+ Meer informatie

De burcht van Vianden

6 minuten leestijd

In Luxemburg, vlakbij de Duitse grens, ligt kasteel Vianden. Je komt er bekende namen tegen, uit het huis van Nassau en uit het huis van Oranje. Zij waren ooit de bezitters van dit indrukwekkende kasteel. Reden om eens wat dieper in te gaan op de historie van de burcht van Vianden. Het kasteel is nu in het bezit van de Luxemburgse staat en is gerestaureerd om verder verval van de ruïne te voorkomen.

"Bertolp, Comes de Vianne", zo luidt de naam van een van de eerste gravengeslachten van de burcht van Vianden. In een oorkonde die stamt uit het einde van de elfde eeuw, kom je deze naam tegen. De tweede familie verschijnt rond het begin van de twaalfde eeuw. In de eerste helft van de dertiende eeuw is er vanuit Vianden een sterke band met het hof van de Duitse Keizer. Uit deze glorietijd stammen de kapel, het grote en het kleine paleis.
In het jaar 1264 vervalt de heerschappij van het geslacht van Vianden. Het geslacht komt onder de graven van Luxemburg te staan. Dit machtsverlies was al duidelijk te zien in het afnemen van de bouwactiviteiten In het jaar 1417 erft het Huis Nassau het graafschap Vianden. Sinds dat tijdstip is de burcht Vianden niet meer de officiële residentie van de graven. Deze omstandigheden verklaren het feit dat de rijke architectuur in de overgangsperiode van de Romaanse naar het gotische tijdperk niet door latere verbouwingen is misvormd.

Welvaart
In de middeleeuwen was Vianden de hoofdstad van het gelijknamige graafschap. Het graafschap Vianden telde 136 dorpen en strekte zich uit van Prüm tot Bitburg. Vianden zelfwas een versterkte stad, neergehurkt aan de voet van een rots waarop het kasteel was gebouwd. Het kasteel beschermde en domineerde de stad. Vianden werd omringd door stadsmuren waarin 24 halfcirkelvormige torens en vijf poorten waren gebouwd. Een vierkante toren, de Hockelstour, doet vandaag de dag nog dienst als klokkentoren. De stadsmuren werden in 1669 door Maarschalk De Boufflers afgebroken. Rond 1850 werden de bovenpoort en de brugpoort vernietigd.
In de 15e eeuw was Vianden een welvarende stad van handwerkslieden. Met vierhonderd gezinnen en drieduizend inwoners was het de derde grote stad van het land. Die voorspoed dankte zij aan het talent van haar kunstenaars en aan de kundigheid van haar handwerkslieden. Deze ambachtslieden waren georganiseerd in zeven gilden: Leerlooiers, lakenwevers, kuipers, metselaars, kleermakers, slotenmakers en goudsmeden. Aan dit laatste gilde danken we een indrukwekkend aantal kunstwerken, die verspreid zijn over het hele gebied van de Ardennen en de Eifel.
De zeven gilden van Vianden hadden recht op speciale maten voor vloeistoffen, koren en voor de waren die per gewicht en per el werden verkocht. De bronzen maten voor het koren zijn te zienin het Museum voor Landelijke Kunst in Vianden. In 1308 kregen de bewoners van Vianden vrijbrieven en genoten daardoor dezelfde vrijheden als de burgerij van Trier.
De stad werd bestuurd door een burgemeester en zeven schepenen, die ook recht spraken. Vianden bezat gerechtshoven voor de verschillende niveaus van de rechtspraak. Onder andere een speciaal tribunaal waar alleen rechtsgedingen van notabelen plaatsvonden.

Erfenisstrijd
Onder graaf Hendrik I bereikten de graven van Vianden het toppunt van hun macht. Hendrik I was gehuwd met Marguerite de Courtenay, dochter van de keizer van Constantinopel. Hun dochter Yolanda trad in het klooster te Marienthal. Daar is ze overleden. Zoon Hendrik werd bisschop van Utrecht. Hij begon aan de bouw van de kathedraal van Utrecht. Koenraad, een neef van Yolanda en Hendrik werd aartsbisschop van Keulen. In 1248 legde hij de eerste steen voor de dom aldaar. In 1264 ontbrandde er een erfenisstrijd tussen Filip I, de laatste zoon van Hendrik I, en zijn kleinzoon Hendrik. De graven van Luxemburg, de rivalen van de graven van Vianden, namen deze gelegenheid te baat om de graven van Vianden tot hun leenheren te maken. In 1331 ging Adelheid van Vianden, zuster van de laatste graaf van het huis Vianden, een tweede huwelijk aan met Otto II van Nassau. Door dit huwelijk ging het graafschap Vianden over naar het huis Nassau. Met de dood van Elisabeth van Spanheim in 1417 stierf het huis Vianden uit. Het graafschap Vianden verviel aan Engelbert van Nassau, kleinzoon van Adelheid van Nassau-Vianden. Tot de meest bekende graven van Vianden behoort Willem de Zwijger, leider van de opstand der Nederlanden tegen de Spaanse koning Filip II, en Willem III van Oranje-Nassau, koning van Engeland.

Paleis-kasteel
Het kasteel van Vianden was niet alleen een ter verdediging gebouwd fort, maar tevens een echt paleis-kasteel. Het kasteel werd gebouwd, uitgaande van een tienhoekige toren. Deze toren werd later omgebouwd tot kapel. De kapel, het kleine paleis en het grote paleis stammen uit de eerste helft van de dertiende eeuw. De toegang tot het kasteel werd goed beschermd. In het noordoosten was een zwarte toren gebouwd, in het noordwesten een witte. Men kwam binnen door vijf achterelkaar liggende poorten.
Het kleine paleis omvatte op de begane grond een in tweeën verdeelde gewelfde zaal: De kapiteinszaal, 5,90 meter lang, en de wapenzaal met een lengte van 21 meter. De sluitstenen van de bogen zijn versierd met de wapens van Vianden en Nassau. Het grote paleis, rechts van de kleine paleis, is het meest indrukwekkende gedeelte van het kasteel. De ridderzaal is ruim dertig meter lang en bijna tien meter breed. De grote kelder onder de zaal is geheel uit de rotsen uitgehouwen. De kapel is het meest opvallende gedeelte van het kasteel. Het is een huiskapel die bestaat uit twee verdiepingen die door een aangebrachte opening in het midden met elkaar in verbinding staan. De bewoners van de benedenstad woonden daar de godsdienstige plechtigheden bij, terwijl de kasteelbewoners op de hoger gelegen verdieping plaatsnamen. De graaf zelf zat nog hoger in een kleine loge.

Tweederangs
Voor het huis van Nassau, dat het graafschap erfde in de 15e eeuw, was Vianden slechts een tweederangs bezit. Zij woonden niet op het kasteel. Dit betekende het begin van de ondergang van de stad. Na 1794 versnelde dit proces doordat de Franse troepen het graafschap Vianden afschaften. De gronden vervielen aan Napoleon I, zijn broer Lodewijk Bonaparte en aan zijn generaal Marboeuf.
Het Congres van Wenen in 1815 deelde het voormalige graafschap op. Het grootste gedeelte ging naar de Pruisen, terwijl Willem I, koning van Holland en hertog van Luxemburg, de rest kreeg toegewezen. Willem I verkocht het kasteel van Vianden voor 3200 florijnen aan W. Coster, een koopman uit Vianden. Deze begon met de afbraak van het riddergoed door leien, hout, ijzer, ramen, deuren en stenen te verkopen. Om de verontwaardigde gemoederen van de inwoners te kalmeren kocht Willem I het kasteel terug voor 1100 florij

Restauratie
De restauratie begon in 1851 met het opknappen van de kapel. Het kasteel is nu in het bezit van de Luxemburgse regering. In 1977 is men begonnen met de restauratie van de indrukwekkende burcht. In de gerestaureerde zalen van het kasteel worden oude wapens en harnassen, waardevolle gobelins en meubelen, portretten en stambomen, archeologische vondsten en tekeningen getoond.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.