveer – zal komen. Een dergelijke mogelijkheid om – bij benadering – te berekenen wanneer Hij komt, is alleen al in strijd met Jezus’ herhaalde verzekering, dat niemand weet wanneer Hij komt (Mat. 24:36, 42, 44, 50; 25:13).

Volgens mij geeft Jezus met de genoemde gelijkenis echter antwoord op de eerste vraag van de discipelen: wanneer wordt de tempel verwoest (Mat. 24:3)? Binnenkort, zegt Jezus, met het beeld van de zomer. Dat is in Israël de tijd van de gloeiende hitte, die de toorn van God uitbeeldt. De woede van God zal de generatie uit Jezus’ dagen treffen in de verwoesting van de tempel, omdat zij niet geloofde dat in Jezus het Rijk vlakbij is. De waarschuwing in deze gelijkenis is ook voor ons actueel: totdat de Here komt, is in Jezus het Koninkrijk zo nabij dat het om een beslissende keus vraagt: aanvaarding of verwerping van deze Koning.

Niemand weet wanneer de Mensenzoon komt. Tegen de tijd dat Hij komt, zal het leven zijn gewone gang gaan (Mat. 24:39). Daarom kunnen we uit oorlogen en andere rampen niet concluderen dat het einde nabij is. Het is niet juist deze gebeurtenissen ‘de tekenen der tijden’ te noemen, Jezus Zelf doet dat ook niet. Hij zegt van de genoemde rampen dat ze niet het einde zijn; ze zijn het begin van de weeën (Mat. 24:6, 8). Alle speculaties over het moment van Zijn komst wijken af van Jezus’ onderwijs en leiden gemakkelijk af van waar het om gaat: dat Hij komt, en dat het Koninkrijk van God in Hem al begonnen is te komen.

Wat ‘preken over de eindtijd’ heet, zijn vaak pogingen een eindtijdscenario samen te stellen of een inschatting te maken van het moment van ‘de Wederkomst’, vanuit klankexegese en napraten van een gangbare opvatting. Daarom vragen teksten die over ‘de Wederkomst’ gaan om een heel zorgvuldige uitleg. Het woord ‘Wederkomst’ heb ik tussen aanhalingstekens gezet, omdat dit woord de vraag oproept of Jezus nu dan afwezig is. Het antwoord is: Nee, Hij is nabij; met Zijn Geest woont Hij in de harten van de gelovigen. Als Hij komt, komt Hij in volle heerlijkheid: dan wordt alles nieuw, de hemel en de aarde.

WEES WAAKZAAM

Omdat niemand de dag weet waarop de Here komen zal, zegt Christus tegen Zijn discipelen: ‘wees waakzaam’; en: ‘wees bereid voor die dag’ (Mat. 24:42-51). Die woorden zijn een oproep aan de gelovigen:

• Vol verlangen uit te zien naar het aanbreken van de dag waarop het Koninkrijk van God in volle glorie komt.

• Tot die dag te leven in de Geest van Christus.

Jezus weet beter dan wie ook dat de hoop op die dag kan omslaan in wanhoop. Het geloof in Koning Jezus en in Zijn toekomst kan door het lijden in de wereld en in eigen leven wankelen. Of dit geloof zakt in, omdat we denken dat we er in geslaagd zijn zelf een ‘paradijs’ te scheppen. Daarom moet in de verkondiging – toegepast op de hoorders – telkens weer de oproep ‘wees waakzaam’ klinken. ‘Wees bereid’, zegt Jezus ook. Bij die woorden kan worden gedacht dat Hij oproept in Hem te geloven, omdat we zonder dat geloof met Gods oordeel te maken zullen krijgen. Ook die oproep moet dringend klinken, omdat het waar is. Maar hier geeft Jezus een aansporing, te leven zoals God het wil: in liefde tot God en de naaste. Dat moet krachtig blijven klinken, omdat christenen daarin niet alleen dikwijls tekort schieten, maar er vaak niet eens aan toekomen. Bij wie geloven, blijft de strijd tussen de oude en de nieuwe mens, vlees en Geest. In die strijd mogen ze horen dat ze in Christus meer dan overwinnaars zijn. Maar ook klinkt de oproep op te staan uit geestelijke luiheid en laksheid en navolgers van God te zijn. Wandel in de liefde zoals Christus u heeft liefgehad (Efe. 5:1-2).

Samengevat appelleert het Nieuwe Testament de gelovigen in de eindtijd doorlopend tot een leven waarin de liefde van Christus zichtbaar is en dat vanuit een intens verlangen naar de dag dat Hij komt. Dat appel moet daarom kenmerkend zijn voor preken in de eindtijd.

CONCLUSIE

In preken over ‘de eindtijd’ moet het niet gaan over het ‘wanneer’ en ‘hoe’ van de komst van de Here, maar over Hem. Met Hem is de eindtijd begonnen en door het geloof in Hem is er nieuw leven met uitzicht op het leven in volle heerlijkheid. Dat Evangelie laat God verkondigen om ons te leren geloven en van en met onze Heiland te zingen (Liedboek 296 vers 3):

Ik kom met haast, houd wat gij hebt,
nog is de worst’ling gaande.
Ik ben ‘t, uit wie gij krachten schept,
houd in de strijd u staande.
Zie op naar Mij:
Ik blijf nabij.
Ik houd u vast in ‘t lijden.
Niets zal u van Mij scheiden.

Dr. D. Visser is emerituspredikant van de Petrusgemeente in Broeksterwoude. Hij is in 2002 gepromoveerd op een proefschrift over 1 Thessalonicenzen 4:13-5:11 en 2 Thessalonicenzen 1:5-10 en 2:1-12, gedeelten die gaan over de komst van de Here.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.