+ Meer informatie

De waarheid van schepping en val

6 minuten leestijd

2

Is het wel zo erg?

De benadering van het Paradijsgebeuren, die ons bezig zal houden, raakt naar onze vaste overtuiging fundamentele zaken.

De vraag komt misschien bij deze of gene lezer op: is dat wel zo erg?

Door een kleine „terreinverkenning” wil ik die vraag graag gaan beantwoorden.

Vóórop zij opgemerkt, dat hier de beperking betracht zal worden. Het zou alleen het lezen van deze artikelen moeilijk maken, als hier de meningen en stellingen uit gebreid weergegeven werden. Later zal wel eens een nadere kennismaking kunnen volgen.

Thans zal geen aandacht besteed worden aan wat b.v. vrijzinnige theologen gezegd hebben. Ook dat wordt, voor zover nodig, voor later bewaard, ’t Gaat in deze eerste twee artikelen erom, dat u ziet waarom het gaat in wat er gaande is op het bredere gereformeerde erf. Op dat erf zijn de vragen rondom schepping en val reeds officieel naar voren gekomen binnen de Gereformeerde Kerken op de synode van Leeuwarden 1920.

Daar werd onder meer van de artikelen 2-7 van de Nederlandse Geloofsbelijdenis - dus juist de artikelen over het Wpord van God - gezegd dat de bespreking van deze artikelen „niet meer staat op de hoogte en niet meer beantwoord aan de behoefte van deze tijd”. Reeds vóór en in de jaren rondom 1920 was er in deze kerken een beweging van jongeren, die onder de indruk was van de ontwikkeling van de wetenschap. En deze beweging is zeker mede oorzaak geweest van het benoemen van een kommissie die dus onder meer zou komen tot een nadere omschrijving van bovenvermelde artikelen.

Het bleek dus dat de vragen van de wetenschap een belemmering waren voor het aanvaarden van de taal der belijdenis aangaande het Woord van God.

Nooit is er in wezen van dit voorstel iets gekomen. De hele zaak werd doorkruist door de strijd rondom Dr. J. G. Geelkerken. Deze preekte in zijn gemeente Amsterdam-Zuid op 23 maart 1924 over zondag 3.

Hij maakte in die preek onderscheid tussen de bekendmaking van het historische feit van de zondeval èn de bijzonderheden - b.v. de boom der kennis des goeds en des kwaads, deslang en het spreken van de slang - die medegedeeld zijn in bewoordingen aan de tegenwoordige bedeling ontleend. Hij wenste niet gebonden te zijn aan de letterlijke betekenis van deze bijzonderheden.

Deze strijd rondom Dr. Geelkerken en veel voorstanders liep uit op de beslissing van de synode van Assen 1926.

Door deze beslissing werd zijn mening veroordeeld als in strijd met het in de Nederlandse Geloofsbelijdenis beleden gezag van de Heilige Schrift.

De synode van Assen sprak daarbij uit: „dat de boom der kennis des goeds en des kwaads, de slang en haar spreken en de boom des levens naar de klaarblijkelijke bedoeling van het schriftverhaal van Genesis 2 en 3 in eigenlijke of betrekkelijke zin zijn op te vatten en dus zintuig’lijk waarneembare werkelijkheden waren”.

Ondanks alle bezwaren, die men van onze zijde tegen de ontwikkeling van prediking en praktijk in de Gereformeerde Kerken had, was er erkentenis voor dit besluit. Ds. G. Wisse heeft in een brochure: „De slang in het Paradijs” omstreeks die tijd zich ook gekeerd tegen de opvatting van Geelkerken.

Echter kon hij het niet laten te waarschuwen tegen het wel strijden voor Gods Woord zonder de bekering voor eigen hart. We lezen in deze brochure onder meer: „Voor één ding wake men echter. Men mene niet, dat de breuk genezen wordt bij de dochter Sions, door nu opzettelijk, nu ’t wat nijpt, eens wat ernstiger toon aan te slaan, naar Jeruzalems hart te gaan spreken, enz. Alte gaar op zichzelf kostelijke dingen. Maar ze moeten voortkomen niet uit enig belang of uit enige vrees, dat het anders verkeerd loopt. O neen, daar zou de Heere een walg aan hebben. Maar ’t dient vrucht te wezen van aangegrepen te zijn door de Heere en Zijn Geest”.

De Gereformeerde Kerken zijn niet gebleven bij het besluit van Assen 1926. Desynodevan Amsterdam 1967 nam een zeer merkwaardig besluit vol innerlijke tegenstrijdigheden. Eerst spreekt deze synode uit dat zij ten volle de zorg van de synode van Assen 1926 deelt, dat het gezag van de Heilige Schrift door de kerk dient te worden geëerbiedigd. Een wonderlijke uitspraak als deze kerken iemand handhaven die leert dat Genesis 1 geen openbaring is maar een verhaal van de bijbelschrijvers dat zij gebruikten om in het hart ervan te belijden en te getuigen, hetgeen Israël in de omgang met God had leren kennen (Kuitert).

Maar zichzelf tegensprekend spreekt daarna dezelfde synode uit „dat zij zich niet bevoegd acht over de specifieke aard van het Schriftverhaal in Genesis 2 en 3 zich een dusdanig gefundeerd oordeel te vormen, dat zij de exklusieve wijze, waarop door desynodevan Assen 1926 uitspraken zijn gedaan over de klaarblijkelijke betekenis van bepaalde bijzonderheden van dit verhaal, kan blijven volgen”.

Het lijkt erg aardig dat men z.g.n. geen uitspraak doet! De synode verklaart zichzelf onbevoegd om te oordelen. Onderussen is het juist zo erg, dat deze synode Genesis 2 en 3 - en Genesis 1 en geheel Gods Woord - overlaat aan de bevoegdheid van de natuurwetenschappen, die rustig oordelen dat het zo niet waar kan zijn. In die lijn doet het wonderlijk aan dat het laatste gedeelte van het synodebesluit een vermaning is om het gezag van de belijdenis t.a.v. Gods Woord te handhaven. Zulke veiligheidskleppen houden geen ongelukken tegen.

In feite was Assen al een lijk voordat de plechtige begrafenis plaats vond. Reeds in 1956 werden door Prof. Lever beschouwingen ten beste gegeven, die veel verder gingen dan ooit door Geelkerken naar voren gebracht. De aarde zou miljoenen jaren bestaan. De mens is uit het dier voortgekomen.

In 1962 schreef drs. H.A. L. v.d. Linden, predikant in de Gereformeerde Kerken, dat „het ons niet is gegeven uit te maken in hoeverre de Heilige Geest in Genesis 1-3 ons historiebeschrijving bedoelt te bieden”.

Adam wordt een soort verpersoonlijking van het gehele menselijke geslacht, ’t Gaat er niet om of hij wel of niet bestaan heeft. En wat zullen we meer opmerken over deze ontwikkeling?

Nu kan Assen begraven zijn. Een enkele stem spreekt nog tegen, maar bijna niemand luistert. Later hopen we verder in te gaan op de verschillende stellingen.

Een kleine terreinverkenning was dit maar. Echter is deze nog niet ten einde. We zullen nog nader het terrein moeten bezien, waarbij we dichter bij huis komen.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.