+ Meer informatie

OESO verwacht beperkte opleving

Economische groei westerse landen gaat trager dan werd aangenomen

5 minuten leestijd

PARIJS (ANP) - De economische groei in de westerse industrielanden is in de tweede lielft van dit jaar trager geweest dan eerder werd aangenomen, maar er zijn factoren aanwezig die een opleving van de groei mogelijk maken, zij het in een bescheiden tempo. Dit schrijft de OESO, de Organisatie voor Economische Samenwerking en Ontwikkeling, in haar gisteren verschenen halfjaarlijkse rapport over de economische vooruitzichten.

Vorige week lekte al uit dat de in Parijs gevestigde organisatie haar ramingen voor de economische groei heeft verlaagd. In het jongste rapport gaat de OESO voor de 24 aangesloten landen nu uit van een groei van 2,2 procent in het komende jaar. In haar rapport van juli werd een percentage van 2,9 genoemd. De raming voor dit jaar is met 1,1 procent onveranderd.

Huishoudens

Voor 1993 houdt de OESO het op een economische groei van 3,3 procent. Al in 1992 zal merkbaar zijn dat de groei aantrekt, maar het herstel verloopt langzaam, omdat veel huishoudens, bedrijven en overheden eerst orde op financiƫle zaken willenstellen.

Dat de OESO haar ramingen voor volgend jaarheeft verlaagd, heeft alles te maken met het onverwachte uitblijven van een economisch herstel in de Verenigde Staten. Dit .jaar gaat de Amerikaanse economie achteruit met 0,5 procent. In juli ging de OESO nog uit van een achteruitgang van 0,2 procent. Volgend jaar maken de VS een economische groei door van 2,2 procent. Ook dit percentage is verlaagd, want in haar vorige rapport sprak de organisatie van 3,1 procent. Overigens heeft de OESO in de periode tussen de twee rapporten al een keer de groeiramingen verlaagd. In 1993 trekt de groei van de Amerikaanse economie aan tot 3.8 procent.

Japan

Voor Duitsland en Japan heeft de OESO haar ramingen voor dit jaar naar boven bijgesteld. In juli noemde het OESO-rapport respectievelijk 2,8 en 3,5 procent. Nu is dat 3,2 en 4,5 procent geworden. Voor volgend jaar zijn de ramingen verlaagd, voor Duitsland van 2,2 naar 1,8 procent en voor Japan van 3,5 naar 2,4 procent. In 1993 groeit de economie van Japan met 3,5 procent en die van Duitsland met 2,5 procent.

De groeivooruitzichten worden in hoge mate bepaald door de rentestand. De rente is in de landen die met een recessie te maken hebben gehad, aanzienlijk gedaald en in de landen die hun economische groei zagen vertragen, bescheiden omlaag gegaan. Lagere rente is een gunstige voorwaarde voor herstel van het investeringspeil, dat door de komende integratie van de Europese markt toch al niet erg laag is, aldus de OESO.

De organisatie koestert nog enige twijfel over het tijdstip en de kracht van het herstel van de economie. Nu al lijkt het erop dat de prikkel voor het herstel niet zo groot is als in voorgaande herstelperioden. Het vertrouwen van het bedrijfsleven en de consument is nog niet erg groot en zelfs kleiner dan kort na de Golfoorlog. Een en ander heeft de OESO doen concluderen dat het herstel van de economie niet zo krachtig zal zijn als bij voorgaande gelegenheden.

Wat betreft de inflatie voorziet de OESO een voortzetting van de vermindering die zich dit jaar heeft voorgedaan. Het percentage daalt van gemiddeld 4,2 dit jaar tot 3,7 in het komende jaar en tot 3,3 in 1993. Gezien de verwachte economische groei en de vrij geringe inflatie is er geen aanleiding het tot nu toe gevoerde monetaire beleid te wijzigen, zo schrijft de OESO verder. Er is evenwel ook geen aanleiding tot zelfgenoegzaamheid, omdat in sommige landen de inflatie ook aan het eind van 1993 onaanvaardbaar hoog zal zijn. Duitsland moet erop letten dat zijn monetaire beleid gericht blijft op het beheersen van de inflatie, aldus het rapport.

De OESO toont zich niet erg tevreden over de omvang van de begrotingstekorten van de aangesloten landen. In de jaren tachtig zijn die tekorten geleidelijk verminderd, maar de afgelopen twee jaar zijn ze alleen maar toegenomen. De komende tijd gaat er van die tekorten wel weer wat af, maar aan het eind van 1993 zal er slechts een klein deel van het ver)oren terrein zijn herwonnen.

Een waarschuwende vinger gaat weer richting ,de VS. In het eind september afgesloten begrotingsjaar 1990/91 kwam het tekort daar uit op 269 miljard dollar en ondanks voorgenomen bezuinigingen zal het begrotingstekort tot zeker halverwege de jaren negentig zeer groot blijven.

Nederland

De OESO verwacht dat de groei van de economie van Nederland dit jaar zal afnemen tot ongeveer 2 procent en volgend jaar zelfs tot onder dat niveau, om in 1993 weer aan te trekken tot 2,5 procent. Dit zal gepaard gaan met een groei van de werkloosheid. Nu bedraagt die volgens de definitie van de OESO ongeveer 6 procent van de beroepsbevolking en dat percentage kan volgend jaar stijgen tot 6,5 procent.

De groei van de economie is volgend jaar minder dan de helft van die van de afgelopen twee jaar. De hoge rente zal ons land parten spelen, aldus de OESO. De rentetarieven houden doorgaans gelijke tred met die in Duitsland en pas in 1993 is eeji duidelijke daling van de rente te verwachten.

De export zal blijven toenemen en daarmee het overschot op de lopende rekening van de betalingsbalans. De lonen zullen volgens de OESO in de pas blijven met de toegenomen inflatie en de groei van de arbeidsproduktiviteit zonder dat er een loon-prijsspiraal ontstaat.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.